Met plank en peddel op verkenningstocht door Gent Auteur: Floor Bruggeman

ma 27/07/2015 - 07:06 Floor Bruggeman Stand up paddling. Vanuit Hawaï verovert de nieuwe watersport razendsnel de hele wereld. Wat velen echter niet weten, is dat je al peddelend vanop de supplank ook allerlei steden kunt verkennen. In het kader van onze zomerreeks “Toerist in eigen land” ging deredactie.be een dagje mee suppen door Gent.

“De Bijlokekaai”, dat is de plek waar we verwacht worden. Een huisnummer kennen we niet. Waarom dat is, wordt al snel duidelijk. Begeleider Niels Vanden Eynden wacht ons op met een surfbusje. Surfplanken, peddels en reddingsvesten: alles ligt netjes voor ons klaar.

Eenmaal omgekleed -in het surfbusje, jazeker-, komen ook onze medetoeristen aan. Alle vijf hebben ze een job in het onderwijs en de zomervakantie is dan ook ideaal om er eens op uit te trekken. “Vandaag is het onze zogenoemde docentendag”, vertelt een van hen. Het blijkt een traditie die de voormalige studiegenoten er al even op nahouden.

Windsurfen, paardrijden, skiën en suppen

Na onze kennismaking probeert Niels ons in te wijden in de supcultuur. “Je zal straks merken dat een supplank heel stabiel is”, steekt hij van wal. “Je kan het vergelijken met windsurfen, kunnen jullie dat? Of paardrijden? Of skiën?” Wat de journalist in het gezelschap betreft, "neen" is het antwoord.

We besluiten onze planken te water te laten. “Eerst op de knieën zitten en dan langzaam aan recht komen.” Net dan beginnen de benen hevig en onophoudelijk te trillen. Een grote achterstand blijkt dan snel opgebouwd. “We gaan even wachten”, is de echo die even verder wordt verspreid.

Charlie Chaplin op een surfplank

“Je voeten moeten recht onder je schouders staan, nu ben je precies Charlie Chaplin”, aldus de begeleider die naast ons komt varen. Het duwtje in de rug doet wonderen en in groep peddelen we langs de Bijlokekaai richting de middeleeuwse binnenstad van Gent.

Onze begeleider is dan wel geen professionele gids, na jaren in Gent te wonen, weet hij ons wel wat over de Arteveldestad te vertellen. Zo wijst hij ons bij de Lindenlei op de “diving lady”, een standbeeld dat vanop een appartementsgebouw de Leie lijkt in te duiken. Haar mannelijke kompaan wordt gespot aan de andere kant van de stroom.

Net voorbij het gerechtsgebouw komen we steeds meer in het vaarwater van de toeristenbootjes terecht. De daarmee gepaarde golfjes zijn makkelijk te temmen. Minder het geval is dat voor de verschillende paparazzi die vanuit de bootjes opduiken. Met een klik zijn we een toeristische attractie.

Fotomoment aan het Gravensteen

Langs de podia van de Gentse Feesten, peddelen we richting het historische hart van de stad. “Het Gravensteen, dat is echt iets wat je moet gezien hebben”, aldus de begeleider. Onder de volgende brug een scherpe bocht naar links, om dan voor het middeleeuwse kasteel een heus fotomoment te houden.

Suppen en zuppen

Wanneer we terug richting Vleeshuis peddelen, vindt de groep dat het tijd is om onze dorst te lessen. “Suppen en zuppen”, klinkt het in een West-Vlaamse tongval. De stad op een surfplank verkennen, is dan ook een “volledige body-workout”, lacht de begeleider. “Je hebt nu echt elk spierke gebruikt.”

Wanneer we het na het “zuppen” terug op een “suppen” zetten, wagen de stoersten onder ons zich al aan enkele trucjes. “Het valt op dat het suppen steeds vlotter gaat na een tussenstop in het café”, lacht de begeleider. Of de suptour in Gent voor de toeristen naar meer smaakt? “Ja, we kunnen blijkbaar ook in Kortrijk en Mechelen suppen.” Waarop onze begeleider besluit: “Zeg me waar en wanneer en ik kom af!"