Frans-Duitse vijandschap en verzoening - Gerd Krumeich Auteur: Gerd Krumeich

za 28/05/2016 - 14:54 Gerd Krumeich Morgen wordt de 100e verjaardag van de Slag bij Verdun herdacht. De Duitse historicus Gerd Krumeich zal president Hollande en kanselier Merkel rondleiden op de plek van de hevigste vijandschap tussen beide landen, maar ook van hun verzoening.

De Duitse historicus Gerd Krumeich is een van de grootste deskundigen van de Eerste Wereldoorlog. Onlangs verscheen van hem het boek "Verdun 2016", geschreven samen met de Franse historicus Antoine, een van de vele Franse collega's waarmee hij al jarenlang samenwerkt.

In 2014 publiceerde hij het opmerkelijke "Juli 1914. Ein bilanz", over de oorzaken van de Grote Oorlog.

Morgen zal hij tijdens de herdenking van de 100e verjaardag van de Veldslag in Verdun de persoonlijke gids zijn van de Franse president François Hollande en de Duitse kanselier Angela Merkel.

Deze tekst verscheen oorspronkelijk op de website van het Goethe Institut

In zowel Frankrijk als Duitsland wordt de Slag bij Verdun (21 februari-20 december 1916) nog steeds beschouwd als de belangrijkste slag van de Eerste Wereldoorlog. De herinnering aan de slag overschaduwt zelfs veldslagen die meer mensen en middelen kostten, zoals de Slag bij de Somme in de zomer van 1916. Hoe komt dat?

In de eerste plaats wordt in zowel Frankrijk als Duitsland, Verdun herinnerd omwille van het enorme aantal slachtoffers, ook al worden er vaak denkbeeldige cijfers rondgestrooid. Er wordt gezegd dat 1 miljoen soldaten omkwamen. In werkelijkheid waren het er heel wat minder, al blijven de cijfers dramatisch.

Bij beide legers samen vielen er 700.000 “slachtoffers”, zowel doden, gewonden als vermisten (336.000 Duitsers; 362.000 Fransen). Aan Duitse kant werden 143.000 soldaten gedood, de Fransen telden 167.000 doden. Al werden deze cijfers later overtroffen, Verdun zorgde voor het eerst voor verliezen van zo’n omvang en zette zich zo diep vast in het collectieve geheugen.

Zinloos offer

Daarenboven herinneren beide naties zich nog het plan van de Duitse stafchef Erich von Falkenhayn, die beweerde dat het nooit zijn bedoeling was om Verdun te veroveren, wel om het Franse leger te “laten doodbloeden”.

Historisch onderzoek de voorbije tientallen jaren heeft aangetoond dat dit plan -het zogenaamde “Kerstmemorandum” van 1915- een naoorlogse vervalsing was om te verbergen dat Duitsland effectief een nederlaag had geleden in Verdun.

Maar natuurlijk werd de Duitse herinnering aan Verdun getekend door dit “doodbloedenplan”. Voor alles werd het de Duitse soldaten, die bij Verdun evenzeer hadden gebloed als hun Franse tegenhangers, achteraf duidelijk dat hun enorm offer zinloos en nutteloos was geweest.

Zinvol offer

Daarentegen herinneren de Fransen zich Verdun al een eeuw lang als een volstrekt zinvolle veldslag. Daar hebben de ‘poilu’s’ met het inzetten van hun allerlaatste krachten en ondanks hun onnoemelijk lijden en massaal aantal doden, de Franse bodem verdedigd tegen de Duitsers.

Ze hadden het voordien al gedaan -bij de Marne- en zouden het later opnieuw doen -bij de Somme-, waar ze ook hoge verliezen opliepen. Maar in het Franse historische geheugen bekleedt Verdun een unieke plaats.

In de eerste plaats heeft dat te maken met het feit dat, anders dan op andere slagvelden zoals bij de Somme, de slagen in Verdun werden gekarakteriseerd door een bijzondere mix van lijf-aan-lijf-gevechten dichtbij en beschietingen vanop grote afstand. De streek rond Verdun, doorsneden met ravijnen en hoogtes, zag de legers voortdurend op elkaar afstormen, de vijand was bijna altijd in zicht.

Deze ongelooflijk grimmige strijd van man tegen man vond plaats onder een onophoudelijk vuur van duizenden kanonnen van alle kalibers. Het bombardement was zo hevig dat in enkele weken tijd het bosrijke landschap rond Verdun veranderde in een maanlandschap.

Wat Verdun ook zo anders maakt, is dat deze sector van het front, die voordien moedwillig was verwaarloosd ( niet zonder risico, de kanonnen van Fort Douaumont waren in 1915 weggehaald omdat men ze op andere fronten nodig had), van bij het begin, door de Franse militaire en politieke leiding naar voor werd geschoven als het theater van een beslissende slag, om het moreel van de natie en haar soldaten te versterken.

Wat de Fransen zich boven alles herinneren, is het dagorder van Generaal Pétain, de bevelhebber in Verdun, van 10 april 1916: “Courage, on les aura !” (Moed, we zullen hen eronder krijgen!).

Als het ware als een antwoord op deze zelfverzekerde uitspraak staat op het monument op de Morthomme-heuvel nu: “Ils n’ont pas passé” ( Ze zijn er niet door gekomen).

Achter deze laconieke en fiere uitspraak schuilt ook het besef dat hier, bij Verdun, bijna alle Franse soldaten op zijn minst een keer vochten. Alle soldaten namen zo actief deel aan de verdediging van de Franse grond.

Deze totale inzet wordt gesymboliseerd door het beeld van de “Noria”, het voortdurend gaan en komen van vrachtwagens en voertuigen op de weg van Bar-le-Duc naar Verdun, waardoor, vanaf maart 1916, dag en nacht, mannen en alle soorten materieel – zowel voedsel als kanonnen- naar het front werden gebracht, met om de 4 seconden één voertuig.

Nu nog zijn de kilometerpalen van deze “Voie Sacrée” (Heilige Weg) versierd met eikenbladeren en stalen helmen. Kleine, holle imitaties van deze kilometerpalen, gevuld met de “heilige grond” van Verdun, waren bij de belangrijkste souvenirs, zolang de soldaten en hun familie nog leefden.

Die grond was immers bijna letterlijk met bloed doorweekt, een gebied van amper 300 km² had het bloed van 700.000 mensen geabsorbeerd. Toen men in 1919 begon met het verzamelen van de resten van de niet-geïdentificeerde soldaten op het slagveld, gaf de aarde 130.000 naamloze doden prijs die vandaag rusten in het Ossuarium van Douaumont.

Een eeuw lang heeft Verdun gediend als het symbool van totale oorlog, de onovertrefbare ervaring van slachting en machine van de dood. Het idee drong zich op dat dit alleen gevolgd kon worden door vrede, en dat was een idee dat vooral de oud-strijders onderhielden.

Op hun uitnodiging kwamen in 1936 in Douaumont 30.000 veteranen samen, vooral Fransen en Duitsers, om een “eed van vrede” af te leggen, ze zwoeren dat zij, die Verdun hadden meegemaakt en overleefden, niets anders dan vrede wensten.

Omdat de Slag bij Verdun alleen door Duitse en Franse soldaten werd uitgevochten, werd dit verlangen naar vrede een van de belangrijkste stimulansen voor de Frans-Duitse verzoening en latere vriendschap.

Op 22 september 1984 werd deze vriendschap bij de graven indrukwekkend en blijvend bezegeld, toen Helmut Kohl en François Mitterrand lang, stil, samen, hand in hand stonden bij het Ossuarium van Douaumont.

De Frans-Duitse eenheid manifesteerde zich verder op deze plek van terreur en rampspoed in november 2009, toen de Duitse en de Europese vlaggen naast de Franse werden gehesen in Douaumont, een prachtig gebaar dat werd uitgevoerd door vrouwelijke soldaten van het Eurocorps.

Dit jaar zullen we nog een stap verder zetten in dit gedeeld werk van herdenking. Op 29 mei 2016 zullen François Hollande en Angela Merkel samen het Memoriaal van Verdun in Fleury openen, dat is omgevormd tot een Frans-Duits museum en informatiecentrum.

Diezelfde dag zal eindelijk in Douaumont een plaat onthuld worden met deze inscriptie: Hier rusten Franse en Duitse soldaten.

Het Slagveld van Verdun, dat nog duidelijk de littekens draagt van de gevechten in 1916, is zo het belangrijkste symbool geworden van de Frans-Duitse vriendschap, precies omdat het ooit de plek van hun hevigste vijandigheid was.