10 maatregelen waardoor je niet meer in de file zal staan - Tampère en Vansteenwegen Auteur: Chris Tampère en Pieter Vansteenwegen

vr 17/02/2017 - 11:10 Chris Tampère en Pieter Vansteenwegen Nu we dankzij de campagne van Radio 1 de meest frustrerende file kennen, is het tijd om te zoeken naar oplossingen. Twee wetenschappers, Chris Tampère en Pieter Vansteenwegen, geven ons 10 maatregelen om de files op te lossen. Met als uitgangspunt: files zijn niet typisch Vlaams, maar veel oorzaken wel.

Chris Tampère en Pieter Vansteenwegen – KU Leuven Mobility Research Center – leiden burgerlijk ingenieurs op om hun rol in dit geheel op te eisen: master ingenieurswetenschappen in logistiek en verkeer.

Elk land of regio worstelt met files. Maar in Vlaanderen is het probleem erger dan elders omdat er typisch Vlaamse oorzaken zijn.  Als burgers, bedrijven en overheid mobiliteit eindelijk écht serieus nemen en we minder dogmatisch gaan denken, worden files eindelijk beheersbaar.

1 Ruimtelijke ordening

Ruimtelijke ordening blijft een belangrijke oorzaak van het fileleed in Vlaanderen. Met elke nieuwe villa, appartementsblok of assistentiewoning maken we nieuwe auto-afhankelijke gezinnen. Er zijn immers weinig lokale jobs en winkels, familie en recreatie liggen wijd verspreid, en dus moeilijk bereikbaar met openbaar vervoer of de fiets.

Als mensen sowieso al de auto (moeten) nemen om het dichtstbijzijnde station (school, winkel) te bereiken, krijg je hen voor de rest van hun traject nog moeilijk op de trein…

2 Negeren van de filekost

Dat brengt ons bij de volgende belangrijke oorzaak. Zowel overheid, burgers als bedrijven houden onvoldoende rekening met mobiliteit bij hun beslissingen. We willen wonen in het groen dichtbij familie, maar gaan ook voor de beste job in Brussel, Antwerpen, Gent.

Gemeentes (of ziekenhuizen, scholen, distributiecentra,…) besparen door te fuseren; de extra verplaatsingen negeren we. We delokaliseren productie naar lage loonlanden; de afgewerkte producten slepen we terug naar hier. En niemand houdt rekening met de filekost daarvan.

3 Voor wie stemmen we?

En worden onze politici daarvoor afgerekend? We kampen elke dag met de gevolgen van onvoldoende aangepaste verkeerslichten, omleidingen die doodlopen, fietsinfrastructuur waar we onze kinderen niet over durven te sturen, het uitblijven van structurele werken als Oosterweel of het Gewestelijk ExpresNet (GEN) rond Brussel,…

Maar ons stemgedrag wordt meer bepaald door een debat over boerkini’s dan door nalatigheid omtrent onze dagelijkse mobiliteit.

4 We denken dogmatisch

En àls we dan debatteren over mobiliteit, is het al te vaak dogmatisch en in tegenstellingen: auto tegen openbaar vervoer, auto tegen fiets, overheid tegen burger,… Belangengroepen en advocaten (letterlijk en figuurlijk) van de ene vervoerswijze schieten meteen in een kramp wanneer er iets positiefs voor een andere vervoerswijze wordt voorgesteld.

Het mordicus afwijzen van verbeteringen voor ‘de anderen’ helpt je eigen zaak nochtans geen stap vooruit.

5 Investeren in fiets, trein, tram en bus

Ruimte herschikken voor openbaar vervoer, fiets en … auto.
Wat kan en moet er dan veranderen? Fiets en openbaar vervoer moeten meer ruimte krijgen. Serieuze investeringen zijn daar dringend nodig.

Elke gemeente moet functionele fietsverbindingen uittekenen intern en met de buurgemeentes. En deze moeten op het terrein ook prominent en herkenbaar zijn, zodat wie zijn (e-)fiets wil gebruiken dat ook durft en kan. En liefst niet langs een drukke N-weg, maar zoveel mogelijk als een los netwerk, bijvoorbeeld door zorgvuldig gekozen straten om te vormen tot fietsstraten. In gemeentes als Bonheiden en Deinze maken ze zo zelfs met kleine budgetten al een groot verschil.

6 Misschien verrassend: geef ook de juiste ruimte aan de auto

Onvermijdelijk wordt de ruimte van de auto dan ingeperkt, terwijl toch – gegeven onze ruimtelijke ordening – diezelfde auto voor vele verplaatsingen nodig blijft. Binnen die ingeperkte ruimte zal autoverkeer dus efficiënter moeten.

En daar zijn kennisopbouw en investeringen voor nodig. Het mag geen taboe zijn dat je ruimte voor de fiets en openbaar vervoer soms net creëert door de auto beter te bedienen waar hij mag blijven. Daarom is een opwaardering van de stroomfunctie van vele N-wegen nodig; alleen zo houden we andere straten leefbaar voor fietsers, voetgangers en bewoners.

7 Nieuwe technologieën

En ook nieuwe technologieën in het (auto)verkeer helpen om dat alles veiliger en efficiënter aan te sturen. Er kan zoveel meer met onze verkeerslichten, geconnecteerde voertuigen, verkeersmanagement.

Bescheiden experimenten daarmee zijn goed, maar het tempo moet omhoog en er moet gedegen onderzoek rond gebeuren: anders is het meer dadendrang dan een echt verbeterproces.

8 Investeren in infrastructuur

Vorige week nog pleitte de Nationale bank voor investeringen in infrastructuur om onze economie te versterken. Er moet inderdaad meer geïnvesteerd worden, maar in plaats van losse (symbool)projecten, moet dat gebeuren in integrale regionale netwerken voor auto, fiets én openbaar vervoer.

Waarom niet per regio alle belanghebbenden samen multimodale oplossingen laten uitwerken? Dankzij een intendant die de belangen van àlle partijen overschouwt, lijkt er zelfs voor Oosterweel voor het eerst een gedragen oplossing in zicht. Betrek burgers, bedrijven en lokale overheden van in het begin bij een project, of beter nog: permanent.

9 Collectieve gedragsverandering uitlokken

Maar dit alles helpt natuurlijk niet als mobiliteit niet dringend aan belang wint zowel in onze dagelijkse als in onze strategische keuzes. Dat zien wij als het belangrijkste gevolg van rekeningrijden.

Rekeningrijden verschilt van een kilometerheffing doordat het bedrag afhangt van de plaats, type weg en het tijdstip en daardoor sturend werkt op ons gedrag. Daarbij bestaan geen taboes: wie zijn auto laat staan zal goedkoper af zijn, maar wie gewoon doordoet, zal wel degelijk meer betalen dan nu.

Hoe wil je anders collectieve gedragsverandering uitlokken? Wie kan, zoekt een andere route of tijdstip of koopt een e-fiets. Wie voor een structurele keuze staat, kiest zorgvuldiger zijn plek om te wonen en werken. Overheden en bedrijven wegen beter af of één centraal servicepunt of winkelcomplex slimmer is dan buurtwinkels, lokale dienstverlening of flexibeler werktijden.

10 Salariswagens aanpakken

Rekeningrijden maakt duurzamer gedrag logischer. Het is contraproductief als een deel van het loon uitbetaald wordt in autokilometers (salariswagens) of als een mobiliteitsbudget stijgt naarmate men meer kilometers aflegt.

Waarom zouden we meer rijden fiscaal stimuleren? Vanuit mobiliteitsstandpunt is dat alvast de wereld op zijn kop.