Nu eentje voor alle zelfstandigen! - Celia Ledoux Auteur: Celia Ledoux

do 07/01/2016 - 14:36 Celia Ledoux Het is een nieuw jaar, en wellicht heeft u voornemens. Zelf heb ik er geen, maar wel één groot plan. Een paar maanden geleden besloot ik zelfstandig te worden.

Celia Ledoux is auteur en columniste.

Werkloosheid: uw verstandige carrièreplan

Ik zou zeggen dat ik bang ben, maar dat is het woord niet.
Ik vind het spannend. Ik moet in hoofdberoep starten. “Schrijver” beschouwt de wetgever niet als beroep - hij deelt die mening trouwens met verschillende van mijn kennissen. Ik val onder een wettelijke koterij waarnaar mijn bankfiscalist ooit echt moest zoeken en rommelen, en een statuut mankeer ik.

Binnenkort zal ik alleenstaand gezinshoofd zijn. Bijna 800 euro bijdrage per kwartaal betaal je dan vanaf het begin, ook al heb je nog geen klant, factuur of cent in handen. Dat mag immers niet van de wetgever.
Soms lijkt het onverantwoord. Mijn andere optie is werkloosheid als carrièreplan. Verschillende fiscalisten hebben het aangebracht. Toch een vrij deprimerend idee.

Ik heb vlinders in mijn buik. Ik ril een beetje. Een deel van de spanning is opwinding en zin. Ik voel me precies zoals in het middelbaar toen we leerden duiken.

Ik heb een plan in dubbel spoor om me veiliger te stellen. Eentje rond baby’s en ouders, eentje rond schrijven: mijn expertises en passie. Ik heb een redelijk veilige manier van instromen, een netwerk, onredelijke werklust en liefde voor mijn vak, en een creatieve manier van werken die van pas zullen komen.

Je kan lang kijken hoe een ander duikt, je nek vouwen, je armen positioneren. Je kan erover praten en de turnjuf kan de afzet nog eens voordoen met haar blauw-witte badsloffen en bedompt shirtje. Die eerste sprong blijft altijd blind. Je weet niet hoe je vliegt of hoe je neerkomt. Je staat daar met ontzettend weinig aan en je moet het nu doen.

Ploetermoeders en rotregeltjes

Ik zou het niet meer doen, zelfstandig worden, hoor ik vrienden zeggen.
Ik vertel mezelf dat ik een voorzichtig type ben en zo rustig te werk ga dat het mij niet zal overkomen.
Ik kan me niet voorstellen dat het me niet lukt.
Maar makkelijk wordt het ons niet gemaakt.

Momenteel zie ik ontzettend veel jonge moeders zelfstandig worden. In de arbeidsmarkt vandaag zijn zoveel extreem flexibele werkkrachten te vinden dat je snel afvalt. Het is ook niet fijn om kinderen van 7 tot 7 in de opvang te laten: slaapdronken afleveren, slapend oppikken. En bovendien hebben die vrouwen wat te bieden.

Om me heen wemelt het van hen. Copywriters die foto’s posten van een kinderbox naast hun bureau. Journalistes die hun schok delen wanneer hun hoofdopdrachtgever hen op die harteloze manier, gangbaar in de pers, in één klap en zonder waarschuwing op straat zet.
Ze verzamelen in online ondernemersgroepen waar ze plannen overleggen, zoeken naar boekhouders en vragen stellen om uit het kluwen van rotregeltjes wijs te worden.
Ze netwerken wanneer de kinderen op school zitten, nemen het mekaar niet kwalijk als er op de achtergrond eentje jengelt wanneer je belt, spreken hun businessplannen en samenwerkingsideeën door in het dinosaurusmuseum met het wederzijds kroost eromheen.

Het gat in hun onderschatte markt

Dit zijn geen vrouwen die het ondernemen van thuis uit mee krijgen. Ze zijn de nieuwe economie. Zij zijn de eerste generatie die massaal geen vaste job meer vindt, enigszins op niveau én combineerbaar met ouderschap, die wel werk willen of moeten hebben, en die besluiten: ik klaar dat zelf.

Je moet de ideeën zien waar ze mee aankomen. De gaten in hún markt. Ze beginnen winkels voor moeders die boomen als niets, vinden de eerste echt mooie borstvoedings-bh’s uit, zetten vroedvrouwpraktijken op die tot ontmoetingscentra uitgroeien, zo succesvol dat een NV-statuut zich opdringt. Reclamebureaus geven kleine ondernemers een identiteit omdat zijzelf die rommelend moesten scheppen, consultancybedrijven rekenen af met de bureaucratie die hen in overheidsdiensten zoveel extra uren kinderopvang kostte, schrijvers werpen ideeën die groot enthousiasme ontmoeten omdat ze simpelweg nooit werden gezien. Het kapitale werk van mama zijn wordt vaak onnozel gevonden. Voor deze vrouwen is het een realiteit, en zij weten: er zal altijd brood in zitten.

Ze zetten duizend petjes op. Ze delen, ruilen en soms klagen ze.
Ze floreren immers dankzij hun inventiviteit in een enorme doelgroep waar nooit naar wordt geluisterd. Maar soms crashen ze toch, omdat zij weinig steun en een heleboel tegenwerking kunnen verwachten. Niet zelden van onze overheid.

Onderneemster gevraagd om flink tegen te werken

Gek hé? Je zou denken dat een overheid die al jaren steen en been klaagt over het ontbrekende Vlaamse ondernemers-DNA, die ondernemers zou steunen. Je hoort zeggen dat vrouwen in het ondernemerschap aangemoedigd moeten woeden.

Tja, overheid: aan “hiephoi” hebben wij niets zonder concrete steun.
Ik verwachtte die steun wel na zo’n discours. Ik heb ernaar gezocht, wadend door een paperassenwinkel en werkelijk: ik wou dat ik over de praktische opstapjes was gestruikeld.
Het begint al bij het ondernemen op zich. Intussen dénk ik te begrijpen wat van me verwacht wordt, maar om de week ontdek ik nog een angel of een uitzonderingsregel met weer eens een clausule of vijf eraan verbonden.
Het ondernemen, dat voel ik: dat zal lukken. De rommel eromheen baart me zorgen. Misschien fraudeer ik wel zonder het te weten. Ik heb nog steeds schrik dat ik iets over het hoofd zie en straks een belastingcontroleur binnen krijg die kwaad opzet in mijn vergetelheid ziet en me een boete geeft die de zaak nekt.

Specifieke maatregelen voor moeders of vrouwen kan je vergeten. Was ik maar gepensioneerd, dacht ik de afgelopen maanden soms. Dan bestaan er flexibele manieren van zelfstandig worden.
Na veel zoeken vond ik één hulpmaatregel voor ondernemende moeders. Als je een heleboel moeilijk te verkrijgen papieren indient, krijg je een sommetje kinderopvang terugbetaald dat minder tijd dekt dan het opsnorren van die papieren.
“Dan maar een box naast het bureau”, hoor je vrouwen massaal denken, “en bedankt voor de hulp.”

De zelfstandige en de transnationale onderneming: één pot nat?

Ik kijk naar het ene politieke kamp, dat grote ondernemingen of transnationale bedrijven tax breaks en subsidies bezorgt. Ik zie het andere kamp dat afstrijden.
Ziet niemand hoe “kleine zelfstandigen” en loontrekkenden naar mekaar toe drijven en een gedeeld sociaal statuut verdienen?
Is de Belg niet ondernemend, of hoedt hij zich om zijn ondernemendheid uit te leven zolang de regels zo onontwarbaar en de straffen zo genadeloos zijn?

Als ik zelfstandige was, zou ik me flink in de kou voelen staan.
Ach, wacht: ik bén het al. Ben ik politiek mooi in de aap gelogeerd!

Je staat op die wipplank. Het zwembad is ijskoud. Je moet tussen de rommel duiken die in het water drijft, en als je ‘m raakt, krijg je een boete van de opzichters. Je merkt dat het voor anderen de duik moeilijker maakt, dat ze door hun laatste twijfel soms plat op hun buik in het water landen.

Ben ik hier wel voor gemaakt?, vraag ik me af. Iets in mij zegt van wel.
Ik probeer te mikken. Ik neem mijn aanloop.

Ik weet zeker dat dit zal werken.

Bang is het woord niet.
Misschien ben ik wat wantrouwig.

Als de overheid dat zwembad nu eens warmt, de rommel opruimt en die opzichters laat helpen voor ze penaliseren? Dan duiken we massaal en feilloos. Helemaal vanzelf.