Parijs – Brussel aller-retour - Caroline Van den Berghe & Dirk Leestmans Auteur: Caroline Van den Berghe & Dirk Leestmans

wo 02/11/2016 - 11:45 Caroline Van den Berghe & Dirk Leestmans Bijna een jaar na de aanslagen in Parijs blikt reportageprogramma Pano terug op woelige maanden vol terreur. VRT-reporters Caroline Van den Berghe en Dirk Leestmans stellen zich de vraag of de aanslagen in Frankrijk en in ons land vermeden hadden kunnen worden.

Caroline Van den Berghe & Dirk Leestmans zijn journalisten van de VRT Nieuwsdienst en makers van de "Pano"-uitzending ‘Parijs-Brussel aller-retour’ - uitzending één, woensdag 2 november, 21.25 u.

Straks, op 13 november, zal het één jaar geleden zijn dat terroristen genadeloos toesloegen in Parijs. Er vallen honderddertig doden en ruim 800 gewonden bij simultane aanvallen in het Stade de France, diverse terrassen en cafés, en in de concertzaal Le Bataclan. Het is du jamais vu.

De menselijke maar ook maatschappelijke impact van deze aanslagen is bijzonder groot, ook in ons land. Vooral ook omdat vrij snel bleek dat de aanslagen vanuit België georganiseerd werden. Hoe schokkend deze gebeurtenissen ook zijn, echt verrassen mogen ze niet doen.

Na 9-11 (en eigenlijk zelfs al vroeger) was deze dreiging gekend. Ontelbaar zijn de uitspraken van diverse verantwoordelijken uit diverse hoeken dat het niet zozeer de vraag was of we een aanslag mochten verwachten maar wel wanneer. Als er in kringen van beleidsmakers, politie en inlichtingendiensten een constante consensus is, is het deze.

Veiligheidsdiensten niet voldoende waakzaam?

In november 1998 besliste het Vast Comité I al een eerste toezichtsonderzoek te openen “naar de aanwezigheid in ons land van extremistische of terroristische groepen met islamistische inslag.” “We mogen de aanwezigheid van extremistische islamistische groepen in België niet ontkennen of banaliseren. West-Europa zou dus tegelijk dienst doen als achterhoede en als actieterrein. Zou dit deel van Europa ook een doelwit kunnen worden? Moeten we vrezen dat België ooit het toneel van terroristische aanslagen wordt, omdat de Belgische veiligheidsdiensten niet voldoende waakzaam zijn geweest?”

Hoe doe je dat, terroristische aanslagen voorkomen?

Omkijkend in verwondering zijn het profetische woorden, te lezen in het jaarrapport van het Comite I van 2001, exact vijftien jaar geleden. Toch is het opletten geblazen met dit soort beschouwingen achteraf. Het is natuurlijk niet omdat iets zich laat voorspellen, dat het ook kan voorkomen worden. Dat konden de Amerikanen niet in 2001, ook niet bij de aanslag op de marathon van Boston in 2013, het lukte de Britten niet bij de aanslagen op de metro in Londen (2005), ook de Spanjaarden niet bij de aanslagen in Madrid (2004)… Hoe doe je dat trouwens, met respect voor de democratische rechtsstaat, terroristische aanslagen voorkomen?

Naar België gevlucht

Terug naar Parijs, november vorig jaar. De klopjacht op de daders van Parijs zou als pervers effect hebben dat precies ook Brussel doelwit werd van twee bloedige aanslagen. Vrij snel bleek dat de enige overlevende van die aanslagen, Salah Abdeslam, naar België was gevlucht. Vier maanden lang werd intensief naar hem gezocht. Op 18 maart kon men hem vatten in Molenbeek, op nauwelijks een kilometer van zijn woonplaats. Achteraf beschouwd blijft het vreemd: maandenlang is er jacht gemaakt op Salah Abdeslam en uiteindelijk vindt men hem op de plaats waar hij al heel zijn leven gewoond heeft. Het zegt iets over het professionalisme van de terroristen en de geslotenheid van die milieus maar ook over de informatiepositie van onze politie en inlichtingendiensten.

Veel tijd voor opluchting, laat staan euforie, was er niet. De arrestatie van Salah Abdeslam op 18 maart 2016 bracht bij een aantal kompanen een dynamiek op gang die leidde tot de aanslagen op de luchthaven van Zaventem en het metrostation van Maalbeek. Dat zegt ook met zo veel woorden een van hen, Mohamed Abrini, de man met de hoed, in een verhoor. “Ik weet dat de huiszoeking in de Driesstraat de aanslagen in Brussel hebben versneld. Want eigenlijk moest er niets gebeuren in België. Het was de bedoeling om toe te slaan in Frankrijk.”

Het geeft aan hoe moeilijk de strijd tegen terrorisme is. Een succes van de politie leidt tot een nieuwe aanval van de terroristen. Een bron bij de veiligheidsdiensten maakte de vergelijking met het oprollen van een drugsbende. Als je er daar eentje mist, is dat jammer maar helaas. Maar een terrorist op vrije voeten….

IS-propaganda

Want ook al ziet het ernaar uit dat de kerngroep rond de aanslagen in Parijs en Brussel zo goed als uitgeschakeld is, de dreiging van een terroristische aanslag is bij lange na nog niet weggenomen. Dat blijkt alleen al uit het gegeven dat we nog steeds onder dreigingsniveau 3 leven. De dreiging is m.a.w. dus mogelijk en waarschijnlijk. Wat die dreiging dan precies is, weten we niet. Vanuit welke hoek ze komt weten we wel.

IS roept nu op om thuis te blijven en daar toe te slaan.

Onrustwekkend veel mensen blijven zich op een of andere manier aangesproken voelen door het gedachtegoed van IS. Er zijn weliswaar of geen vertrekkers meer richting kalifaat. De IS-propaganda roept nu op om thuis te blijven en daar toe te slaan. Wat dat kan betekenen zagen we deze zomer in Nice. En er zijn natuurlijk wel de terugkeerders of mensen die willen terugkeren. OCAD telt er momenteel elf (waarvan negen vrouwen). Met welke gedachten in hun hoofd doen zij dat? Erger, met welke missie? En wat met al die andere Foreign Terrorist Fighters? En los van deze groep zijn er natuurlijk ook de eenzaten, de home grown terrorists, die achter hun computer haatboodschap na haatboodschap ontvangen en zodoende radicaliseren. (En dan zwijgen we nog over het risico, op langere termijn, van veroordeelde terroristen die hun straf hebben uitgezeten en vrijkomen.)

Vandaar dus al een jaar lang dat dreigingsniveau 3. Het gevaar bestaat dat een samenleving eraan gewend geraakt of erger nog dat de terreurdreiging wordt gebanaliseerd. Maar het omgekeerde, leven in een permante angst, is natuurlijk ook niet wenselijk. Bovendien speelt men daarmee IS in de kaart. Het is precies de bedoeling van terroristen een samenleving te ontwrichten.

Perfide logica

Het is ook het dilemma van diensten als OCAD. Het is natuurlijk niet hun intentie, wel integendeel, maar de facto voert men de agenda van IS uit. Gegeven de reële dreiging kan het ook niet anders. Ook al beseffen ze daar het dilemma en weten ze pertinent zeker dat IS foute informatie de wereld instuurt, alleen maar om het klimaat van angst te bestendigen. Hoe ver moet je meegaan in die perfide logica? Het is een vraag die ook wij, als journalisten, ons moeten stellen.

Hoe ver moet je gaan in de strijd tegen terreur? Hoe ver kan je gaan? In de eerste helft van 2016 werden al 172 nieuwe terrorismedossiers geopend. In totaal zijn er momenteel zo’n 400 lopende onderzoeken. Die werklast alleen al brengt het andere politiewerk in gevaar. De strijd tegen terreur mobiliseert dermate veel mensen en middelen dat ook vanuit politiekringen ervoor gewaarschuwd wordt de andere criminaliteit (en criminaliteitsbestrijding) niet uit het oog te verliezen.

Advocaten en mensenrechtengroeperingen wijzen dan weer op een zichzelf versterkend en sluipend proces van alsmaar nieuwe en straffere veiligheidsmaatregelen conform de gedachte dat uitzonderlijke daden uitzonderlijke maatregelen vergen. Maar, zo wordt er fijntjes aan toegevoegd, het heeft tot nu toe niet geresulteerd in minder aanslagen, integendeel. “Dus moeten we het over een andere boeg gooien, want que veelzijdige preventieve aanpak en langetermijnstrategie hebben we een enorme achterstand,” zo schrijft Jos Vander Velpen, voorzitter van de Liga voor Mensenrechten in het pas verschenen boek ‘Dreigingsniveau 4’.

Terrorismebestrijding, het is niet alleen een zaak van politie en inlichtingendiensten, zo veel is duidelijk.

Op de vraag van de onderzoeksrechter waarom hij zich nooit heeft overgegeven aan de politie, antwoord Mohamed Abrini, de man die de vlucht nam na de aanslagen in Zaventem: « U hebt gelijk. Ik weet het. Wat wil u dat ik zeg ? Ik heb er spijt van. Spijt dat ik me heb laten meeslepen in die geschiedenis? (…) Ik zal hiervoor een zware prijs moeten betalen. »

Het valt te vrezen dat we die prijs met z’n allen al deels betaald hebben en nog zullen betalen.