Staken levert meer op dan enkel praten - Marc Hooghe Auteur: Marc Hooghe

do 20/08/2015 - 10:35 Marc Hooghe Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) stelt dat er onderhandeld moet worden, en dat men niets bereikt met stakingen: praten en niet staken. Maar dat klopt niet volgens historisch onderzoek. Vakbonden moeten eerst laten zien hoe sterk ze staan, voordat ze iets kunnen verwezenlijken aan de onderhandelingstafel.

Marc Hooghe is historicus en politicoloog. Hij doceert politieke wetenschappen in Leuven.

Het politieke jaar komt langzaam weer op gang, en het zijn vakbonden en werkgevers die daarbij de spits afbijten. Terwijl de meeste parlementsleden nog in vakantiemodus zijn, is vandaag al het eerste sociaal overleg gepland. Die vergadering komt er op een cruciaal tijdstip: het is net een maand geleden dat de regering-Michel haar fameuze taxshift erdoor drukte en daarna verdween als een dief in de nacht. De vakbonden reageerden toen uiterst negatief, maar we zullen vandaag pas merken hoe diep de wonden zijn die toen geslagen werden.

Ruzie tussen vakbonden

Er staat heel wat op de agenda, gaande van pensioenen en langer werken tot loonvorming. Allemaal bijzonder moeilijke dossiers, waar we de komende maanden nog wel meer over zullen horen. Het wordt dus vooral een hernieuwde kennismaking vandaag, en daarbij wordt vooral uitgekeken naar de ontmoeting tussen twee toppers van vakbonden: Marie-Hélène Ska (CSC) en Marc Goblet (FGTB). Die twee scholden elkaar deze zomer flink de huid vol, waarbij de persoonlijke beledigingen niet geschuwd werden. “Kent zijn dossiers niet” was daarbij nog het meest vriendelijke verwijt.

De verstandhouding tussen beide Franstalige kopstukken is nochtans cruciaal: vorig jaar slaagden de christelijke en de socialistische vakbond er relatief goed in om samen het protest tegen de regering-Michel aan te voeren. Als Ska en Goblet hun partijtje moddergooien voortzetten, dan kan de regering-Michel alvast op beide oren slapen: van een vakbondsfront is dan niet langer sprake.

Ook Pieter Timmermans van het VBO deed deze week alvast zijn duit in het zakje. In een interview met De Morgen stelde hij dat de vakbonden zouden moeten weten dat ze meer zullen bereiken met onderhandelen dan met staken. De strategie van Timmermans is duidelijk: de massale stakingen van het najaar 2014 hebben behoorlijk wat economische schade aangericht, en ze hebben het openbare leven flink in de war gestuurd. Timmermans wil een heruitgave van dat scenario vermijden en vandaar dat hij hoopt dat het deze keer allemaal bij een beschaafd gesprek onder de sociale partners blijft.

De oproep van Timmermans is uiteraard begrijpelijk, maar de kans dat zijn wens werkelijkheid wordt, is helaas tamelijk klein. Op 7 oktober komt er in elk geval een nationale vakbondsbetoging in Brussel, en het is ondenkbaar dat die actie nog wordt afgeblazen. Voor de vakbonden wordt het ook een cruciale dag. In november 2014 haalde de vorige vakbondsbetoging zo’n 120.000 deelnemers, en het wordt voor de vakbonden een hele uitdaging om dat succes te evenaren. De woede omwille van de harde besparingsmaatregelen van de regering-Michel lijkt wat weggeëbd, en de vraag is of er nog eens 100.000 mensen zullen opdagen.

Ondanks de oproep van Timmermans ziet het er dan ook naar uit dat het echte overleg pas na 7 oktober kan beginnen. Als de bonden opnieuw massaal kunnen mobiliseren, komen ze versterkt aan de onderhandelingstafel. Als het in oktober maar een flauwe bedoening wordt, bijvoorbeeld omdat de Franstalige vakbonden elkaar blijven uitschelden, dan zit het VBO weer op rozen.

Dat betekent met andere woorden dat zeker de eerste weken het sociaal overleg vooral in een verkennende fase zal blijven steken: werkgevers en werknemers tasten elkaars posities af, en leggen de agenda vast. Pas in oktober zal dan blijken hoe sterk de vakbond echt staat, en hoeveel de vakbeweging in staat is te mobiliseren.

Met staken boeken vakbonden winst

De stelling van Timmermans dat vakbonden meer bereiken door aan tafel te zitten dan door te gaan staken, is historisch gezien dan ook gewoon foutief. Vakbonden slagen erin het meest te bereiken als ze hun mobilisatiekracht ook effectief kunnen tonen. De macht van de vakbonden is dus relatief wisselvallig: als ze er niet in slagen voldoende volk op straat te krijgen, kunnen ze ook weinig verwezenlijken. De werkgevers hebben het wat dat betreft wat gemakkelijker: zij hoeven zich niet zo nodig telkens opnieuw te bewijzen.

De keuze van Timmermans is dus vals: het is niet of praten, of betogen. In de praktijk zal het meestal een combinatie zijn van diverse actievormen, en juist hierin ligt de mogelijke sterkte. De Gentse historica Gita Deneckere heeft hierover mooi onderzoek verricht, en de conclusie is telkens dat de arbeidersbeweging het meest kan realiseren als ze ook op straat komt en haar stakingsmiddel hanteert. Alleen bij heel extreme omstandigheden, zoals beide wereldoorlogen, krijgt de arbeidersbeweging een verwezenlijking als het ware in de schoot geworpen, zonder dat er veel extra moeite voor nodig is.

Vooral de gebruikers van het openbaar vervoer kunnen er dus beter rekening mee houden dat er de komende maanden wel opnieuw allerlei acties zullen worden gevoerd. Voor de vakbonden is het daarbij bang afwachten: de massale acties van 2014 hebben niet veel opgeleverd, en zelfs de belofte van de taxshift bleek uiteindelijk vals. De vraag is dan ook of de vakbonden wel in staat zullen zijn hun mobilisatiesucces van vorig jaar te evenaren.