Vrijwilligerswerk is een aanklacht - Tom Wouters Auteur: Tom Wouters

zo 01/03/2015 - 10:25 Tom Wouters Op 28 februari is de week van de vrijwilliger begonnen. Overal te lande staan politici klaar om tienduizenden vrijwilligers te feliciteren met hun engagement en hen te bedanken voor hun bijdrage aan de warme samenleving die Vlaanderen vandaag is. Dat is prima. Bedanken mag uiteraard altijd. Maar het zou meer dan triest zijn als het daarbij blijft.

Want vele vrijwilligers hebben met hun inzet ook een andere boodschap aan die politici: onze samenleving is helemaal niet zo warm en menslievend. Als we daar echt iets aan willen doen, moet dat structureel.

Tienduizenden vrijwilligers zetten zich vandaag in voor andere mensen. Soms heel rechtstreeks. Voor mensen vlakbij. Soms indirect, voor mensen uit een ander deel van de wereld. Vrijwilligers willen iets betekenen voor de rechtstreeks betrokkenen. Of dat nu de eenzame bejaarde om de hoek is of de arme boer in het Zuiden. Maar ze zijn niet zo naïef te denken dat daarmee de problemen opgelost zijn. Met hun inzet vragen zij een structurele aanpak. Hun vrijwilligerswerk is ook – en vaak vooral – een aanklacht tegen een bepaalde gang van zaken.

“Dicht het lek! Ik zal intussen wel hozen.” Dat is hun boodschap.

Vrijwilliger zijn vertrekt heel vaak vanuit verontwaardiging. Geconfronteerd met een wantoestand of met de slachtoffers van wat misgaat in de maatschappij, kiezen vrijwilligers ervoor om verontwaardiging om te zetten in engagement. Waar anderen klagen van aan de zijlijn, gaan vrijwilligers op zoek naar mogelijkheden om iets te doen. Vrijwilligers zoeken een plek waar ze hun verontwaardiging kunnen omzetten in daden. Het liefst van al een plek waar ze ook rechtstreeks resultaat zien.

Pijnlijk genoeg werkt al deze vrijwillige inzet soms als een slaapmiddel op de samenleving: “Kijk eens hoe geduldig die vrijwilligers de eenzame bejaarden bezoeken, hoe georganiseerd ze soep uitdelen aan daklozen, hoe sympathiek ze geld inzamelen voor armen in het Zuiden. Wat een warme samenleving zijn wij toch.” Hallo?!

Al deze vrijwilligers halen pas echt voldoening uit hun inzet als het probleem waaraan ze werken ook ten gronde aangepakt wordt. Onze mechanismen die voor solidariteit en eerlijke kansen moeten zorgen, vertonen ernstige mankementen. Vrijwilligerswerk is een permanente aanklacht hiertegen.

“Die mensen doen dat toch gewoon als hobby, om iets te doen te hebben, om onder de mensen te komen,” meesmuilt de scepticus.

Absoluut fout. Studies over vrijwilligerswerk tonen keer op keer aan dat vrijwilligers vooral een missie delen, met elkaar en hun organisatie. Ze delen een zorg voor de samenleving en ze willen verandering. In afwachting van die structurele verandering blijven ze niet bij de pakken zitten. En intussen is het mooi meegenomen om een fijne hobby te hebben.

Vrijwilligers verdienen elk bloemetje waarin ze tijdens de Week van de Vrijwilliger gezet worden. Meer dan ooit. Maar het risico dreigt dat in de bos bloemen hun aanklacht aan het beleid verloren gaat.

Heren en dames politici, ik kijk al uit naar de woorden die U deze week tot de vrijwilligers zal richten. Hoe U hen zal prijzen om hun inzet en de vele uren die ze gratis opofferen aan de goede zaak. Maar als u hen echt serieus neemt, vraag dan alstublieft ook eens naar hun motivatie. Welke verontwaardiging bracht hen ertoe dit vrijwilligerswerk op te nemen? Neem hun noodkreet ernstig.

Dicht het lek. Voor ze het hozen beu worden.

(De auteur is hoofd vrijwilligersbeweging bij Oxfam-Wereldwinkels - Week van de Vrijwilliger, 28 februari tot 8 maart 2015)