Wat is het verschil tussen N-VA en CD&V? - Mark Eyskens Auteur: Mark Eyskens

vr 27/03/2015 - 12:38 Mark Eyskens Het zogenaamde gekibbel tussen CD&V en N-VA en meer bepaald tussen vice-eersteminister Kris Peeters en de N-VA-voorzitter en zijn ministers in de regering-Michel is veel meer dan alleen maar een misleidend, leuk moment in een politiek blijspel dat wordt opgevoerd door spelers die acteren in een bedenkelijk theaterstuk.

De polemische geluiden verbergen een veel essentiëler kakofonie. De toenemende disharmonie betreft trouwens niet enkel de relaties tussen N-VA en CD&V, maar ook Open VLD en MR krijgen het geregeld op de heupen van de standpunten ingenomen en de verklaringen afgelegd door N-VA-prominenten, inclusief de partijvoorzitter. De frictiepunten zijn legio en openbaren steeds meer een afgrond die gaapt tussen een partij, N-VA, die groot is geworden dankzij het exploiteren van de opgeklopte frustratiegevoelens van een deel van de bevolking enerzijds en de andere partijen anderzijds, die pogen de Belgische welvaartsstaat van Vlamingen, Walen en Brusselaars te behouden en te behoeden in tijden van veelzijdige crisis.

N-VA enterde het Vlaams Belang

Bij de verkiezingen van 25 mei 2014 heeft de toenmalige klassieke tripartite, geleid door Elio Di Rupo, globaal gezien, niet echt verloren, ondanks de aanhoudende economische crisis, die begonnen is met een apocalyptische bankencrisis, die was overgewaaid uit de VSA.

De doorbraak van N-VA tot de grootste partij in Vlaanderen en in België was hoofdzakelijk het gevolg van het leegzuigen door de Vlaamse nationalisten van het Vlaams Belang, voormalig Vlaams Blok, ooit nog veroordeeld wegens racisme. De kiezers van deze partij zijn gedurende decennia opgehitst met een politieke boodschap die ijverig de schuld legde voor alles wat fout liep bij hoofdzakelijk drie opgefokte zondebokken: de migranten, de Walen (en zo nodig de Brusselaars) en de Parti Socialiste (PS).

Het cordon sanitaire, dat de democratische partijen met succes gedurende een kwarteeuw rond het Vlaams Belang gelegd hebben, bleek uiteindelijk resultaat te hebben geboekt. De Vlaams Blok-kiezers gaven het op hun stem toe te kennen aan een partij die toch nooit haar programma zou kunnen verwezenlijken omdat zij blijkbaar ad vitam aeternam in de oppositie werd genageld.

Toen N-VA het communautaire geharrewar rond de al dan niet splitsing van BHV als speelgoedje in de schoot werd geworpen en tegelijkertijd in België de migratiestroom toenam, brak een periode aan die N-VA toeliet de ontgoochelden van het Vlaams Belang onderdak te verlenen. Het is evident dat vandaag N-VA zeer kwetsbaar is voor een anticlimaxgevoel bij deze nieuwe kiezers, die constateren dat de heldhaftige Vlaamse onafhankelijkheidsstrijd is herleid tot het wapperen van een paar Vlaamse leeuwenvlaggen, die worden gehesen op wielerkoersen in meestal lieflijke dorpen van landelijke aard.

De diepgaande en enorme zesde staatshervorming en de splitsing van BHV, door de regering Di Rupo verwezenlijkt, heeft de communautaire kaas van de nationalistische boterham doen verdwijnen. Met als klap op de vuurpijl dat in het regeerakkoord van het kabinet-Michel elk communautair initiatief tot ten minste 2019 werd afgeblokt en in de koelkast gestopt.

De verbetering van de verandering

Bovendien had N-VA-voorzitter Bart De Wever zijn verkiezingscampagne geplaatst onder het motto ‘de kracht van de verandering’, een slogan die uitmunt door verregaande banaliteit. In de huidige globale samenleving, gedomineerd door de wervelwinden van de wetenschappelijke ontdekkingen en technologische innovaties, verandert alles overal op elk moment van de dag. De veranderingen waren nooit zo groot, zo verspreid, zo snel en zo revolutionair. IJveren voor verandering is natuurlijk totaal naast de kwestie. Wat daarentegen wel absoluut noodzakelijk is, en dit niet alleen in de politiek, is ervoor te zorgen dat al die veranderingen zouden leiden tot verbetering. De verbetering van de verandering is derhalve aan de orde.

De echte opdracht van alle maatschappelijke verantwoordelijken, en ook in grote mate van de burgers zelf, is inderdaad veranderingen ombuigen tot echte menselijke vooruitgang. Veel veranderingen zijn goed en moeten worden gepromoveerd. Andere veranderingen zijn onvolmaakt en moeten worden bijgestuurd en een aantal veranderingen zijn bijzonder gevaarlijk en moeten worden bestreden.

Dat betekent dat alle nadenkende politici fundamenteel dezelfde ideologie hoeven aan te kleven, die ik al jarenlang het ‘meliorisme’, noem, namelijk de inzet voor verbetering van wat in het Frans zo mooi ‘la condition humaine’ wordt gedoopt. Maar deze inzet vertoont een fundamenteel ethische dimensie die zeer sterk appelleert aan de politieke partijen met een christelijk of humanistisch geïnspireerde program.

Ook al is de essentiële ethische vraagstelling zelden voorwerp van debat in de politieke cenakels, laat staan in de koppen van het nieuws geproduceerd door de media. Bijzonder complex maar ook maatschappelijk van levensbelang is de vraag hoe ethische regels tot stand komen en moeten worden toegepast in een democratische samenleving. Deze vraagstelling wordt veel te weinig gesteld, ook in onze universitaire en talrijke andere denktanks

Ethisch solidarisme

N-VA heeft een regeerakkoord onderhandeld en aanvaard dat het kabinet-Michel in staat moet stellen om de dringende sociaaleconomische structuurveranderingen door te voeren. Maar de zingeving van deze hele operatie wordt door de Vlaamse nationalisten geregeld geïnterpreteerd en zo mogelijk toegepast op een wijze die haaks staat op de waardeschaal van voornamelijk de christendemocraten. Uiteraard is dit hun volste recht. Het regeerakkoord kan dus nooit veel verder strekken dan een tijdelijke, hoofdzakelijk pragmatische samenwerkingsovereenkomst.

De mediamallemolen is niet steeds zeer accuraat in het nauwkeurig weergeven van wat opvattingen en stellingen zijn, maar alvast overheerst de indruk dat in de kringen van het Vlaams nationalisme het uiterst rechtse gedachtegoed op grote aanhang kan bogen. Dit leidt tot een maatschappelijke en politieke voorkeursschaal die bijzonder confronterend en onaanvaardbaar is voor wie ervan overtuigd is dat het sociaal darwinisme, - ‘the struggle for life and the survival of the fittest’ – moet worden bestreden. Hierbij wordt dan uitgegaan van de stelling dat we onze samenleving moeten behoeden voor individualistische overlevingsdrang, collectief egoïsme en samenloosheid en dat alom de wenselijkheid van meer menselijkheid dient te primeren.

De sociale zekerheid moet dus worden verstevigd en doelmatiger gemaakt met ook aandacht voor de bestrijding van de armoede. De nodige bezuinigingen in de begrotingsuitgaven worden best elders gezocht. Het ethisch solidarisme leidt ertoe te poneren dat in een land als België het sociaal discrimineren van de inwoners op basis van de taal die ze spreken, onaanvaardbaar is. Om die reden onder meer is een confederale opdeling van het land, zoals voorgesteld door N-VA, onethisch omdat daardoor de humanitaire solidariteit tussen Walen en Vlamingen wordt verbroken, gewoon omdat individuen en groepen een andere taal spreken.

Immigratie

Ook inzake immigratie is het waardedebat tussen nationalisten en humanisten scherp. De immigratie moet natuurlijk worden gestroomlijnd en er is absoluut nood aan een Europees geïntegreerd immigratiebeleid van de 28 lidstaten. Psychologen leggen evenwel uit dat de slogan ‘eigen volk eerst’ meesterlijk gevonden is, want hiermee wordt een gevoelige snaar geraakt bij veel onnadenkende mensen.

De verklaring ‘alle mensen eerst’, het enige echte waardevolle antwoord, vergt evenwel een veel moeilijker te brengen duiding. Pedagogie moet in dit geval krachtiger zijn dan demagogie, des temeer omdat, economisch bekeken, blijkt dat de immigranten, voor zover ingeschakeld in het productieproces, absoluut nodig zijn, onder meer voor het financieren van onze sociale zekerheid.

Het stigmatiseren van bepaalde groepen immigranten, zoals de Marokkaanse Berbers is dwaas, onverantwoord, onwetenschappelijk en onethisch. Wie deze uitspraak doet, zou er best aan herinneren dat bijvoorbeeld de heilige Augustinus, die kolossale kerkvader, een Berber was maar ook iemand die de wenselijkheid van meer menselijkheid voorop heeft gesteld.

Volk wordt bevolking

Vlaamse nationalisten hebben nog steeds niet de intellectuele moed om aan de bevolking een evidentie uit te leggen. Het begrip ‘volk’ wordt steeds meer onwerkelijk en dient vervangen door het concept en de realiteit van multiculturele ‘bevolking’. De multiculturaliteit is een feit en dat feit is onomkeerbaar. De grote, ingewikkelde opdracht is multiculturaliteit om te zetten in interculturaliteit. Het is de interculturaliteit die discriminaties en irrationele angsteffecten voor de vreemdeling onmogelijk en overbodig moet maken. ‘Niet de herkomst van de mensen maar hun toekomst is belangrijk.' Deze stichtende uitspraak is de verdienste van Bart Somers, de moedige en klaar ziende burgemeester van Mechelen.

De nationaliteit is niet langer de belangrijkste identiteitsfactor. Verbondenheid via afstamming, bloed en bodem (Blut und Botem, zo geliefd in het Duitsland van de eerste helft van de 20e eeuw) zijn totaal achterhaald in een globale wereld. De genetica bewijst bovendien dat racisme niet alleen immoreel is maar ook totaal onwetenschappelijk. Genetisch beschouwd zijn bijna alle mensen volledig gelijk en onze gelijkheid met de chimpansee en de bonobo haalt 98 %.

Er zijn wel diverse culturele kenmerken maar in een contactuele beschaving, zoals de onze, is het tijdperk aangebroken waarop de interculturele integratie van deze kenmerken niet alleen onvermijdelijk maar ook wenselijk is geworden. De identiteitskaart van de moderne mens, vooral in het welvarende Westen, lezen en interpreteren is niet zo makkelijk want hij leeft in het beweeglijke raam van vormen van gemeenschapssamenhorigheid.

Deze evolutie wordt niet steeds in dank afgenomen door het behoudsgezinde deel van de bevolking. De uitspraak ‘de wereld is ons dorp’ wordt weggehoond met de kreet ‘ons dorp is de wereld’. En deze kreet kan zelfs ontroerend klinken door zijn oprechtheid maar helaas snijdt hij geen enkel hout meer. Het nationalisme is dan ook een krampachtig achterhoedegevecht – en daarom juist is het populair in heel wat landen - dat contraproductief werkt en de inschakeling van lokale bevolkingsgroepen in de moderniteit van het derde millennium vertraagt en bemoeilijkt.

Sociaal overleg

Vooral op sociaal vlak is de houding van de Vlaamse nationalisten vaak irriterend aangezien zij allergisch reageren op de dialoog tussen de sociale partners, die er, ondanks meningsverschillen, uiteindelijk toch nog in slagen werkzame akkoorden te smeden. Waarbij de grote verdienste van Kris Peeters moet worden erkend, terwijl N-VA het niet nalaat ook wel eens stokken in de wielen te steken.

Daarbij wordt nogal gemakkelijk voorbijgegaan aan de evidentie dat de sociale zekerheid in grote mate wordt gefinancierd door de financiële middelen die door de werkgevers en de werknemers worden samengebracht. Het is dan ook helemaal normaal dat zij een dikke vinger in de pap willen steken en ook hebben, wanneer het gaat over de toekomst van deze sociale zekerheid.

Indien men kan gewagen van een Belgisch model, dan is het wel dat het sociaal beleid in grote mate via overleg en consensus tussen werkgevers en werknemers sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is tot stand gekomen. Dit overleg is niet taal- en communautair gebonden en stoelt derhalve op het blijven bestaan van een Belgische beleidsruimte. Het is begrijpelijk dat dit bij nationalisten leidt tot wenkbrauwgefrons omdat het aanvaarden van de resultaten van het sociaal overleg haaks staat op separatistische drijverijen.

Meteen rijst de vraag hoe de waardeschaal van de Vlaams-nationalisten moet worden ingeschat, wat betreft de toekomst van ons land, nu diegenen die het uiteenvallen van het land beogen, mee besturen aan de top van de federale structuur. Zeer klare wijn durven de leiders van N-VA hierover niet schenken. Wil N-VA België laten crashen?

Terug naar klassieke regering?

In steeds meer kringen, ook in Vlaanderen, wordt gefluisterd dat het wellicht beter waren geweest de klassieke tripartite met christendemocraten, socialisten en liberalen herop te starten. Maar dan liefst onder de leiding van een Vlaamse premier die het hervormingsbeleid van de regering-Di Rupo zou hebben doorgezet en geactiveerd. Het is evenwel juist dat met name de houding van de Franstalige socialisten en christendemocraten het op de been brengen van een nationale coalitie niet heeft mogelijk gemaakt.

Gedane zaken nemen geen keer. Het huidige regeerakkoord met de huidige ploeg van Charles Michel moet keurig en correct worden uitgevoerd. Maar het is evident dat de noodzakelijke sociaaleconomische en maatschappelijke hervormingen moeten kunnen worden ingepast in de sociaalchristelijke en sociaalliberale waardeschalen, die haaks staan op het individuele en collectieve egoïsme. Zo niet betekent de regeringsdeelneming dat men op zijn eigen ziel laat trappen. Deze redenering is vanzelfsprekend ook toepasbaar op de Vlaamse nationalisten, die hun eigen waardeschaal wensen te hanteren. Dat maakt een botsing van waardeschalen dan ook onvermijdelijk, met alle gevolgen van dien voor het politieke debat in de schoot van de huidige coalitie.

(Mark Eyskens is minister van staat.)