Zelfs de grootste spellingfreaks maken dt-fouten Auteur: Dominique Fiers

wo 20/04/2016 - 13:23 Dominique Fiers Iedereen maakt dt-fouten, ook de grootste taalpuristen. Een team van psycholinguïsten van de Universiteit Antwerpen onderzocht waarom dt-fouten zo hardnekkig zijn. Wat blijkt, het ligt niet aan ons, maar aan ons werkgeheugen. En aan de kwalijke invloed van homofonen. De resultaten van de studie zijn nu gepubliceerd in het wetenschapsmagazine Eos.

Psycholinguïst Dominiek Sandra en zijn team voerden onderzoek naar de oorzaak van dt-fouten, en met name naar de reden van hun hardnekkigheid. De spelling van de Nederlandse werkwoorden is immers relatief eenvoudig, veel gemakkelijker althans dan die voor Engelse werkwoorden in het Nederlands of de regels voor pakweg de tussen-n.

Vooraf dit. De onderzoekers wisten al dat homofonen (woorden met eenzelfde uitspraak maar een andere spelling en grammaticale functie, red.) zoals word-wordt of gebeurt-gebeurd een cruciale rol spelen bij het maken van dt-fouten.

Met die wetenschap in gedachten onderwierpen ze een groep Vlaamse en Nederlandse leerlingen uit de derde graad algemeen secundair onderwijs aan een dictee en een gatentekst. Bij die laatste opdracht moesten ze ontbrekende woorden invullen, een homofone werkwoordsvorm of gewoonweg een ander moeilijk woord.

Beide opdrachten gebeurden onder tijdsdruk zodat de leerlingen niet al te veel konden nadenken. Op die manier konden de onderzoekers immers nagaan of er een systeem in hun fouten zat. De hypothese was immers dat de meeste dt-fouten ontstaan onder tijdsdruk of omdat we te veel gefocust zijn op de inhoud en te weinig aandacht hebben voor de spellingsregels.

Homofoon-dominantie

Dt-fouten komen voor wanneer de capaciteit van ons zogenoemde werkgeheugen overschreden wordt. Dat werkgeheugen kun je ons "top of mind"-geheugen noemen, we gebruiken het voor het herhalen van een onbekend telefoonnummer, tijdens het hoofdrekenen of voor het aanduiden van een werkwoordsvorm in een zin.

Het werkgeheugen is nodig om de dt-regels toe te passen, maar omdat werkwoord-homofonen niet vaak voorkomen, zijn de regels ook niet geautomatiseerd.

Als het werkgeheugen het dus laat afweten, neemt homofoon-dominantie de bovenhand. We hebben dan de neiging om te kiezen voor de homofoon die het vaakst voorkomt. Wordt komt vaker voor dan word, en wordt daarom vaker gebruikt. Dat betekent niet dat er daardoor meer dt-fouten gemaakt worden. Doordat de wordt-vorm sowieso vaker voorkomt, zal ze ook vaker juist zijn.

Nonchalance

Die homofoon-dominantie komt overigens even vaak voor bij het lezen, zo bleek uit het tweede luik van het onderzoek. Sommige dt-fouten vallen immers minder op dan andere. Zo bleken lezers vaak over een dt-fout heen te lezen als die overeenstemt met de spelling van de dominante homofoon.

Conclusie, als de capaciteit van het werkgeheugen overschreden wordt, dan grijpen we terug naar de dominante spelling. Dit geeft ook een antwoord op de vraag waarom nonchalante schrijvers vaker dt-fouten maken, stellen de onderzoekers. Die eersten doen immers geen moeite om de spellingregels in hun werkgeheugen op te roepen.