Is het goed in eigen hart te kijken? - Machteld Libert Auteur: Machteld Libert

ma 01/02/2016 - 13:28 Machteld Libert Naar aanleiding van de film "Spotlight" kijkt journaliste Machteld Libert terug op de aanpak door de VRT van het dossier over het seksueel misbruik in de kerk in Vlaanderen.

Machteld Libert is journalist bij VRT Nieuws en volgt het gerechtelijk nieuws.

Buikgevoel

De redactievloer van The Boston Globe. Hoe herkenbaar. Elke journalist achter een scherm, druk bezig met de waan van de dag. Het glas wordt geheven op het afscheid van een collega. In Spotlight op het vertrek van de hoofdredacteur. Enkele dagen later, de nieuwe hoofdredacteur doet zijn intrede. Niet alleen onbekend, maar een progressieveling en bovendien Jood, trouwens. Een eigengereide aanpak. Een man met een andere visie, een andere aanpak.

Vier journalisten krijgen van hem de opdracht om het seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk in het oer-katholieke aartsbisdom Boston bloot te leggen. Ze krijgen er een jaar de tijd voor. Eén voorwaarde: niet dat ene verhaal, van dat ene slachtoffer misbruikt door die ene priester, niet de tearjerker die gedurende korte tijd even voor ophef zorgt. Het verhaal moet verandering teweeg brengen, vindt de nieuwe hoofdredacteur. Hij wil focussen op het instituut Kerk. Hij wil het bewijs leveren dat de Kerk het systeem zodanig kon beïnvloeden waardoor ze nooit werd aangeklaagd. Hij wil bewezen zien dat de kerkelijke leiders wisten van het seksueel misbruik van hun priesters en hen systematisch overplaatsten naar andere parochies. Hij wil het bewijs dat alles van bovenaf werd geregisseerd.

Is de hoofdredacteur zeker dat er een systeem is? Dat is niet meteen duidelijk. Wel duidelijk is dat hij zich beroept op zijn buikgevoel. We zien de realiteit zoals op redacties gebeurt: tegenvallers, vasthoudendheid, botsende ego’s, verontwaardiging en bovenal de sterke wil om de waarheid bloot te leggen.

De mijter ontbloot

Deze beklijvende journalistieke thriller (gebaseerd op waargebeurde feiten) is een ode aan de oerdegelijke onderzoeksjournalistiek. Het echte veldwerk: gaan praten met slachtoffers, de deur van advocaten platlopen, de stapels kerkboeken van de voorbije decennia doorploegen, een immense databank aanleggen met namen van verdachte geestelijken.

Zo ontrafelt zich stilaan het grote schandaal: 87 priesters en geestelijken misbruikten gedurende tientallen jaren honderden kinderen in het aartsbisdom Boston. Het is maar het topje van de ijsberg. Kort na publicatie neemt het aantal slachtoffers en daders zienderogen toe. Het buikgevoel klopte. De aartsbisschop van Boston wist wat er gebeurde, dekte de feiten toe, verplaatste de priesters. De zaken werden uit handen van justitie gehouden. Tientallen slachtoffers werden het zwijgen opgelegd, door met hen dadingsovereenkomsten te sluiten.

De bewijzen lagen voor het rapen

Over het dossier rond seksueel misbruik in de Kerk hebben vele Vlaamse journalisten de afgelopen jaren de tanden kapot gebeten. De getuigenis van de neef van Vangheluwe, jarenlang door zijn oom seksueel misbruikt, was bij ons het startschot. We schrijven april 2010.

Acht jaar na de publicatie in The Boston Globe van het misbruik daar.
In 2005 was er het eerste officiële onderzoeksrapport over massaal seksueel misbruik in het Ierse bisdom Ferns.

Begin 2010 brachten twee Nederlandse journalisten het seksueel misbruik aan het licht van de Salesianen van Don Bosco. Telkens met hetzelfde gevolg: honderden nieuwe slachtoffers die zich meldden. In datzelfde jaar volgde de Vlaamse pers met het misbruikverhaal in ons land.

Op onze redacties lag het materiaal ook al langer klaar. Ook bij ons lagen de vermoedens tot bewijzen van een doofpotoperatie. Maar nooit echt opgepikt.

Hier en daar doken wel verhalen op over slachtoffer X dat misbruikt werd door priester Y. Telkens verhalen waar je tussen de lijnen kon lezen dat er wellicht systemen waren.

Rik Devillé verzamelde al sinds begin de jaren 90 dossiers van slachtoffers van seksueel misbruik in de Kerk. Net als Phil Saviano in Boston, (de trekker van SNAP, dat slachtoffers samenbrengt die seksueel misbruikt zijn door priesters) schuimde Devillé redacties af met zijn bewijzen. Nu en dan pikte een journalist eens een verhaal op. Maar Devillé werd ook al eens weggelachen; daar was hij weer met zijn zoveelste dossier van een miskend slachtoffer of een broederorde met flink wat boter op het hoofd.

Hoe zat het toen met ons buikgevoel?

Namen wij genoeg initiatief, kregen we wel de opdracht om op een doorgedreven journalistieke manier de kroon, of beter de mijter van de katholieke kerk te ontbloten?

Wie het toch doorzette, kreeg die niet vaak te horen: ‘ah weer dat misbruik in de Kerk’. Alsof het een belegen zaak was, terwijl het nog nooit was uitgespit.

Na de steekvlam Vangheluwe, begonnen we het dossier van seksueel misbruik in de Kerk bijeen te rapen. Ook ik, gefascineerd door wat zich afspeelde in de hoofden van geestelijke daders. Niet aflatend zoeken en vinden van geestelijken die uiteindelijk wilden getuigen over hun misbruik. Het resulteerde zelfs in een boek.
Er komt een vorm van tevredenheid, over het geleverde werk, de aanpak, de deontologie. Voor mezelf een afronding van een belangrijk dossier in onze actuele geschiedenis.

Tot ik de film Spotlight zag. De zin die meteen in mijn hoofd opkwam: ‘verdorie, heb ik, hebben wij ons journalistieke werk wel goed gedaan? Was het grondig genoeg, tijdig genoeg, hebben we het hele systeem ontrafeld, hoe open kregen we de doofpot en hoe ontbloot kregen wij die mijter?’

Goed bezig

Maar eenmaal buiten zakt alles weer een beetje en bedenk je ineens: ‘ja maar, we ploeteren toch door de modder van Duinkerke, we lopen in kogelvrije vesten door Syrisch oorlogsgebied, we volgen pedofielen tot in Cambodja en we laten Zafira’s testen op sjoemelsoftware. We zijn toch ook niet slecht bezig.

Toch kwam bij mij in de spotlight: de journalist bestaat niet alleen uit waakzaamheid, goesting en wil om het nieuws te ontrafelen. Het gaat ook over met durf en geduld, en met steun van je chefs, voor dossiers in de diepte te gaan.

Wat voor ‘heilige huisjes’ daarbij ook worden omgegooid.