"Ja, ik ben bang" - Els Aeyels Auteur: Els Aeyels

vr 15/07/2016 - 13:14 Els Aeyels Na deze nieuwe aanslag ben ik bang, zegt VRT-journalist Els Aeyels. Niet bang dat ze zal omkomen bij een aanslag, maar bang voor de gevolgen van al die aanslagen voor zichzelf en de maatschappij.

Els Aeyels is VRT-journalist.

Ja, ik ben bang. Natuurlijk ben ik bang. Het is niet omdat je als journalist in de loop der tijd behoorlijk wat professionele eelt op je ziel kweekt, dat je in het dagelijkse leven ongevoelig wordt voor de gruwel die blijkbaar eigen is aan de mensheid.

Dus ja. Ik ben bang.

Maar pas op, ik ben niet bang dat ik zal omkomen in een terreuraanslag. Of toch niet banger dan dat ik zal overreden worden door een auto of dat mijn dak op mijn hoofd valt, terwijl ik in mijn zetel een middagdutje doe. Het leven is per definitie onvoorspelbaar en onrechtvaardig. Een ongeluk schuilt in een klein hoekje. Je moet gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn.

Ik ben dus niet banger dan vroeger om een vliegtuig te nemen, of de metro. Om naar een festival te gaan of op café. Ik let meer op, dat wel, dat gaat vanzelf. Of je nu wil of niet, je bent net iets meer op je hoede. Maar constant in angst leven, neen, dat weiger ik.

Want dààr ben ik bang voor.

Ik ben bang dat terroristen ons ons leven ontnemen, niet door het kapot te schieten, maar omdat we lang daarvoor al gestopt waren met leven

Ik ben bang dat terroristen ons ons leven ontnemen, niet door het kapot te schieten, maar omdat we lang daarvoor al gestopt waren met te leven.

Ik ben bang dat we gaan wennen aan het geweld. Dat er een moment aanbreekt waarop we wakker worden en beseffen dat dit soort waanzin niet alleen meer ver van ons bed dagelijkse kost is. Dat we bij de volgende, iets minder bloederige beelden denk: “Ach, het was maar een kleintje deze keer”.

Ik ben bang dat onze tranen opdrogen. Ons protest stilvalt. Ons geschreeuw stopt. Ons verzet breekt.

Ik ben bang dat we gaan terugplooien op onszelf. Dat we in onze eigen kleine cocon kruipen en denken: “zo lang mijn geliefden en ik maar ok zijn…” Dat we ons gaan aanpassen en gaan onderhandelen en ze misschien voor een stuk hun zin geven. Wat gaat er eerst? De rechten van holebi’s (want dat ben ik niet)? De stem van een vrouw? Het onderwijs? De ongelovigen?

Ik ben bang dat ik in elk van die scenario’s al snel prijs heb. En de mensen om me heen misschien nog sneller.

Ik ben bang dat we het opgeven. Ik ben bang dat wat ik nu ga schrijven, me zal verweten worden als het summum van naïviteit, maar ik ben nog banger dat we het niet zullen redden als we niet wetens en willens een beetje naïef blijven.

Ik wil niet bang zijn. En ik wil niet toegeven. Als ik er op een dag aan moet wegens mijn zondige leven, dan hoop ik bij alle goden in wie ik niet geloof, dat die zonden de moeite waard zijn geweest en dat ik er schandelijk van heb genoten.

Ik blijf praten, roepen, zingen, huilen, dansen, kussen en lachen. Als het kan nog wat harder dan voordien. Want ik ben bang voor wat er zal gebeuren als ik daar mee stop.

I will not go gentle into the night. I will rage against the dying of the light.

En ik hoop van u hetzelfde.