Er is een kindeke geboren: over pijnloos bevallen - Celia Ledoux Auteur: Celia Ledoux

vr 25/12/2015 - 15:29 Celia Ledoux Ik zat al met een kladje op mijn computer. Maar hoe praat je daarover, hé. Pijnloos bevallen? Dus ik stel het uit. Deze week ging Koppen XL over premature baby’tjes. Toen moest ik erover schrijven. Het is nu nacht. Ik ben moe en zou graag slapen, maar dit verhaal wil geboren worden. Zoals een baby, in donkere stilte, zonder het storen van oudere kinderen die willen rondrennen, joelen en knuffelen; zonder de wereld. Het is geen kort verhaal, maar ik geloof dat het vlot leest. Ik geloof dat het een kerstverhaal is, dat het een mooi einde heeft en veelbelovend is.

Celia Ledoux is auteur en columniste.

Er is taal voor premature geboorten

Je weet dat natuurlijk. Je hebt veel verhalen gehoord. Over moeders die “opeens” moeder waren terwijl ze nog maanden zwangerschap verwachtten. Die soms weken in coma lagen voordat ze hun kind zagen en bij het ontwaken hoorden dat ze moeder waren.
Dan de routine. De mama, strompelend van materniteit naar neonatologie - vaak na een heel zware bevalling. Een sas door, ontsmetten, jas om, en dan uiteindelijk met veel  waarschuwingen hun kindje zien. Vasthouden mogen ze het zelden.
Neonatologiekamers voor moeder en kind samen laten al veel te lang op zich wachten, en de scheiding kan lichamelijk en emotioneel voor beiden flinke schade meebrengen. De mama, ontslagen na een halve week omdat zij het draaglijk goed stelt, zodat ze dat kindje nog minder kan zien. Die vader die zijn kleintje vier keer na mekaar gekatheterd ziet met een tube, onmenselijk groot voor zijn minilijfje. Hij ziet het kindje geluidloos huilen - want de tube in zijn mond houdt het geluid tegen. Zijn gevoel zegt hem zijn kindje te beschermen en helpen. Dat kan niet.
Het is geen wonder dat zoveel ouders van zeer zieke pasgeborenen weg blijven. De pijn en emotie zijn zo groot dat het bijna ondraaglijk moet zijn.

Die kindjes, zo groot als een flinke mannenhand, vol buisjes en apparaten. Een huidje zo zacht dat het bijna doorschijnend is op ziekenhuislakens… Die minivingertjes die zich om de behoedzaam uitgestoken vingers van de mama vormen, de ontroering in haar stem als ze dat voelt. Wat een geluk dat al die techniek er is, denk je. Die kennis, zodat deze kindjes leven. Anderzijds de hele tijd de wrijving dat het zo moet lopen.
Kindjes die hun eerste maanden in pijn en te veel eenzaamheid doorbrengen, geprikt, onderzocht, gehandeld. Als ze het halen, dank je alle mogelijke goden. Als ze sterven, blijft de pijn en eenzaamheid waarin ze hun leventje moesten doorbrengen je achtervolgen. Hadden ze dan niet beter een korter leven in de armen van hun ouders geleefd?

Vreemd genoeg - want je zou dat niet verwachten bij zo’n breekbaar en scherp verhaal - hebben we hiervoor woorden. We kunnen dit uitleggen.

Sappig en realistisch geboren worden

Mijn verhaal is compleet anders, misschien banaal in vergelijking. Mijn tweede bevalling was mooi, zo moeiteloos dat mensen het soms niet geloven en dat de sfeer moeilijk te vertellen is. Intiem, zodat je het ook niet al te expliciet wil maken. Het ligt me niet zo om daarover te praten.

Ik heb een vriendin die haar bevalling echt kan schetsen. Details, tangen, vacuümpompen, knipgerief, allerlei machines: ze kan je sappig en realistisch laten griezelen. Nu, vrouwen vertellen mekaar dat soort verhalen vaker en soms is het een griezelverhaal geweest.
Hiervoor hebben we woorden. We kunnen benoemen hoe gruwelijk een bevalling kan zijn en weten wat voor shock een slecht verloop van “het mooiste moment van je leven” soms achterlaten. Onze overtuigingen en denken hoor je in vaste uitdrukkingen. Ik was nog heel klein toen mijn tante zei “maar als je kindje in je armen ligt, vergeet je dat meteen”.
Dat klinkt toch niet uitnodigend.

Moet ik hier niet gesteund worden of zo?

Het bleek ook totaal onwaar.
Ik herinner me elk moment van mijn drie dagen durende eerste bevalling. Eén langgerekt toppunt van bekeken worden door heel zenuwachtige (mijn partner) en slaperige (de vroedvrouw) toeschouwers als een dier in de zoo. Doodmoe dacht ik: “moet ik hier niet gesteund worden of zo?” Daar was zoveel over gepraat, maar nu het zover was zaten ze gewoon respectievelijk in slaap te vallen en te staren.
Op nacht drie, terwijl ik piepte van de pijn, zei mijn partner dat hij ergens anders ging slapen, ik maakte te veel lawaai en de vroedvrouw zei dat hij wat moest rusten. Ik wilde hem stoppen, maar de bevalling was te vergevorderd om dat nog toe te laten. De vroedvrouw was eerder vertrokken: ze dacht dat de bevalling stilviel. De nacht bracht ik in een bang, eenzaam pijnwaas door. De hele nacht hoorde ik Gérard Lenormans “Voici les Clés” terwijl er fanalen door me heen raasde. Kent u dat, als u een maaltijd niet goed bevalt en u eet hem nooit meer? Ik hoef dat nummer nooit meer te horen.

’s Nachts trok de sneeuwstorm op. De vroedvrouw had me gezegd dat ik nog niet klaar was. toen ik ’s ochtends in de finale fase tussen twee snel razendsnel opvolgende weeën mijn partner wakker riep om haar te bellen, moet ze aan het geluid hebben gemerkt hoe ver ik was. Ze douchte nog, en toen was er die sneeuw. Intussen dacht dat ik mijn lichaam zou kapotmaken als ik hierin mee ging. Ik was immers nog niet zo ver? Ik wilde steun en begeleiding en moest een drukdoende man tussen de pijn in instrueren. Het was niet te stoppen. De vroedvrouw kwam net op tijd om de baby op te vangen.
Dat kind was een heerlijk wonder. Ik was blij dat ik het thuis had gekregen, daar niet van. Ik hield er niets aan over. Mijn lichaam herstelde zich quasi volledig als een elastiekje dat op zijn plaats vliegt.
Die geboorte bracht me op een aantal vlakken veel bij.
Ik heb, bijvoorbeeld, heel veel woorden voor goed aflopende, maar uiteindelijk vrij trieste thuisbevallingen.

Dan de tweede keer. Een paar weken na de geboorte zei ik tegen de tandarts “Ik beval nog liever dan dat je daar nog eens aankomt!”. “Doet het zo’n pijn?”, zei ze. Ik dacht na…het was vooral dat de bevalling quasi pijnloos was, en mooi.
Ze bekeek me in ongelovige stilte. “Je moet dat vergeten zijn”, concludeerde ze. Maar dit keer herinnerde ik me elk moment omdat het zo echt was. Dit klopte. Groots, stil, helemaal zoals het moest. De eerste keer had me sterk gemaakt omdat ik hem had overleefd. Omdat ik zelfs dit, tegen alle omstandigheden in kon. De tweede keer was als een reis door de wolken. Die maakte me sterker omdat ik dit zo mooi kon, bijna helemaal zoals ik het had gedroomd.
Ik zei het al. Voor alles hebben we woorden. Maar over een pijnloze, mooie bevalling klink je heel gauw als een foute wenskaart.

Beenhouwers en nachtjapon

Er zijn veel woorden voor de doorsnee ziekenhuisbevalling, al zijn die niet van de mooiste. Die maakte ik niet eens mee. Mijn griezelverhaalvriendin heeft het nooit over lelijke rugloze ziekenhuisnachtponnen, wat gynaecologische beenhouders die je in de meest gracieuze positie aller tijden leggen (terzijde: ook blijkbaar de tweede moeilijkste positie ter wereld om te bevallen, na omge-keerd hangend) en vijf man die op je staat te kijken en overlegt of dat hier gaat lukken. Terwijl ik gewoon daarvoor al zou bedanken.

Een bevalling zien wij als routineus, een beetje vies, wat lomp, bijna dat een vrouw grotendeels overkomt en waardoorheen ze geleid moet worden, ochot het mens. Haar lichaam kan er niet echt tegen want dat hoofd is te groot en onze bekkens te klein. Beide ideeën zijn eigenlijk een mythe. Daardoor is de vrouw erna niet zoals voorheen. Ze is moeder, maar niet meer helemaal vrouw.
Je moet het er niet te vaak over hebben. Het is wat onsmakelijk. Laagbijdegronds.

Ligt pijnloos bevallen binnen handbereik?

Hoe kan je het tegendeel uitleggen? Als een bevalling intiem en vol schoonheid is, moet je er dan niet over zwijgen? Een gebeuren dat subtiel ging en vol leven, zacht en bijna in stilte, waarbij ik niet kon wachten om dat kindje te zien en eigenlijk geen pijn had. Waarbij mijn lichaam liet merken wat moest, ik alles voelde en dat niet wou verdrukken. Ik voelde mij zelden zo vrouwelijk, op een volle en tedere manier. Alleen het herstel achteraf deed pijn.

Misschien valt er niet over te praten. Omdat het gewoon privé is. Ik ben mijn vriendin niet en heb er geen zin in. Moet u dit toch weten? Ja, zegt iets in mijzelf: ze moeten toch echt weten dat dit kan? Ik heb lang gewacht en in onderonsjes veel ervaringen gehoord. Maar publiek gaat het nooit over pijnloze geboortes. Wellicht zijn ze haalbaar voor veel vrouwen. Minstens kunnen heel erg veel vrouwen minder pijn en angst voelen, misschien heel veel bijna geen tot geen pijn.
Ik denk dat een bevalling vol schoonheid, waarbij je je zintuigen openstelt in plaats van ze te begraven voor wat je wordt aangedaan, voor erg veel vrouwen binnen handbereik ligt.

Een cultuur die pijn kweekt

Een geboorte is een overgangsrite zonder gelijke. Je stapt er anders uit. Het is fantastisch. We geloven alleen niet dat het fantastisch kan voelen.
Rond bevalling heerst een geloof van pijn. Het hele gebeuren wordt als afschrikwekkend voorgesteld en bijna onmenselijk. In de letterlijke, fysieke verkramping die dat veroorzaakt, en zonder breed gedeelde kennis van hoe je dat verzacht en in handen neemt, wordt die profetie moeiteloos waar.
Onze voorbereiding, onze omgeving, onze begeleiding, onze mogelijke pijnbestrijding zelfs creëren pijn. De beschrijvingen verstrakken elke spier, terwijl juist ontspannen ze lucht geeft. De verhalen zijn mythisch en archetypisch, en in onze cultuur zeggen ze: dit zal je in vreselijke pijnen moeten ondergaan. Ze ondergraven het geloof dat je misschien van nature zou hebben in je lichaam. Talloze vrouwen willen een tijdlang - of hun hele leven - geen kinderen om de schade en de pijn die een geboorte zogezegd standaard zou moeten aanrichten.
Onze beeldvorming versterkt dit beeld als een megafoon. We zien bijvoorbeeld voortdurend mensen marathons lopen, alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is. Maar zie een vrouw in fictie een wee krijgen: dan weet je al dat daar sirenes, een of ander exotische en extreem zeldzaam noodgeval aan te pas zal komen en het type geboorte dat je niet als “bevallen” maar als “verlost worden”.
Tip 1 voor zwangere vrouwen: geen Dr House of Grey’s Anatomy meer.

Natuurlijk moest ik herstellen achteraf. Je hebt een enorme prestatie achter de rug, die je meestal erg zelden levert. Ze is instinctief, maar daarom niet minder ontzagwekkend. Je verliest de liter bloed die je tijdens de zwangerschap extra in je lichaam hebt zitten in sneltempo, een zelf opgebouwd orgaan (de placenta) gaat ervandoor, een paar andere organen herstellen zich in sneltempo naar hun vroegere vorm. Je lichaam herschikt zich fysiek compleet en je zit nog weken op een hormonale rollercoaster, om niet te spreken over de emotionele impact op je leven.
Een pas bevallen moeder heeft genoeg te herstellen en leren ook zonder zware bevalling. Die moet geen koffie, thee of watdanook te serveren, die mag wekenlang in bed met die tere pasgeborene in een holletje zitten.
Het is geen wonder dat “kraamkost” het woord van het jaar is: België heeft er nood aan.

Het verhaal.

Ik stel het uit.
Bon. Het ging zo.
Mijn toenmalige partner kwam recht het ziekenhuis uit na weken op intensieve. Dagelijks hadden de kleuter en ik gependeld, uren van school naar ziekenhuis naar huis. Met schotels vers eten, want hij stierf letterlijk nog liever dan op ziekenhuiseten aan te sterken. “Mama, gaat papa dood?” Nu ging papa wellicht niet meer dood, maar zag er nog wel zo uit. Elke dag kwam de arts over de vloer.
Al twee dagen voelde ik iets. Ik was natuurlijk niet echt het middelpunt van de belangstelling, hoog-zwanger of niet, dus ik zweeg. Ik had een paar maand daarvoor het boek “Hypnobirthing” gelezen. Toen het uit was, had ik smakelijk gelachen dat ik in die oplichterij was getrapt. Wanneer ik nu iets voelde, ademde ik toch maar zoals dat boek had gezegd. Het klonk wel logisch. Toen ik hardliep, was goed ademen dé sleutel voor pijnloos rennen. En het werkte: ik voelde geen steekjes meer. Ik keek naar buiten en overwoog te gaan schrijven. Achteraf zou mijn vroedvrouw, aan wie ik het bij haar dagelijkse telefoontje had verteld, daarom lachen. Ik had al twee dagen weeën. Maar ja, ze waren pijnloos hé. Dat is niet het verhaal vol pijn en lijden dat je wordt verteld.
“Als je in het ziekenhuis aankomt, zal je rustig zijn”, stond in Hypnobirthing. “Dat zijn ze niet gewend. Je zal moeten duidelijk maken dat je echt al aan het bevallen bent.”
Dat was het moment dat ik voor het eerst luidop had gelachen. Het klonk als zo’n promopraatje.
Achteraf was de grap natuurlijk dat ik niet wist dat de geboorte was begonnen.

Die nacht zei ik “Ik voel precies iets, ik ga effe opstaan. Blijf maar liggen”. Hij deed “Mhhh”. Eigenlijk leek alles op de eerste bevalling, behalve ik dan.
Ik stak één schemerlampje aan en zette Arrested Development op.

Weten wat je niet wil

Die eerste geboorte toonde heel handig wat ik niet wou. Er was alle tijd om na te denken hoe ik het wel wilde. In het water, dat wist ik. En niet in zo’n maf, onhandig opblaasbaar bad. Ik had me in dit huis altijd een onwelkome vreemde gevoeld. Maar die witbetegelde badkamer met dat bad op pootjes leek door de vrouw die voor me kwam klaargezet als een welkom. Ik had ook geleerd dat een “goede werkverstandhouding” met je vroedvrouw niet goed genoeg was en zocht dus iemand die mij precies paste, waaraan ik me kon overgeven als aan een moeder. Alinoë was zacht, grappig en intelligent, had een bijna-absoluut respect voor een moeder, haar intuïtie en het kind dat ze zal krijgen. Ik vertrouwde haar meteen, en na de kraamweek miste ik haar werkelijk.
Ik had me ingelezen. Vroedvrouw Ina May Gaskin is een autoriteit in zachte, natuurlijke bevallingen en in aspecten die je helpen. Onder andere, zegt ze, vaart een geboorte wel bij dezelfde sfeer als wanneer je een kind maakt. Heel erg intiem, zacht licht, een moeder die compleet ontspannen is en in de sfeer. Dat voelde logisch. Een lichaam dat zich verzet of verkrampt kan niet echt vrijen; dat voelt hoogstens als geweld. Hetzelfde geldt voor een geboorte.
Humor, zei ze, dat hielp ook. Dus zette ik niet “the Bridge” op, wel Arrested Development.
Gynaecoloog Michel Odent spreekt tegen zijn eigen winkel; hij noemt een gynaecoloog wegens zijn specialisme iemand voor gecompliceerde bevallingen, die vooral moet weg blijven bij eenvoudige. Hij rekent voor elke persoon die aanwezig is voor een geboorte een uur extra. Soms helpen vaders, zei hij, maar vaak ook niet. Vaak zijn ze bang, en die angst springt over.
Je hoort dat niet te zeggen, maar in mijn situatie vond ik dat hij het bij het rechte eind had.

Stilte voor de achtbaan

Het was rustig. Het is niet dat ik er echt over nadacht, maar het voelde als een heel bijzonder moment: de laatste rust voordat de baby en jij in de achtbaan van zorg, waken en voeden naar beneden roetsjen. Mijn beide kinderen hadden heel heftige reflux. Met de eerste wandelde ik maandenlang dag het etmaal rond en sliep zo’n drie uur per nacht. Bij de tweede sliep ik zes maanden lang letterlijk kaarsrecht rechtop, de baby zo recht mogelijk op me. Ik had bij de eerste geleerd dat als ik mijn lichaam vertelde iets te doen tijdens mijn slaap, het dat opvolgde. Dus ik vertelde mijn lichaam: hou die baby tegen je aan vast terwijl je slaapt, en dat deed het zonder ooit te lossen of een beetje te zakken.
Ik wist niet wat er kwam, maar ik was welgezind en klaar.

Op een bepaald moment lachte ik niet meer met Arrested Development. Hé, dacht ik. Dat was nochtans heel grappig. Misschien even de vroedvrouw bellen.

De vroedvrouw was natuurlijk ook anders. Geen enkele persoon buiten Alinoë moet me ooit “moederke” noemen. Ze was ervaren en had een lichte vrouwelijkheid die subtiel was en een beetje ondeugend. Ze begreep wat ik wou, was voorzichtig en verdedigde haar “moederkes” desondanks gedreven. Ik leerde elke keer van haar, al had ik na 6 jaar schrijven en leren over zwangerschap, geboorte en eerste leeftijd een flink arsenaal kennis opgebouwd. Maar ze was nooit belerend. In alles straalde ze uit: ik ben jouw bondgenoot, wat er ook gebeurt.
“Sorry dat ik je wakker maak”, zeg ik, want ik geneer me een beetje. Het is middenin de nacht, en ik weet niet of er wel iets gebeurt. Ze vraagt slaperig om de hoeveel tijd het komt. “Zo’n acht minuten”, zeg ik. “Daarnet nog tien. Niet dat het pijn doet of zo, eigenlijk.” Of ze nog even zou kunnen slapen bij me?, vraagt ze. Achteraf herken ik het als een oude vroedvrouwentruc. Je houdt de vrouw aan de praat, zodat je een wee meemaakt en kan horen hoe ver ze is. Tuurlijk, zeg ik, en dan “Oh, daar komt er nog eentje.” Ogenblikkelijk alert zegt ze “Ik kom direct.” Ze had me nog geen vijf minuten aan de telefoon. Dit ging snel.
Goed trucje is dat. Alleen ging ik braaf dat logeerbed opmaken, meteen hét dieptepunt van deze bevalling, want ik maak niet graag bedden op. Zonder dat ik het goed en wel door had, was die geboorte gewoon bezig.

Maar dan is die pijn er toch wel?

Hypnobirthing, denkt u nu misschien. Is dat dan toch gewoon hypnose? Dan is die pijn er toch, je voelt hem gewoon niet? U kan daarin gelijk hebben. Het kan ook dat het een termpje is waaronder vrouwen technieken leren die de angel uit het geboorteproces halen, mentaal en lichamelijk, zodat je het hele proces zelf kan volgen, begrijpen, en eigenlijk gedeeltelijk tot quasi volledig beheersen.

Maar maakt dat uit? Pijn is een persoonlijke sensatie. Als je ‘m niet voelt, is hij er dan wel?

Ik had muziek klaargezet. Walvisgeluiden zeggen mij niets, maar muziek werkt voor mij. Het was een zeldzaam denkproces: zoeken naar muziek die je enerzijds écht rustig maakt, je in die onverwoordbare sfeer krijgt van liefde en connectie, van meegesleept worden zonder je jezelf te verliezen. Wat geeft je ritme zonder dat het je opjaagt?
Wat paste bij dit bijzondere kindje?
Johnny Cash’ Ring of fire had ik gezongen in de wanhopige laatste fase bij mijn eerste. Ik zette hem op de compilatie, maar toen ik eenmaal muziek wilde, misstond het afzien van de country. George Harrison paste wel. Bij Here comes the sun moet ik huilen. Ik heb naasten verloren, en weet precies wie ik nu mis- opeens acuut en pijnlijk. Het is niet erg. Het gebeurt. My sweet lord zing ik mee. Ik wieg, dans zelfs een beetje, denk ik.
Wanneer “That thing” inzet, wordt alles vier graden heviger. Hola, denk ik. De baby houdt niet van Lauryn Hill. Achteraf was dat natuurlijk gewoon de fase waarin de baby kwam.
Alles voelt veel intenser opeens. Ik kan het nog steeds geen pijn noemen. Echt niet, ik doe het er niet om, het voelt gewoon anders. Het voelt alsof ik een baby krijg op een manier die klopt. Intens en warm en diep, ik voel me heel kwetsbaar, tegelijkertijd heel vrouwelijk. Ik kan mijn hele lichaam stukje bij beetje voelen werken en tasten hoe dit kan. Er rijst iets heel krachtigs in mij.
Ik roep om de vroedvrouw. Ze hoort me tien minuten later, wanneer ze voor de deur parkeert.
Ik buzz haar binnen, open de haldeur en zeg licht gepikeerd “Alinoë, ik vind het niet meer tof.” “Ah ja, moederke”, antwoordt ze. “Uw baby’ke komt”.
“Nu?!”, zeg ik. “Hier?” Alsof ik mijn kind in een hal ga krijgen. “Ah nee hé, ik beval in bad.”

Ik vertrek naar beneden, het bad vult. Ik kniel erin en het ongemak lost op. Bijna meteen komt het kind. Er is niemand in de kamer behalve de vroedvrouw. Mijn oudste slaapt in de kamer ernaast. Dit is wat ik wou. Doordat ik in het water ben geknield, activeert de ademreflex van het kindje nog niet. Het gaat van water in water en krijgt zuurstof via de navelstreng. Het is een heel zachte bevalling voor een baby geweest, dit maakt het nog lichter. Ik voel de eerste steek van spijt: het kindje is in het water achter me gegaan. Zij zal het optillen. Maar Alinoë wuift het water zacht naar me toe. Ik voel de baby langs mijn benen naar voor drijven. “Neem uw kindje maar”, zegt ze , en ik reik nog voor ze uitgesproken is in het water en neem het kindje aan halsje en onderrugje eruit. Dat moment. Dat gevoel dat jij je kind als eerste ter wereld vastneemt en ziet. Het verrast me hoe onvergelijkelijk het voelt, hoe het inslaat en de herinnering nog steeds de hemel kan doen openbreken boven me.
Ik neem de baby in mijn armen. Ik zie het gezichtje, een klein replicaatje van de vader. De naam die in me opkwam tijdens de zwangerschap zal kloppen. Ik voel het lijfje tegen me aan. De baby heeft niet gehuild en het hoofdje is compleet ongeschonden. De geboorte is voor ons allebei even zacht geweest. De vroedvrouw legt voor de warmte een in water gedrenkt doekje over de baby. Haar collega komt aan, ik merk het nauwelijks. Na een tijdje helpen ze me uit bad. Ik zie alleen het kindje. Mijn oudste wordt wakker en kijkt slaapdronken verliefd naar het kleintje. Die kijkt terug. De hele zwangerschap heeft de oudste gepraat met mijn buik. De baby schopte op de duur bij dat stemmetje. Het is geen wonder dat hun band instant bestaat. De vroedvrouwen checken mij en de baby. De baby is geen moment uit mijn armen geweest en slaapt nu op mij in complete rust, handjes tegen mijn huid. Wegen en tests doen we de volgende dag. Meten, waarbij een baby oncomfortabel uit een natuurlijk opgekruld lijfje wordt getrokken, doen we niet.
Op gewicht moeten ze blijven, groeien doen ze toch in hun eigen ritme.
Alles is rustig.

Toen kreeg ze maar wat pijn, want dat hoorde zo

U kan denken dat ik een toevalstreffer ben. Maar Gaskin schat het aantal pijnloze (en soms zelfs orgastische - ga dat maar uitleggen aan de familie) bevallingen rond 1%. Ik hoor veel jonge moeders door de boeken en stukken die ik schrijf. Niet zelden vertellen ze over een pijnloze bevalling. Een vriendin voelde geen ongemak, tot een verpleegster naar het verslag van de monitor keek. Goh, met zo’n heftige weeën had ze zeker veel pijn? Toen had ze het gevoel dat ze toch wat pijn moest krijgen, en dat gebeurde ook.

Wij geloven dat je geboorte ondergaat of dat je je erdoorheen vecht. Ik geloof dat we het vrij bewust en prettig zouden kunnen met genoeg informatie, technieken en respect - en niet zelden pijnloos. Als je het zwaartepunt in bevallingen van “kordaat behandelen” verlegt naar “rustig informeren en laten beslissen”, brengt dat sowieso veel duidelijker respect voor de moeder mee. Zij zal dé werkelijke beslissingsmarge krijgen, en daarmee veel meer rust en zelfrespect. Dat hoort gewoon zo, en alleen dat al maakt een bevalling veel helender.
Als je medische interventies nodig hebt of simpelweg wil, is het prachtig dat ze er zijn. Ook dat maakt keuze uit, en je hoef ze niet te “ondergaan”. Je bent een leeuwin als je zo’n enorm zware ingreep voor je kind beleeft. Je bent een heldin als je elke dag naar neonatologie schuifelt met pijn in je littekens, steunend op een baxterhouder.

Veiligheid betekent voor elke vrouw iets anders

Om de sfeer te laten omslaan is niet zo veel nodig. Het blijft daarbij niemands zaken waar u wenst te bevallen en hoe. We kunnen gewoon anders praten over bevallen, en naast de horror ook delen hoe je die ontwijken kan, wat je rechten zijn en wie ze kan verdedigen terwijl een vrouw afgeschermd met bevallen bezig blijft. We kunnen delen waarin schoonheid en rust lag.
We kunnen accepteren dat dat voor elke vrouw anders ligt, en dat een “veilige” bevalling ook afhangt van die wens respecteren. “Veilig” betekent met de quasi gelijklopende mortaliteitscijfers tussen ziekenhuis, kraamhuis en thuisbevalling in de eerste plaats: met een lichaam dat niet verkrampt is en klaar om ervoor te gaan. De voorwaarden daarvoor bepaalt een vrouw zelf. We kunnen processen delen zoals die weinig bekende en efficiënte ademtechniek uit Hypnobirthing, die in niets lijkt op het geijkte gepuf. Onnatuurlijk statische houdingen zijn niet nodig. Dat een bevallende vrouw vrijheid van beweging en sfeer heeft, maakt erg veel uit voor een vlotte geboorte. Bad, wandelen, bewegen, grommen, oergeluiden maken of simpelweg iedereen buiten sturen of een procedure weigeren - ook als een arts die verstandig acht. Echte 'informed choice' maakt je veel zekerder. Een zwangere vrouw brengt het leven van haar boreling niet routineus in gevaar, ze zou eerder het hare op de helling zetten. We kunnen de volledig terugbetaalde prenatale begeleiding van vroedvrouwen, wat in onderzoek dé factor voor prettig en voorspoedig bevallen blijkt, promoten en delen.

Geboorte kan een prachtig moment zijn. Het is een overgangsrite zonder gelijke. Je wordt ouders.
Nu vieren we dat de maagd het leven schonk aan god. Misschien is minder pijn bij de geboorte niet zo heel moeilijk om in te geloven, zelfs zonder godswonder.

Prettige kerst!