Het Vlaamse boek krabbelt overeind - Jos Geysels en Koen Van Bockstal Auteur: Jos Geysels & Koen Van Bockstal

wo 11/03/2015 - 11:07 Jos Geysels & Koen Van Bockstal Even terugspoelen. Het einde van de Bezige Bij Antwerpen in oktober 2014, een paar dagen voor de opening van de Boekenbeurs, zorgde in literair Vlaanderen voor verwondering, verontwaardiging en hevige emoties. Een aantal auteurs tooide zich op de openingsavond met een rouwband en van enig feestgedruis was er die avond weinig sprake. Begrijpelijk.

De voortdurend bijgestelde communicatie door het overkoepelende Nederlandse concern was niet meteen een toonbeeld van helder taalgebruik en zelfs voor ingewijden in het boekenvak riep de managersnewspeak meer vragen dan antwoorden op. Wat iedereen wél begrepen had, was dat het voortaan anders en beter zou moeten, volgens het concern. En dat er slechts één de eerste viool mocht spelen en een aantal auteurs op zoek kon naar een andere uitgever.

Het verdriet van Vlaanderen

‘De literaire uitgeverij, het is een beetje het verdriet van Vlaanderen’, schreef Ludo Simons (emeritus hoogleraar Boek- en bibliotheekwetenschap) ooit in een boeiend overzicht over het ‘Uitgeven van literatuur in Vlaanderen in de 19de en 20ste eeuw. Volgens hem werd dat vak 'vanaf de jaren 60, gegeven de gewijzigde economische omstandigheden, problematisch, en kort daarop regende het fusies en faillissementen. Faillissement betekende 'weg', en fusie betekent in de grond ook weg. De uitgeverij bleef dan wel fysiek waar ze was, maar het beslissingscentrum verschoof naar een anonieme concernleiding met vrijwel exclusieve aandacht voor de te halen winstnorm’.

Nieuwe initiatieven

Nu, vier maanden later, is de wind enigszins gaan liggen, maar worden de kaarten flink door elkaar geschud. De Bezige Bij Antwerpen bestaat nog steeds, weliswaar in een andere constellatie en met een jonge ‘hoofdredacteur’ aan het stuur of minstens aanwezig in de Nederlandse stuurhut. De ex-kapitein van De Bezige Bij Antwerpen heeft nu officieel een nieuwe uitgeversboot, getooid met zijn eigen naam ‘Polis’ en varend onder de vleugels van de ambitieuze Vlaamse uitgeverij Pelckmans. Verder kregen we de doop van ‘Hollands Diep’, het nieuwe avontuur van Robert Ammerlaan en ook bij Lannoo (een van de drie grote uitgevers uit de lage landen) wordt volop getimmerd aan een nieuw fictiefonds. Bestaande uitgevers als ‘Vrijdag’ steken een extra zeil bij en welingelichte bronnen bevestigen ons dat er binnenkort nog een nieuwe Vlaamse uitgeverij aan ‘de horizon’ verschijnt.

Er ruist dus het een en het ander in het struikgewas.
 

Een diepe kloof

In een voortreffelijk opiniestuk in De Standaard schreef Geert Buelens eind oktober 2014 dat verongelijkt zijn de Vlaamse literatuur niet vooruit zou helpen en dat de hand ook in eigen boezem moest. Het lijkt er vandaag op alsof die oproep niet op versteende aarde is gevallen. Voor het eerst in lange tijd wordt opnieuw substantieel Vlaams geld in Vlaamse boeken geïnvesteerd.

Niet uit revanchisme of uit leedvermaak, maar gewoon omdat het kan en uit gezond zelfvertrouwen. Bovendien kunnen we niet ontkennen dat Vlaanderen en Nederland steeds meer leven vanuit hun eigen ideeën, werkelijkheid, percepties en marktanalyses. Een recent rapport van de Nederlandse Taalunie stelt onomwonden dat het literaire grensverkeer van Vlaanderen en Nederland en de kennis over de auteurs en hun boeken van onze buren een bedroevend dieptepunt heeft bereikt tussen de buurlanden. En dat ondanks het verdienstelijke werk van ‘Ons Erfdeel’, de Nederlandse Taalunie, het Vlaams-Nederlands huis deBuren en de vele pogingen van het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Nederlands Letterenfonds om het enthousiasme voor de gedeelde literatuur in onze taalgemeenschap te promoten.

Hopelijk brengt het gezamenlijk Vlaams-Nederlandse gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse in 2016 (onder impuls van beide fondsen) een tegengestelde dynamiek op gang. Want ‘Nederlanders en Vlamingen hebben een gemeenschappelijke cultuurtaal die het voorwerp moet zijn van een gemeenschappelijke zorg’ (Jozef Deleu). Ook als het over de letteren gaat.

Volgens sommige professionals ligt de toekomst van de letteren niet in grote concerns maar eerder in kleine of middelgrote literaire fondsen waar ‘alles draait om een goed contact met de auteurs, de liefde voor het boek, een goede intuïtie en doeltreffende promotie en marketing’ (André Van Halewyck). De recente ontwikkelingen in het Vlaamse uitgeverslandschap lijken zich in dat perspectief te situeren. En dat is goed nieuws voor een boekensector die in Nederland én in Vlaanderen onder druk staat van dalende verkoopcijfers, technologische ontwikkelingen en eenzijdig marktdenken.

Bovendien kunnen nieuwe Vlaamse uitgevers de literaire verhouding tussen Nederland en Vlaanderen opfrissen en versterken. Niet om Vlaamse auteurs te ontmoedigen bij een Nederlandse uitgever onderdak te zoeken, wel om extra kansen te bieden aan fictie- en non-fictieauteurs met een eigen stem en zo zelf het heft in eigen handen te nemen voor onze culturele en literaire ontwikkeling. Dus geen krampachtige reactie tegen antennes van Nederlandse uitgeverijen maar wel het onbevangen creëren van eigen zendstations. Met een missie en een zendvermogen die verder reiken dan de eigen parochie en, hopelijk, met de actieve steun van alerte overheden die de warmte van de taal niet laten ondersneeuwen door de kilte van de cijfers.

(Jos Geysels en Koen Van Bockstal zijn respectievelijk voorzitter en directeur van het Vlaams Fonds voor de Letteren.)

 


Reageer

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.