Het stof van de Russische bombardementen - Jan Balliauw Auteur: Jan Balliauw

ma 05/10/2015 - 12:33 Jan Balliauw De Russische propagandamachine draait op volle toeren. Journalisten van de grote tv-zenders brengen verslag uit vanop de basis in de buurt van Latakia, waar de Russische gevechtsvliegtuigen zijn gestationeerd. Bekende oorlogsverslaggevers zijn begin deze maand vanuit Oost-Oekraïne naar Syrië gereisd en berichten nu over het front. De bevallige weerdame vertelt de tv-kijkers intussen dat oktober in Syrië een zeer gunstige maand is om luchtaanvallen uit te voeren. Met drones worden rijdende Syrische tanks getoond die zich hergroeperen voor een groot offensief tegen de verschillende rebellengroepen. ‘Met de steun van de Russische luchtmacht, zal het lukken,’ zegt de commandant van de tankbrigade voor de Russische microfoon. Voor de Russische kijker is het duidelijk: Rusland brengt na 4 jaar chaos, orde op zaken in Syrië, iets wat het Westen niet vermag.

Jan Balliauw is diplomatiek redacteur bij VRT-Nieuws.

Blitzkrieg

Het zal de populariteit van Poetin weer naar recordhoogte brengen. De euforie van de annexatie van de Krim was aan het verminderen, zeker nu de kosten duidelijk worden. Oost-Oekraïne bood geen spectaculaire vooruitzichten meer, zeker niet nu de economie in Rusland met 4 procent achteruit gaat en het land het risico niet kan lopen om met een nieuw offensief in Oekraïne nog meer westerse sancties op te lopen. Daarom werd de steven gewend naar Syrië. Het anti-Westerse beleid is het leidmotief van de derde ambtstermijn van Poetin en in Syrië kon hij het Westen vrij snel op zijn nummer zetten.

De Russische president koos voor een blitzkrieg. Maandag riep hij in zijn speech tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op tot een grote internationale coalitie tegen het terrorisme, zoals die tijdens de Tweede Wereldoorlog bestond tegen de nazi’s, en noemde hij het een enorme vergissing om de Syrische president Assad en zijn leger niet te betrekken bij de strijd tegen terreurgroep IS. De Amerikaanse president Obama sprak met zijn Russische collega 90 minuten, maar het leverde geen enkel resultaat op. Woensdag kreeg Poetin van het Russische Hogerhuis toestemming om Russische militairen in te zetten voor luchtoperaties in Syrië, enkele uren later werden de eerste doelwitten bestookt. Een Russische militaire attaché van de ambassade in Bagdad had een uur vooraf zijn Amerikaanse collega verwittigd dat het Syrische luchtruim gesloten was en dat de Amerikanen hun gevechtsvliegtuigen beter aan de grond hielden, een vraag waar de Amerikanen overigens niet op ingingen.

Daarmee steeg het gevaar dat de piloten van de twee landen elkaar zouden tegenkomen in Syrië, met niet te voorziene consequenties. Hoe zouden de twee hoofdsteden reageren als een piloot een gevechtsvliegtuig van de ander neerhaalt? Het lijkt theorie, maar de afstanden in het Syrische luchtruim zijn niet zo groot en de tijd van de zogenaamde ‘dogfights’, een luchtgevecht met machinegeweren op korte afstand, is al lang voorbij. Piloten bestoken elkaar met luchtdoelraketten die een bereik hebben van tientallen kilometers, wat visuele identificatie onmogelijk maakt. Het Pentagon en het Russische ministerie van Defensie hielden wel nog dezelfde dag een eerste videoconferentie om te ‘deconflicteren’, toevallige aanvaringen vermijden. Zo zal er worden gezorgd dat de piloten met elkaar kunnen communiceren op vooraf afgesproken frequenties.

Niet zonder gevaar

Toen het stof van de Russische bombardementen was gaan liggen, werden de ware Russische bedoelingen duidelijk. Van strijd tegen IS was nauwelijks sprake. De meeste doelwitten die werden bestookt, lagen niet in gebieden die de terreurgroep controleert. Volgens het Britse ministerie van Defensie zijn maar 1 op 20 Russische luchtaanvallen gericht tegen IS. Moskou beschouwt duidelijk alle gewapende opposanten van Assad als terroristen en dus als legitieme doelwitten. Zelfs een trainingskamp waar de CIA rebellen opleidt, werd onder vuur genomen. Obama wist meteen na zijn gesprek met Poetin dat die een zeer ruime definitie van de vijand hanteerde. ‘Hij maakt geen onderscheid tussen IS en de gematigde oppositie, voor hem zijn het allemaal terroristen, en dat is een recept voor rampspoed,’ zei Obama vrijdagavond op een persconferentie. Volgens hem zullen de Russen zich vastrijden in een moeras.

De Russische inmenging in Syrië is inderdaad niet zonder gevaar. Moskou probeert de positie van Assad te versterken. Het Syrische regime controleert nog maar 20 procent van het grondgebied en zelfs de hoofdstad Damascus is in gevaar. Rusland wil de val van Assad voorkomen en ervoor zorgen dat hij in eventuele onderhandelingen vanuit een sterkere positie eisen op tafel kan leggen. Rusland wordt daardoor wel mee verantwoordelijk voor het optreden van het Syrische regime dat onder meer met zijn bomvaten een totaal gebrek aan respect voor mensenlevens heeft getoond. Het is blijkbaar ook een sjiitische coalitie aan het opbouwen met Iran en Irak, waardoor het dreigt de woede van de soennitische wereld over zich heen te krijgen. In de onrustige Noordelijke Kaukasus leven soennitische moslims. Extremistische groepen uit dat gebied hebben al verschillende grote aanslagen in Moskou op hun actief. Rusland hoopt dat het met zijn inmenging de meer dan 2.000 strijders uit de Kaukasus, die nu in Syrië vechten, kan uitschakelen voor ze hun gevechtservaring op het thuisfront gaan toepassen. Noord-Syrië is echter maar een dagreis met de auto van de Noordelijke Kaukasus waardoor die strijders zich bijzonder snel in Rusland kunnen bevinden.

Binnen de regels van het internationale recht

Rusland beschikt ook niet over de onbeperkte militaire middelen van grote concurrent Amerika. Veel gevechtsvliegtuigen, zoals de SU-24 en de SU-25, die nu in Syrië worden ingezet, zijn nog gebouwd door de Sovjet-Unie. Ze zijn oud en niet altijd betrouwbaar. Alleen de SU-30 en SU-34 zijn recente ontwerpen. Rusland beschikt ook niet over een uitgebreid arsenaal aan precisiewapens, waardoor het gevaar voor burgerslachtoffers niet gering is. Op videobeelden van de Russische televisie was een SU-24 te zien met een clusterbom. Poetin probeerde dat gevaar al meteen op te vangen door te zeggen dat de eerste berichten over burgerslachtoffers door Russische bombardementen al de ronde deden nog voor de Russische gevechtsvliegtuigen waren opgestegen.

De Russische inzet in Syrië is misschien een slimme tactische zet geweest om de VS een hak te zetten, maar voorlopig lijkt een langetermijnstrategie afwezig. Volgens de voorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken in de Russische Doema zullen de bombardementen 3 à 4 maanden duren. Maar wat daarna? Denken de Russen dat ze met gemiddeld minder dagelijkse luchtaanvallen dan de door de Amerikanen geleide coalitie, de situatie op het slagveld aanzienlijk kunnen veranderen? Ze hebben wel het voordeel dat grondtroepen het tactisch voordeel van de luchtaanvallen kunnen benutten: het Syrische leger aangevuld met Hezbollah uit Libanon en vermoedelijk ook strijders uit Iran. Maar dat Syrische leger is gedemoraliseerd en gedecimeerd. Van de oorspronkelijke 300.000 soldaten blijven er nog minder dan 100.000 over.

Het was ook niet moeilijk voor Poetin om in Syrië het Westen te wijzen op de eigen inconsequenties. IS is een tegenstander, en wordt gebombardeerd, maar onder de gewapende Syrische oppositie bevinden zich nog andere terreurgroepen zoals het Nusra-front dat gelieerd is met Al Qaeda. De door de Amerikanen geleide coalitie laat die groep evenwel met rust. De internationale basis van de coalitie om in Syrië op te treden is op zijn zachtst gezegd twijfelachtig. Er is geen mandaat van de VN, geen uitnodiging van de zittende regering. Het optreden wordt gerechtvaardigd met een brede interpretatie van het recht op zelfverdediging. Maar vermoedelijk zou niemand in het Westen aanvaarden dat Rusland dezelfde interpretatie zou hanteren. Rusland heeft daarentegen wel een uitnodiging op zak van het Syrische regime en kan volledig binnen de regels van het internationaal recht opereren, iets wat Poetin ook niet nalaat te vermelden.

Geen stichtend voorbeeld

Het track record van de VS en de westerse bondgenoten in het Midden-Oosten is daarenboven ook niet meteen een stichtend voorbeeld. In Afghanistan rukken de Taliban weer op, ondanks enorme inspanningen van Amerika en de NAVO-bondgenoten gedurende meer dan 10 jaar. In Irak is Saddam Hoessein verdwenen, maar tegen een uitzonderlijk hoge kost. Het land is intussen een groot deel van zijn grondgebied en belangrijke steden zoals Mosoel en Ramadi kwijtgespeeld aan IS. In Libië is Khaddafi verdwenen met totale anarchie tot gevolg. De omwentelingen van de Arabische Lente kregen de steun van het Westen, zonder evenwel uit te monden in stabiele democratische regimes.

Poetin speelde er handig op in tijdens zijn toespraak tot de Verenigde Naties: “Beseffen jullie ten minste wel wat jullie hebben gedaan?,” vroeg hij zich retorisch af, er meteen aan toevoegend dat hij geen antwoord verwachtte, omdat het ‘beleid van arrogantie, exceptionalisme en straffeloosheid’ voortduurt. Niet dat Poetin het veel beter voorheeft met de betrokken landen. Rusland heeft zijn grote invloed op Assad nooit gebruikt om de Syrische leider te verplichten zijn eigen bevolking meer te ontzien. Poetin heeft het ook niet zo begrepen op straatrevoluties die alleenheersers in gevaar brengen. Zijn grote vrees is nog altijd een soort Maidan-opstand in Moskou tegen het Kremlin. Het Syrische avontuur is meteen ook een waarschuwing voor binnenlands gebruik: de oppositie moet zich geen illusies maken dat het met een straatrevolutie Poetin in gevaar kan brengen.

Het Westen wordt nu door het Russische optreden met de neus op het eigen falen gedrukt. Het voordeel hiervan is dat de zaken nu op scherp staan en dat het Westen verplicht is klaarheid te brengen in de eigen strategie. Zo groeit het besef dat de eis dat Assad meteen moet opstappen, misschien ook wel een recept voor rampspoed zou kunnen zijn. Uiteindelijk zal er toch een politieke oplossing uit de bus moeten komen. Ook de Russen lijken met hun beperkte en tijdelijke luchtaanvallen vooral aan te sturen op een nieuwe ronde van onderhandelingen. Daarbij zullen zowel het huidige regime als de gematigde oppositie en de belangrijkste externe actoren zoals de VS, Rusland, Turkije, Iran en Saoedi-Arabië betrokken moeten worden.