ACV: "Denkt de regering dat mensen dit boerenbedrog geloven?" Auteur: Marc Leemans

zo 23/11/2014 - 17:41 Marc Leemans Van bij het aantreden van de regering-Michel werd duidelijk welke koers ze zou varen. Die van de zeer (neo)liberale aanpak, waarbij men alles op de vrije markt zet. Vrij in de zin van: weg met regels en rechten.

De voorzitter van één van de drie liberale regeringspartijen tweette het onlangs nog zeer euforisch "no rules, no limits, just freedom". Dat naar aanleiding van de totale "vrijheid" die voortaan de gepensioneerden krijgen om onbeperkt bezoldigd te "mogen" blijven werken. "Om onbeperkt te kunnen bijverdienen", zo klinkt het. Voorwaar een hart onder de riem van het half miljoen werkzoekenden.

Uiteraard is deze regering parlementair gelegitimeerd. Maar dat is iets anders dan zeggen dat de mensen voor deze regering hebben gekozen. Laat staan dat de mensen dit beleid hebben gewild. Bij verkiezingen kiest men tot nader order nog steeds alleen voor partijen en hun programma. Niet voor een regering, noch voor een coalitie. Toch niet in een gefragmenteerd partijlandschap. Dat doen de politici zelf en dat is hun goed recht. Vergeet niet dat de vorige coalitie, die “marxistische belastingregering van Di Rupo”, aan Vlaamse kant twee zetels won. Op zich dus geen reden om het roer om te gooien. Maar ondanks die vertrouwensstem is het toch gebeurd. Dat is het goed recht van de betrokken partijen.

Ikea-kat

Op zich is dat niet de essentie van onze kritiek op deze zelfverklaarde Zweedse coalitie. "De kleur van de kat doet er niet toe, als ze maar muizen vangt", citeerde Pieter Timmermans onlangs nog gretig Deng Xiao Ping. Los van het feit dat het een wat rare referentie is voor een voorman van het VBO, kijken wij ook eerder naar de muizen, dan naar de kleur van de Ikea-kat.

Om niet opnieuw onder Europese voogdij te komen, boetes inbegrepen moet de regering het Europese begrotingstraject volgen. Dat betekent dus voor 11 miljard saneren. Natuurlijk moet de internationale concurrentiepositie van onze ondernemingen verbeterd worden. Zeker als die moeten optornen tegen de jarenlange Duitse loondumping. Wetende dat het vooral de arbeidsinkomens zijn die de collectieve voorzieningen en de sociale bescherming stutten. Iedereen kan ziek worden of kindjes krijgen.

Toch financiert men die algemene uitgaven tot op heden nog steeds in hoofdzaak door bijdragen op arbeid. Omwille van het taboe rond de tax shift die wij al jaren op tafel leggen, met inmiddels almaar meer medestanders. En zo komt het dat voor de verlaging van de loonkost weeral naar de werknemers en de sociale uitkeringen wordt gekeken. Zodat de inkomens uit kapitaal opnieuw kunnen worden ontzien.

De Ikea-kat heeft een zeer selectief muizenvizier. Deze regering viseert uitsluitend de economisch zwakste groep: werknemersgezinnen. Met een dubbelgepeperde rekening: een voor de sanering en een voor de competitiviteit. En met nog een rekening erbij: 750 miljoen extra op te hoesten om KMO’s die de zaak opdoeken te soigneren door de afbouw van de belasting op de liquidatieboni.

Botte bijl

De overheidsdiensten en -bedrijven moeten opnieuw voor 3 miljard vermageren. Dat is geen kaasschaaf. Dat is een botte hakbijl. Door de werkgelegenheid bij de overheid te amputeren – slechts 1 op 5 vertrekkers vervangen -, door werkingskosten weg te snijden, door investeringen terug te schroeven. Ongetwijfeld is er efficiëntiewinst te boeken bij de overheid. Alleen wordt die overheid nu op een hongerdieet gezet.

Zulks ontwricht niet alleen de dienstverlening aan de burgers. Zulks laat zich ook onmiddellijk voelen in de reële economie. Een overheid die minder uitgeeft is ook synoniem voor minder aankopen bij de privésector, minder koopkracht voor het overheidspersoneel, minder publieke infrastructuur. De overheid efficiënter maken, dat doe je niet met de botte bijl. Dat doe je met het ontleedmes, met investeringen en met waar nodig geen taboe rond extra overheidsjobs.

Verarming

Ook de sociale zekerheid is voor de Ikea-kat een fijn jachtterrein. Goed voor een besparing van om en bij de 5 miljard. Zo'n 2,8 minderuitgaven in de gezondheidszorg, door een halvering van de groeinorm, met een aanvullende besparing bovenop. En bovenop 2,1 miljard aan besparingen bij de sociale uitkeringen. Met opnieuw een botte en meedogenloze hakbijl, niets of niemand ontziend: jong, oud, man of vrouw, laagste en inkomens. Met dat woeste gehak vliegen de splinters wijd in het rond, maar nog met meest bij mensen die het al niet breed hebben.

Erger, met regelrechte verarming voor bepaalde categorieën. Zo verliezen onvrijwillig deeltijdse werknemers (die dus geen voltijds contract krijgen van hun werkgever) meer dan de helft van hun aanvullende uitkering, tot ver onder de Europese armoedenorm. Van de caissière in uw supermarkt tot de schoonmaakster bij u thuis. Zo verliezen oudere langdurig werklozen (die na ontslag geen bedrijfstoeslag van de werkgevers meekregen), hun anciënniteitstoeslag van de RVA. Maar eventjes tot 29% minder inkomen. Zo krijgen tijdelijk werklozen (dus op beslissing van de werkgever), voortaan maar een uitkering voor 65% van hun (begrensde) loon.

Indexsprong inbegrepen is dit 9% verlies. Zo moeten jonge schoolverlaters zonder toereikend diploma bij werkloosheid tot hun 21 jaar wachten op een uitkering. Zo verliezen vele oudere ontslagen werknemers hun recht op een aanvullende bedrijfstoeslag bovenop de werkloosheiduitkering en blijft slechts platte, armzalige werkloosheid tot het pensioen.

En dan heb ik het nog niet over de aanslagen op het tijdkrediet, de landingsbanen, de loopbaanonderbreking. Noch over de bijzonder hardvochtige maatregelen naar oudere werklozen om ze tot hun 65 jaar op te jagen op de arbeidsmarkt, inclusief verplichte repatriëring voor wie eerder al naar het buitenland vertrok. Michel I treft zo een hele reeks "pestbelastingen" die in het niets verzinken tegen de wat hogere bijdrage die men van de vorige tripartite moest betalen op de bedrijfswagens. En die toen ondernemersland op stelten zetten. Omdat ze de dure luxewagens wat minder konden inbrengen in de belastingen.

Verandering?

Dat onevenwicht zie je ook in het fraudebeleid. Met vooralsnog nauwelijks enige vooruitgang inzake de loon-en bijdragefraude van werkgevers of inzake fiscale fraude. Maar in het regeerakkoord wel bijzonder veel aandacht voor de fraude met sociale uitkeringen, met nieuwe vernuftige technieken. Van een meldpunt voor sociale fraude tot de controle van de energie- en waterfacturen. "Want dat zijn de hooligans van de sociale zekerheid".

Staatssecretaris Tommelein, zet alles op alles voor de sociale fraude. Maar heb je al één aanzet gezien van N-VA’ers minister Van Overtveldt voor Financiën of staatssecretaris Sleurs voor Fiscale Fraude?

Neem wat de beleidsnota-Sleurs zegt over het schandaal-Luxleaks, fiscaal hooliganisme in de overtreffende trap. "In deze zaak komt een rijkdom aan informatie aan het licht. Het is dan ook opportuun om de reeds beschikbare informatie verder te onderzoeken en de controlediensten zullen dan ook het gepaste gevolg geven aan de ingewonnen informatie.” Werkelijk beloftevol? Hier klinkt alvast weinig krachtige veranderingsdrang in door.

Zware takshamer

De belastingsdruk is veel te hoog. Daar gaan we straks nog even op door. En omdat die dus veel te hoog is wil Michel I dus niet kiezen voor nog meer belasten. Neen, hij kiest daarom voor minder overhouden. Wablief? Jawel. Hij doet dat op twee manieren.

Eerst met een indexsprong van 2% op lonen en sociale uitkeringen. We nemen van de mensen niets af, zegt Michel I. We geven ze enkel niet wat ze nog niet hadden. Maar, dat is wel wat mensen moesten krijgen om hun koopkracht op peil te houden. Een indexsprong is een eenzijdige belasting van 2% op wie werkt, werk zoekt, ziek is of op pensioen. Dat kost aan een voltijdse werknemer met een gemiddeld loon ruim 900 euro bruto per jaar. Voor een jongere met 45 jaar loopbaan voor de boeg is dat einde rit bijna een jaarloon. In een gezin dus dikwijls het dubbele ervan.

Hetzelfde voor de welvaartsvastheid. Het wettelijk gegarandeerde budget voor de verbetering van de pensioenen en sociale uitkeringen wordt met 23% verminderd. Dat is 23% afpakken wat van die groep de komende vier jaren had moeten krijgen. En bovenop worden de belastingverminderingen voor mensen met een sociale uitkering vier jaar lang niet geïndexeerd, zelfs met terugwerkende kracht voor de uitkeringen van 2014. Verhoging van de belastingdruk is kennelijk taboe, behalve voor wie van sociale uitkering moeten leven. Ook hier weer dat zelfde praatje dat men van de mensen niets afneemt, maar dat ze alleen wat minder extra krijgen. Denkt men nu werkelijk dat mensen oerdom zijn? Dat ze zulk boerenbedrog geloven?

Ceci n'est pas une correction

Maar er zijn toch correcties? Voor de laagste uitkeringen en ook voor wie werkt. We compenseren slim en zijn socialer dan de vorige regering, is het mantra. Is dit nu naïef expressionisme of puur surrealisme?

Neem eerst die indexsprong voor wie werkt. Hoe wordt die gecompenseerd? Met een verhoging van de forfaitaire aftrek voor beroepskosten, voor 900 miljoen, te verdelen over privé- en publieke sector. En dat tegenover een winst voor de werkgevers van de privé-sector alleen al van 2,6 miljard per jaar op. Daarmee spring je dus niet eens tot in het midden van de beek. Erger, daarmee geraak je zelfs niet eens van de kant. Want eigenlijk is die 900 miljoen hogere fiscale aftrek al volledig opgesoupeerd door de hogere accijnzen en BTW, voor 899 miljoen. Die zogezegde compensatie voor de indexsprong is dus gewoon je reinste volksverlakkerij.

Neem dan de indexsprong voor wie werkloos is, of ziek of op pensioen. Tot en met wie aangewezen is op het OCMW. Ook die gaat Michel I "slim compenseren". Met geld uit de overblijvende enveloppe van de welvaartsvastheid. Dus met het geld van de mensen zelf. Behalve een extra-budgetje van 127 miljoen, nog te verdelen over werknemers, zelfstandigen en bijstandsgerechtigden. Daarmee zou de indexsprong voor de minimumuitkeringen worden gecorrigeerd. Voor 1%, stelt de regering. Dat is dus maar de helft. En dan heb je nog niks gedaan voor alle uitkeringen boven het minimum.

Erger, met slechts 127 miljoen kun je zelfs niet die 1% doen voor de minima. Kennelijk omdat men initieel niks wilde vrijmaken voor de werklozen met een minimumuitkering. Nochtans samen met de leeflonen bij de laagste van de sociale uitkeringen. Of hoe de ideologie van het uithongeren van werklozen om ze aan de slag te krijgen, hardnekkig wordt volgehouden. Een slimme index? Mijn gedacht. Vooral een slimme uitleg van een domme maatregel.

530 miljoen voor de inkomens uit vermogen

Al even dom, de praatjes dat ook de vermogenden hun deel doen. Even een rekensommetje op basis van de begrotingstabel. Met wat goeie wil tel ik als bijdrage van de vermogenden 80 miljoen extra beurstaks en 150 miljoen extra bankentaks. Vraag me niet ook de 120 miljoen zgn. doorkijktaks mee te tellen, want die was al door vorige regering beslist. Dus 230 miljoen extra bijdrage. Niet veel, maar ook niet niks. Inderdaad, minder dan niks. Want dat geld is al triple weer teruggegeven aan vermogenden. Herinner u dat de tripartiete regering de belasting op de liquidatiebonus (voor wie zijn geld uit zijn onderneming haalt) verhoogde van 10 naar 25%. Dat was toen een van de geroemde pestbelastingen.

Deze regering draait dat nu al terug. Hetgeen op termijn 750 miljoen kost aan de staatskas. Simpele rekensom : 230 miljoen in en 750 miljoen uit. U kunt wellicht beter dan de regering de winst voor de vermogens berekenen, betaald door de werknemers. Voorwaar een tax shift: geld richting vermogens, betaald door de inkomens uit arbeid en sociale zekerheid.

Alternaiëf?

Maar er is geen alternatief! Dat roepen de drie liberale regeringspartijen om het hardst. Onze loonlasten zijn zo arbeidsvernietigend dat we die moeten verlagen. Onze belastingdruk is dermate hoog dat we die moeten verminderen. Maar voor wie is die belastingdruk zo hoog? Toch vooral voor wie zijn inkomen uit werk haalt. Die betaalt 45%. Wie zijn inkomen haalt uit vermogen (op de bank, op de beurs of in vastgoed) betaalt veel minder. België bengelt inzake het belasten van een inkomen uit vermogen aan de staart van de OESO-landen. België staat zelfs allerlaatst voor het belasten van meerwaarde op aandelen en vastgoed. En ook dividenden en interesten op obligaties belast ons land een pak lichter dan het OESO-gemiddelde.

Er is geen alternatief? Sorry, de drie liberale partijen binnen Michel I willen simpelweg geen alternatief. Ondanks de pleidooien van de Hoge Raad voor Financiën, van de OESO, zelfs vanuit de Europese Commissie voor een tax shift van arbeid naar vermogenswinsten. En dat zeggen ook zeer veel slimme mensen die daarover uitspraken durven doen. Maar niet deze regering. Want met een hogere belastingdruk zouden de vermogens gaan vluchten. En dus liever het snelle gewin bij de werknemers en zij die het al niet breed hebben. Die vastgenageld staan op Belgische bodem. Deze regering rijdt dus echt wel voor de rijkeren. Wie niet vermogend is, is daarom ook niet dom en evenmin naïef. Dat gebalk over géén alternatief is veel te doorzichtig. Er zijn mogelijkheden zat. En daarvoor pleiten is helemaal niet naïef. Minstens zo weinig naïef als de OESO, de Hoge Raad voor Financiën, de Europese commissie en al die slimme experten.

Banen voor looprekken

Vanuit het generationele doemscenario houdt Michel I ook iedereen langer aan de ketting. De werkketting welteverstaan. We worden allemaal veel ouder en dus zijn we langer op pensioen. Dat kunnen we niet blijven betalen. Dus laten we ieder langer werken. Ze dragen dan langer bij en krijgen minder lang uitkeringen. Simpele redenering toch? Dus werken we langer, tot 67 jaar of meer als het moet. Wettelijke pensioenleeftijd in twee stappen naar 67 jaar en nadien koppeling aan de stijgende levensverwachting. De eindmeet wordt dus lineair opgeschoven. Oogt mooi en vooral rechtvaardig.

Maar achter de mooiste ogen kan een heel lelijk karakter zitten. De simpele lineaire redenering houdt geen steek. Want niet iedereen vertrekt gelijk aan de meet. Letterlijk en figuurlijk. De ene begint vroeger te werken dan de andere. En wie vroeger begint te werken heeft meestal ook een zwaarder en bochtiger parcours. Hoe korter de scholing, hoe moeilijker de arbeid en de arbeidsomstandigheden. De levensverwachting van de gemiddelde industriearbeider blijkt heel wat korter dan die van de doorsnee bedrijfsleider. De zgn. gezonde levensverwachting, het aantal jaren dat men te goed heeft in goede gezondheid, dat loopt nog sterker uiteen, tot meer dan 10 jaar verschil volgens studieniveau... Soldaten leven minder lang dan generaals, vooral in oorlogstijd. En zelfs al is de koers even lang, wat ze dus niet altijd is, dan staan er voor werknemers dikwijls vele horden op de baan. Anders gezegd, de regering wil de loopbanen rekken. Maar dit leidt vooral tot meer banen voor looprekken.

Die risico’s had de expertencommissie, die de pensioenhervorming mocht voorbereiden, al bij al goed begrepen. Hun omstandig rapport, waar nog vele vragen instonden, is zeker een (kritisch) te bespreken werkdocument. Maar Michel I verminkt de bruikbaarheid van dit rapport door aan cherry picking te doen. Het rapport vermeldt de 67 jaar enkel als een op termijn te bediscussiëren mogelijkheid, mits tal van conceptuele en functionele voorwaarden. De beslissing van Michel I is een voorafname, een aanpak van voldongen feiten.Zo krijg je nooit een voldragen overleg en nooit een overlegd draagvlak. De cherry picking, al lijkt het meer op het selectief pikken van de zure krieken, kreeg daarom ook bakken kritiek van de expertengroep, die zich nu terecht misbruikt voelt.

De opgeschoven eindmeet krijgt bovendien geen enkele flankerende aanpak. Hoe gaan mensen hun verleng(en)de loopbaan kunnen uitdoen? Hoe houden ze dit fysisch en psychisch vol? Wie gaat de jobs creëren om die ouderen aan de slag te houden en tegelijk te voorkomen dat jongeren de dupe worden van dat langere werken van hun ouders… en grootouders.Dat zullen de vakbonden moeten oplossen. Want al dat soort vragen kaatst de regering terug naar het overleg.

Overleg 4.0

Maar dat is in het hoofd van Michel I evenwel geen overleg om te komen tot een akkoord. Dat is wel een (regerings-)beslissing waar het “overleg” enkel nog een “zeg” krijgt over de modaliteiten. In die rol willen ook steeds meer werkgeversorganisaties de vakbonden dwingen. Geen inspraak, enkel nog uitspraak. Waarbij de regering dan finaal het laatste woord heeft. Geen voorbijgestreefde sociale dialoog meer. Alleen nog vooruitstrevende patronale monoloog. En “als de vakbonden niet mee willen moet de regering het maar zonder hen doen”. Een uitspraak die kadert in de visie van de Vlaamse ondernemers op de Onderneming 4.0 en volgens hen gedeeld wordt door deze regering. Een uitspraak waarmee werkgevers wellicht niet meer geconfronteerd willen worden als de politieke slinger ooit terugkeert. Want werkgevers mogen wel dreigen met het staken van investeringen of met delocalisering of met een run op de (Belgische) bank of Staat. Maar o wee de vakbondsleider die de stem eens verheft. De morele suprematie spat er af.

Zulke patronale partners zetten met zo’n uitspraken het overleg simpel weg. Bij het vuilnis. Overleg als overgebleven brownfield uit het industriële tijdperk. Terwijl wij altijd geloofd hebben dat je moet investeren in wederzijds begrip, in het mekaar overtuigen en in het overtuigd worden, in zoeken naar consensus, compromis en win-win. Uitspraken als “dan maar zonder de vakbonden”, gedaan door politieke of patronale vertegenwoordigers, doen ons huiveren. Want ons syndicaal empathisch vermogen wordt dan wel heel sterk onder druk gezet door het kapitaalkrachtig vermogen. De macht van het geld. De “winner takes it all”. De patronale keuze voor klassenstrijd. De nuances voorbij. No rules, no limits, just ... dom!

(Marc Leemans, voorzitter ACV.)