Etiquette in het rusthuis en de geriatrie – Fred Breuls Auteur: Fred Breuls

ma 17/04/2017 - 15:43 Fred Breuls Hoe spreek je een hoogbejaarde aan? Spreek je best luider en gebruik je eenvoudige taal? Misschien doe je ook beter zo joviaal mogelijk, al was het maar om hen op hun gemak te doen voelen. Bewoners van rusthuizen en patiënten in geriatrische afdelingen worden soms zeer betuttelend aangesproken, uiteraard met de beste bedoelingen.
VRT

Fred Breuls is regisseur bij VRT Nieuws. Onlangs werd zijn 91-jarige schoonvader voor een longontsteking in het ziekenhuis opgenomen.

"Jongske, hoe is het met ons?” Had ik dat goed gehoord? Een verpleger die net van school lijkt te zijn sprak mijn hoogbejaarde schoonvader aan met “jongske".

Even dacht ik eraan hem erop te wijzen dat de man in het ziekenhuisbed zijn overgrootvader zou kunnen zijn en dat het gepaster lijkt hem aan te spreken met meneer. Maar ach, wat zou ik ermee bereiken? De jonge verpleger zou mijn wrevel niet snappen en het zou tot ongemakkelijke situaties kunnen leiden achteraf. Ik verbeet mijn ergernis en deed alsof er niets aan de hand was. Uiteindelijk was het belangrijker dat mijn schoonvader goed verzorgd werd, eender hoe hij werd aangesproken.

Goede bedoelingen

Het is van alle tijden: verplegend personeel dat hoogbejaarden zeer familiair aanspreekt, alsof het om kleine kinderen gaat. Het klopt dat mensen met een hoge leeftijd wat hardhoriger kunnen zijn en soms wat meer tijd nodig hebben om op vragen te antwoorden. Maar het zal je maar overkomen dat je in een ziekenhuisbed ligt te bekomen van een longontsteking, suf van de medicijnen en dat je wordt aangesproken als een kleuter.

In het rusthuis van mijn grootmoeder zaliger deed zich precies hetzelfde voor. Mijn grootmoeder was het Nederlands niet helemaal machtig en begreep daardoor niet altijd wat er tegen haar gezegd werd. Gevolg was dat er extra luid tegen haar gesproken werd, alsof ze hardhorig was. Gelukkig zeiden ze al geen “meiske” tegen haar. “Anna, ga je op stap?” werd haar gevraagd als we haar kwamen halen. Mijn grootmoeder glimlachte uit beleefdheid.

Ze was een trotse dame die het in het begin wat moeilijk had toen ze zichzelf niet meer kon verzorgen. Dat de jonge verpleegsters haar soms té familiair benaderden, nam ze erbij. Ze bedoelden het immers goed.

Dank je wel

Het kan ook anders. Op bepaalde dagen in het ziekenhuis werkte verpleegster Martine. Zij zorgde ervoor dat mijn schoonvader extra zorgen kreeg, zorgen die door haar collega’s soms werden overgeslagen. Misschien door tijdsgebrek, vergetelheid, wie zal het zeggen? En Martine sprak mijn schoonvader aan met “meneer”. Ik werd er stil van. Het doet deugd te horen dat er respect is. Het gaat immers om iemand die wel hulpbehoevend is, maar die je in de eerste plaats ziet als je grootmoeder of de vader van je partner. Je bent bezorgd en triest. Respect kan troost bieden in een omgeving die je niet gewoon bent. “Meneer”, het maakte van hem opnieuw een mens. Dank je wel, Martine.