Gevonden: Mijn donorkind Auteur: Een anonieme donorvader.

wo 16/03/2016 - 13:11 Een anonieme donorvader. Ooit – meer dan een generatie geleden – ben ik spermadonor geweest. Anoniem. Dat bleef knagen, tot ik de vraag van donorkinderen hoorde: "Waar kom ik vandaan?".

In deze opinietekst omschrijft de donorvader naar aanleiding van de reportage van Koppen de emoties over zijn zoektocht naar het donorkind. Om familiale redenen wil hij anoniem blijven. Vanavond om 21.25 in Koppen op Eén: "Gevonden: mijn donor."

Ooit – meer dan een generatie geleden – ben ik spermadonor geweest. Anoniem, zo was het toen in donorland. Niemand, niets heeft er een naam. Het potje (met 'het' als inhoud) verdwijnt in een obscure witte jaszak, sotto voce wordt een nieuwe afspraak gemaakt, en dan maar wegwezen door de lege gangen naar de warme zon buiten.

Op een andere plek in het desolate ziekenhuis wacht een ouderpaar. Bij het hele opzet voel ik me eerder medeplichtige dan donor.

Ik word getroffen door hun oprechte vraag: "Waar kom ik vandaan?”.

Een generatie later hoor ik in de media de stem van donorkinderen. Wat al die tijd sluimerde, af en toe de kop opstak, wordt nu opnieuw én dwingend aangesproken. Ik hoor verhalen die me vastgrijpen en die ik kan begrijpen. Ik hoor vragen waar ik voorheen nooit bij stilgestaan heb. Ik word getroffen door hun oprechte vraag: “Waar kom ik vandaan?”. Ik voel een beetje van hun onrust, hun verwarring, hun gemis…

Ja, het raakt, maar het appelleert vooral tot actie. Even een klankbord zoeken in de vriendenkring. Ik merk dat we op onbekend terrein zitten, er bestaan geen woorden om dit alles te benoemen. Slechts één enkele keer hoor ik: “Recht op roots?, ze mogen blij zijn dat ze bestaan…”.

"Neen", fluistert dan mijn hart, "volg mij maar".

Match?

Wat obscuur was komt nu verdomd dichtbij.

Op tv getuigen in Panorama of Koppen? Neen, mijn kinderen en ik aarzelen. Meewerken aan een eindwerk: ja, geen probleem. Info geven om een artikel te voeden, ook prima. En zo krijgt de anonieme realiteit aan de overkant een steeds duidelijker klinkende stem, een scherper gelaat.

Wat obscuur was komt nu verdomd dichtbij. Ik hoor vertellen over een DNA-databank, over FIOM*. In Nederland. Dit spreekt me aan, dit zie ik helemaal zitten. Na een tijdje uitzoeken en talmen neem ik de stap: ik laat bloed afnemen en analyseren.

Als een donorkind me zoekt, dan wil ik gevonden kunnen worden. Het mag, ik ben er klaar voor. Maar die omweg via Nederland maakt de kans op een ‘match’ zeer klein, zo schat ik het in.

Haar verhaal wordt nu ook - voor een deel - het mijne.

En toch, een week nadat het DNA-profiel in de databank is opgenomen krijg ik bericht dat er een ‘match’ gevonden is. Via Nederland en zo snel, zo makkelijk ? Waar wachten we – hier in België – nog op?

Het nieuws slaat in, ik voel me blij en het voelt ook helemaal okee. Ik wil heel onbevangen en open naar die ‘eerste’ ontmoeting stappen. Geen rugzakje met opmerkingen en indrukken van anderen. Daarom aarzel ik soms om het nieuws nu al te vertellen. Maar ik kan het niet voor mezelf houden, neen, dat lukt gewoonweg niet. “Je straalt, wat is er?” Het voelt ook wel goed om dit (mee) te delen…

Tijdens het voorbereidend gesprek met een FIOM*-medewerker kom ik haar naam te weten. Hij vertelt over haar, ik speur het web af naar foto’s van haar. Een beeld van dit donorkind komt tot leven, en ik voel me er heel veilig bij. Het ontroert ook, vele traantjes borrelen op, haar verhaal wordt nu ook - voor een deel - het mijne, onvermijdelijk. Wie zij als donor benoemt, dat ben ik.

Dochter? Vader?

De mededeling van een ‘match’ creëert opzich reeds een band. Ja, dit had ik op voorhand nooit geloofd. De ontmoeting die er aankomt is niet vrijblijvend, ik voel me nu reeds geëngageerd. Mijn hoofd kan het niet vatten, maar het is er, ik laat het gebeuren, met het hart op de stuurpost.

"Mijn donor is anoniem, ik zal nooit weten wie het is”.
"Jawel !”, wil ik al uitschreeuwen.

“Is dat nu een dochter? Ben je nu haar vader?” “Neen” was mijn spontane antwoord. Ik wil dit nog ‘broze’ gegeven een beetje beschermen, het gewoon laten zijn.

Dochter? Vader? Daar gaat het ook niet om en – nu, na 3 maanden - doet het er ook al helemaal niet meer toe. Zij is zij, en ik voel me verbonden. Ooit vinden we hier wel woorden voor, maar die zijn nu niet belangrijk. Voelen kan zonder woorden… en het voelt warm en liefdevol. Dit geef ik nu niet meer af.

* FIOM is de organisatie die de DNA-databank in Nederland beheert.