Is de afschaffing van de "stemplicht" ook voor u een feest?- Ivan De Vadder Auteur: Ivan De Vadder

di 18/04/2017 - 17:00 Ivan De Vadder We kijken met spanning uit naar de nieuwe peiling morgen van VRT en De Standaard. Politiek waarnemer Ivan De Vadder blikt vooruit, vooral omdat de vraag over "stemrecht" versus "stemplicht" opnieuw op de agenda staat. Wie profiteert het meest van een afschaffing van de opkomstplicht?
VRT

Ivan De Vadder is Wetstraatwatcher voor VRT Nieuws. Hij maakt en presenteert ook het programma "De afspraak op vrijdag".

"Laat ons nu ook in België stemrecht in plaats van stemplicht invoeren, dan maak je van de democratie een feest." Dat zei Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten op Radio 1 in een reactie op de Nederlandse verkiezingen. Op woensdag 15 maart hebben in Nederland 10.563.456 personen van de 12.893.466 kiesgerechtigden hun stem uitgebracht voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer. Het opkomstpercentage van deze verkiezing, 81,9%, was daarmee het hoogst sinds 1986.

Voor alle duidelijkheid, Nederland heeft stemrecht. In 1970 werd de opkomstplicht er na 53 jaar afgeschaft. De opkomst bij de verkiezingen in Nederland daalde dan, soms tot dramatisch lage cijfers, maar door de inzet van de verkiezingen enkele weken geleden kwamen opnieuw veel kiezers opdagen. Met een opkomstrecord als gevolg.

Belga

“Als het er toe doet, dan gaan mensen stemmen en kiezen ze ook waar ze echt in geloven”, concludeert Gwendolyn Rutten. “Het was een hele sterke democratische campagne van alle partijen.

Wij spreken hier over politieke vernieuwing, misschien is het eerste dat op tafel moet komen toch maar eens de invoering van het stemrecht.”

Zou het afschaffen van de stemplicht dan inderdaad van de democratie een feest maken?

De stelling lijkt op het eerste gezicht te kloppen. Bij de verkiezingen in Nederland stemden 0,2% van de mensen blanco en 0.3% ongeldig. Op een totaal van 10.563.456 stemgerechtigde Nederlanders gaat het dan om ruwweg 45.000 mensen.

Dat betekent dat van de uitgebrachte stemmen er meer dan 99% geldig zijn. Hoe laag de opkomst ook is (bij sommige verkiezingen maar 30%), het aantal geldige stemmen ligt in Nederland altijd boven de 99%. Wie de moeite neemt om zich te verplaatsen naar het stemhokje, doet ook iets nuttigs met zijn of haar stem.

Wanneer de opkomst hoog is, brengen daardoor bijna evenveel Nederlanders een stem uit als Belgen in een stelsel met opkomstplicht. Democratie is dan ook een feest.

Geldige stem?

Volgens een onderzoek van Filip De Maesschalck, doctor in de geografie, stemmen in België bij de verkiezingen van 2014 5.2% van de ingeschreven kiezers blanco of ongeldig. Maar het aantal mensen dat geen stem uitbrengt is veel groter dan dat. Meer dan 10% van de stemgerechtigde kiezers blijft thuis. In totaal brengt 15,7% van de ingeschreven kiezers geen (geldige) stem uit. Dat zijn 1.256.219 kiezers.

“Bij de mensen die geen (geldige) stem uitbrengen, daalt het aandeel blanco- en ongeldige stemmen, terwijl het aantal niet uitgebrachte stemmen stijgt.”, zo berekent Filip De Maesschalck. “Het lijkt er dus op dat men steeds minder de inspanning levert om naar het stemhokje te gaan en een blanco of ongeldige stem uit te brengen, maar in de plaats gewoon thuisblijft.”

Bovendien stijgt het aantal thuisblijvers sterker dan het aantal blanco- of ongeldige stemmers daalt. En dus worden alsmaar minder (geldige) stemmen uitgebracht bij Belgische verkiezingen.

Het aantal geldige stemmen in Nederland, een land zonder opkomstplicht, benadert dus het aantal geldige stemmen in België, een land mét opkomstplicht.

Het betekent dat in België er bij de verkiezingen 84.3% van de stemgerechtigde kiezers een geldige stem heeft uitgebracht. Vergelijk dat maar met de opkomst van 81,9% van de kiezers in Nederland, van wie 99.5% vervolgens een geldige stem heeft uitgebracht.

Het aantal geldige stemmen in Nederland (meer dan 81%), een land zonder opkomstplicht, benadert dus het aantal geldige stemmen in België (84,3%), een land mét opkomstplicht. Wanneer je dan beseft dat in Nederland traditioneel midden in de week, op een woensdag, wordt gestemd, dan besef je dat de verkiezingen van 2017 inderdaad een feest voor de democratie waren. En dat gevoel versterkt de oproep om ook in ons land de opkomstplicht af te schaffen.

Lager opgeleiden?

In het verleden werd bij het afschaffen van de opkomstplicht altijd naar de mogelijke vertekening van het stemgedrag gekeken. Het klassieke verhaal is dat vooral de lager opgeleiden zouden afhaken.

Volgens een onderzoek uit 2010 zou de opkomst in die groep zakken tot 34 procent. Bij de hoger opgeleiden zou de opkomst allicht rond 75 procent blijven hangen. Grote verschuivingen in het partijpolitieke landschap zou de afschaffing ook niet teweegbrengen.

De gevolgen van het afschaffen van de opkomstplicht zouden zich op een heel andere manier kunnen laten voelen. Stemrecht in plaats van stemplicht zou kunnen leiden naar de dominantie van de mening van oudere generaties in onze samenleving.

Oude generaties?

Het effect was al duidelijk bij het referendum over de Brexit, in Groot-Brittannië. Een jongere generatie Britten was tégen de Brexit gekant, maar is veel minder komen opdagen dan de oudere Britten, die massaal vóór de Brexit hebben gestemd. Om u een idee te geven: bij de kiezers tussen 18 en 24 jaar oud kiest 27% voor de Brexit. Bij de 65+’ers is dat aandeel gestegen tot 60%. Maar van de jongere kiezers daagt maar 36% op; bij de oudere kiezers is dat 83%. Het gevolg is uiteindelijk een nipte meerderheid vóór de Brexit.

Nog een voorbeeld: 70% van de Fransen die hebben deelgenomen aan de voorverkiezingen voor de rechtse kandidaten in november 2016, waren ouder dan 50 jaar. 44% onder hen was ouder dan 65 jaar, en 52% was gepensioneerd. In zijn boek ‘Plus rien a faire, plus rien a foutre’ komt Brice Tavernier tot de conclusie dat die kiezer geen vernieuwing wil, maar ‘zekerheid, veiligheid, orde, ervaring, economisch herstel en wijsheid.’

Het afschaffen van de opkomstplicht zou die generatiekloof ook in ons land wel eens kunnen blootleggen.

Terug naar het ‘feest van de democratie’ in Nederland. Ook daar –en ondanks een hoge algemene opkomst – is maar 66% van de jongeren tussen 18 en 24 jaar gaan stemmen. Bij de vorige verkiezingen in 2012 was dit nog 70%, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

En nog even ter vergelijking: van alle 65-plussers is woensdag 89% naar de stembus gegaan. Het zijn vooral de oudere generaties die overal in Europa aanschuiven bij het feest of democratie.

Het afschaffen van de opkomstplicht zou die generatiekloof ook in ons land wel eens kunnen blootleggen.