In zee met Decaluwé! - Van Dievel Consulting Auteur: Louis Van Dievel

za 06/02/2016 - 10:26 Louis Van Dievel Waarin medewerkers van Van Dievel Consulting spontaan een nieuw lied aanheffen: "Wees toch geen Decaluwé, doe toch vrolijk mee, wees toch niet zo dom, bel niet met Jambon!"

Journalist en schrijver Louis van Dievel kijkt elke week met guitige ogen naar de grappige (en minder grappige) kant van de politieke week. Hij kruipt daarvoor in de huid van marketeer -  "verkoper van gebakken lucht" - Van Dievel Consulting.

Ik had een beroerde nacht achter de rug. Ik had gedroomd dat een veearts, gespecialiseerd in hormonen, de nieuwe CEO van zwijnenstal VRT zou worden. Gelukkig zijn dromen bedrog! En alsof dat nog niet erg genoeg was, had ik vervolgens een nachtmerrie over Johan Van Overtveldt en Zuhal Demir van de N-VA die poedelnaakt als Adam en Eva in belastingparadijs België rond dartelden, gul fiscale voordeeltjes uitstrooiend over multinationals, en absoluut geen last hebbend van schaamte, vermits de zondeval nog niet in in aantocht was.

Nog niet... 'Beste ondergeschikten,' had ik Dinska en Brab toegesproken bij het ontbijt, 'houd gij VDC draaiend, dan zal ik een frisse neus en een helder hoofd gaan halen op de Kalmthoutse Heide. 'Het zal u deugd doen patron,' zei Dinska Bronska, 'ge ziet eruit alsof ge zopas op straat zijt gezet door het ACV.'

Kamperen op de heide

Hola! was mijn primaire reactie: Camp Kalmthout, slecht voor het toerisme!

Een half uurtje later reed ik ontspannen in mijn donkerzwarte SUV over de wandelpaadjes van het natuurreservaat, af en toe toeterend naar wandelaars die zich niet snel genoeg uit de voeten maakten en aldus mijn voortgang hinderden. Groot was mijn verbazing toen ik ter hoogte van de Paalberg een tentenkamp ontwaarde. En geen gewoon tentenkamp van verdwaalde scouts maar een miserabel, teneerdrukkend tentenkamp dat, toen ik nieuwsgierig naderbij kwam, bewoond bleek te zijn door vele honderden vluchtelingen - mannen, vrouwen en kinderen - uit verre en door armoe, droogte en oorlog geteisterde landen. Hola! was mijn primaire reactie: Camp Kalmthout, slecht voor het toerisme!

Voor ik het wist was ik omringd door tientallen ziekelijk bleke, klappertandende en doornatte tentenkampbewoners die mij - niet onvriendelijk maar toch ook dreigend hoor, naar mijn gevoel althans - om de kortste weg naar Groot-Brittannië vroegen.

Ik zette de ruitenwissers aan, schakelde mijn Porsche Cayenne in achteruit en reed met brullende motor naar het gemeentehuis van Kalmthout, om aldaar mijn burgerplicht te vervullen en de burgemeester ervan te verwittigen dat een zwerm oversekste vreemden in onze Heide was neergestreken. 'Ze baden zich in het Kriekelarenven, burgemeester, waar het krioelt van de zika-muggen!'

Zorgvuldig veegde ik daarna met een doekje de vuile vingerafdrukken weg die de vluchtelingen op mijn bolide hadden achtergelaten. Integratie begint met het respecteren van andermans eigendom, bedacht ik licht verontwaardigd.

Artsen zonder schaamte

Ik haastte mij naar onze modeste villa om mijn medewerkers van het dreigende gevaar op de hoogte te brengen. Groot was mijn verbazing, die zich gaandeweg ontpopte tot woede, toen ik vaststelde dat de oprit naar het hoofdkwartier van VDC Unlimited was versperd door een tent van het Rode Kruis.

Toen ik deze plat had gewalst, botste ik op een nieuwe tent, deze keer van Artsen Zonder Grenzen, een organisatie die VDC nota bene jaarlijks met vijftig euro sponsort! Artsen zonder schaamte, ik had er geen ander woord voor. En achter die hinderpaal ontvouwde zich, op mijn voorheen perfecte gazon, tot mijn verbijstering een heel tentenkamp, niet half verzopen en primitief zoals aan de Paalberg, maar ordelijk, netjes , droog en voorzien van alle nodige sanitair. Beter uitgerust dan de gemiddelde camping in Frankrijk, quoi.

Alreeds vormde ik op mijn draadloze gsm het telefoonnummer van minister Jan Jambon - want ik ken die - om de hulp van zijn stoottroepen in te roepen tegen dit kwalijke nest van vermoedelijke terroristen, verkrachters en gelukszoekers.

Alreeds vormde ik op mijn draadloze gsm het telefoonnummer van minister Jan Jambon - want ik ken die - om de hulp van zijn stoottroepen in te roepen tegen dit kwalijke nest van vermoedelijke terroristen, verkrachters en gelukszoekers, toen ik Dinska Bronska en Brabançonne in de gaten kreeg. Achter een tafel schepten zij lachend en grappend lekker ruikende soep en halal stoofvlees met frieten in de borden van een lange rij wachtende en overduidelijk hongerige vluchtelingen. In mijn zondagse servies!

En niet alleen mijn ondergeschikten schikten zich naar de eisen van het tentenvolkje, ook de buren van onze modeste villa waren druk doende met het beoefenen van vijf van de zeven Werken van Barmhartigheid, zoals ene Jezus Christus toch al een tijdje geleden aan zijn volgers opdroeg.

Toen ze mij zagen, hieven zij een geïmproviseerd liedje aan:

"Wees toch geen Decaluwé, doe toch vrolijk mee, wees toch niet zo dom, bel niet met Jambon!"

Waarna een woordvoerder van de vluchtelingen mij in negertjesengels bedankte voor de aangeboden gastvrijheid.
Het applaus dat volgde was overdonderend.
'Geef ze toch geen eten,' probeerde ik nog, 'want dan blijven ze maar plakken!'
Ik had desalniettemin moeite om mijn gezicht in een harteloze plooi te houden.

Den Baard is kustburgemeester

'Kameraad John,' sprak ik hem aan, 'kunt ge mij van pakweg tweehonderd vluchtelingen komen verlossen met uw push-back-methode?

Maar ja, in crisissituaties is emotie een slechte raadgever. Prompt belde ik met John Crombez.
'Kameraad John,' sprak ik hem aan, 'kunt ge mij van pakweg tweehonderd vluchtelingen komen verlossen met uw push-back-methode? Ze tasten hier het maatschappelijk weefsel aan.'
'Kameraad Lowie,' antwoordde den John bedrukt, 'ik kan u niet helpen, ik ben door mijn partij teruggefloten.'
'Kan den Baard misschien helpen?' drong ik aan.
'Den Baard is tegenwoordig baardloos én kustburgemeester, kameraad Lowie, dat laatste zegt wel genoeg zeker. Gij woont toch dicht bij Holland, probeer het eens bij Diederik Samsom.'
Ja, zo kan ik het ook, wilde ik nog opwerpen, maar alreeds was de verbinding verbroken.

Er ging mij desalniettemin een licht op: niet Samsom zou mijn redding zijn, maar Samson met een N.
Ik nam opnieuw mijn gsm.
'Gert,' sprak ik grote baas Gert Verhulst van Studio100 en Plopsaland amicaal aan, 'long time no see, enzo.'
'Wat kan ik voor u betekenen, oude gabber,' antwoordde Verhulst niets vermoedend.
'Wel,' zei ik op hopelijk achteloze toon, ' ik weet dat uw Plopsaland pas in maart opengaat, maar ik zou wat vrienden van mij willen verrassen met een bezoek aan uw schone attractiepark. Een man of tweehonderd, zou dat lukken? Dan bestel ik gelijk vier bussen'.