Wie iets durfde te zeggen, was een bange blanke man - Luckas Vander Taelen Auteur: Luckas Vander Taelen

za 19/03/2016 - 09:16 Luckas Vander Taelen Luckas Vander Taelen, houdt van Brussel, maar nu denkt hij: "Ça suffit, j'en ai marre." Hij hoopt dat nu eindelijk iedereen de realiteit eindelijk onder ogen durft te zien en ootmoedig toegeeft dat men de problemen heeft laten verrotten.

Luckas Vander Taelen schrijft regelmatig met een scherpe pen over Brussel en multiculturele discussies. Hij is gewezen parlementslid voor Groen, muzikant en freelance journalist.

Ik heb vrijdagnamiddag de spectaculaire actie van de veiligheidsdiensten in Brussel gevolgd, zappend tussen vier zenders in twee talen. Een unieke ervaring: vanuit Vorst keek ik naar wat een paar kilometer verder gebeurde. Live from Molenbeek. Twee dagen eerder had ik ook al vreselijke beelden te zien gekregen, die keer vanuit mijn eigen gemeente dan nog. In een buurt waar ik af en toe winkel, had een Algerijn met een zwaar wapen op de politie geschoten en waren zijn gevaarlijke kompanen over de daken weggevlucht. En verdwenen.

De hele nacht cirkelde een helikopter boven onze tuin. Een nare ervaring; een onbehaaglijk gevoel van bedreiging bekroop me.

Ik dacht: die terroristen zijn erin geslaagd iets bijzonder kostbaar voorgoed kapot te maken.

Toen ik vrijdag naar de belegering keek in Molenbeek, steeg er op een bepaald moment rook op uit een appartementsblok. In een voor elke Brusselaar vertrouwde omgeving, een doodgewone straat met wat winkeltjes, een slager en een apotheek had de politie de grote middelen ingezet. Ik fiets wel eens voorbij in die Vier-Windenstraat.

Nu zag ik dat banale huis in die banale straat met de ogen van de miljoenen kijkers die het te zien zullen krijgen en die denken: het is daar oorlog, in Brussel.

Ik dacht: die terroristen zijn erin geslaagd iets bijzonder kostbaars voorgoed kapot te maken: ons gevoel van veilige geborgenheid in de stad. Ik werd overvallen door een gevoel van droefheid. Zo ver is het dus gekomen in mijn stad, dat is ervan geworden.

Toen ik gebiologeerd naar die beelden zat te kijken, ging een vreselijke gedachte door mijn hoofd: we zullen met die extreme gewelddadigheid van terroristen moeten leren leven, ze zal deel uitmaken van ons nieuwe dagelijkse realiteit.

Blijkbaar kon hij rekenen op een verfijnd netwerk om hem verborgen te houden.

Drie dagen later werd in Molenbeek dus een man aangehouden, die in heel Europa gezocht wordt sinds de aanslagen van Parijs, maar de hele tijd ondergedoken zat in Brussel. Hij had gependeld van het ene naar het andere veilige appartement, tot men hem haast per toeval op het spoor kwam, dankzij vingerafdrukken die hij achtergelaten had in Vorst.

Blijkbaar kon hij rekenen op een verfijnd netwerk om hem verborgen te houden. Toen Jan Jambon zich een tijd geleden afvroeg hoe het kwam dat Abdeslam zo lang kon onderduiken, had hij gealludeerd op de rol van zijn onmiddellijke omgeving.

Het leverde hem meteen kritiek op dat hij de Maghrebijnse gemeenschap stigmatiseerde. Maar nu blijkt dus dat een hele bende Brusselse vrienden én familieleden er geen probleem mee had om een man te helpen die in november betrokken was bij een van de vreselijkste aanslagen in West-Europa sinds het einde van de Tweede Oorlog. Nu vertellen mensen uit de buurt dat iedereen wel wist waar Abdeslam zat.

Omerta?

Zeiden mensen in deze buurt dat niet meteen aan de politie omdat ze geloven dat er zoiets bestaat als een oorlog die alle middelen heiligt, die gevoerd wordt in de naam van een god? Waren zij in naam van hun godsdienst bereid om een moordenaar uit de handen van het gerecht te houden?

Of is het eenvoudiger: bestaat in de Maghrebijnse gemeenschap een heilige omerta, waar schuldbekentenis als verraad gezien wordt en een onaanvaardbare aantasting van de eer? Ik heb dat fenomeen vaak aan het werk gezien bij ouders van criminelen die tegen alle evidentie in blijven beweren dat hun zoons onschuldige lammetjes zijn.

Dat die verkeerd begrepen solidariteit en principiële ontkenning bestaan, bleek gisteren helaas ook toen jongeren in de buurt van de Vier-Windenstraat politiewagens met stenen bekogelden en riepen dat de wijk van hen was. Dat is op zijn zachtst gezegd niet bepaald een opwekkende gedachte.

Of zal het weer zo zijn dat men dit niet mag zeggen, omdat dit stigmatiserend zou zijn en men liever het gekoesterde idee van de harmonische multiculturaliteit levend houdt?

Zucht. Zo gaat het nu al jaren.

Jarenlang is het een Brusselse specialiteit geweest om te ontkennen, te minimaliseren en problemen te relativeren. Ik las het zaterdag meteen weer in een krantenartikel, waar mijn beschrijving van de sfeer in laag-Vorst werd “weerlegd”.

Het is allemaal zo erg niet, schreef de journalist, de mensen zijn vriendelijk en het valt allemaal best mee met die islamisering: je kan er nog een pintje drinken. Zucht. Zo gaat het nu al jaren: feiten negeren en wegkijken om zijn ideologisch gelijk te halen.

Een overval met oorlogswapens was een “fait-divers”. Scholieren die elke dag met wapens werden afgedreigd en beroofd, dan keek de burgemeester liever de andere kant op. Wijken waar zowat alles fout liep en de macht stilaan was overgenomen door plaatselijke bendes, daar praatte men liever niet te luid over. En moesten we het meer over de positieve kant hebben...

Hoe gemakkelijk werden geweld, onveiligheid, islamitische radicalisering en toenemende religieuze druk in deze stad getolereerd!

Hoe gemakkelijk werd geweld, onveiligheid, Islamitische radicalisering en toenemende religieuze druk in deze stad getolereerd!
Wie iets durfde zeggen was een bange blanke man.

Wie iets durfde zeggen was een bange blanke man, een islamofoob of een provincialistische Vlaamse angsthaas die van het leven in de grootstad Brussel niets had begrepen.

Maar nu heb ik het wél begrepen. Ça suffit, j'en ai marre. Ik ben het beu. Mijn gevoel van droefheid heeft plaatsgemaakt voor een van woede. Ik wil niet meer wegkijken en gewoon worden aan een gevoel van onbehagen in mijn stad.

Ik ben het beu dat lafheid en electoraal opportunisme het blijven halen in de politiek en dat de realiteit wordt toegedekt met ideologische wishful thinking. Dat heeft er jaren voor gezorgd dat het zo moeilijk was om problemen bij hun naam te noemen en dat we uitgekomen zijn bij een rokend appartement in Molenbeek, waarvan zeer velen in de buurt wisten dat de meest gezochte terrorist van Europa er hokte.

Wat moet er na Vorst en Molenbeek nog meer gebeuren in deze stad voor de behoeders ervan de realiteit eindelijk onder ogen durven te zien en ootmoedig toegeven dat men de problemen heeft laten verrotten?