Hoe werkt die democratie van ons? - Bert Rymen Auteur: Bert Rymen

di 16/06/2015 - 05:51 Bert Rymen We weten allemaal dat we moeten stemmen, maar er zijn tussen twee verkiezingen door nog meer manieren om als burger je stem te laten horen.

Om de vijf jaar trekken we naar de stembus. We kleuren daar een bolletje op papier of op de computer en die uitslag vertaalt zich in een nieuw parlement met nieuwe krachtsverhoudingen tussen verschillende politieke partijen. Die proberen dan een regering te vormen die gesteund wordt door een meerderheid in dat parlement. Dat is het basisprincipe en dat geldt voor het federale en het Vlaamse niveau. Voor de gemeente en de provincie stemmen we om de zes jaar.

We geven dus eigenlijk onze stem aan mensen die in onze naam in het parlement wetten maken. Zij steunen dus ook een meerderheid of gaan daar net tegen in oppositie. Maar het hele parlement controleert de regering, de uitvoerende macht.

Volksraadpleging

Maar er is daarnaast nog een heel arsenaal met andere inspraakmogelijkheden.

Bijvoorbeeld de volksraadpleging of het referendum. Die vorm van extra inspraak is het meest bekend. Met name op het gemeentelijk niveau. In ons land zijn er enkel volksraadplegingen mogelijk, die zijn niet bindend. Een referendum is dat wel.

Een gemeentebestuur maar ook op vraag van een voldoende groot aantal burgers kan een volksraadpleging organiseren waarin aan de inwoners van een gemeente een vraag wordt voorgelegd. Typisch gaat dat over een groot infrastructuurwerk zoals een nieuwe weg of een zwembad bijvoorbeeld.

Anders dan bij gewone verkiezingen is bij zo'n volksraadpleging de stemming niet verplicht. Je mag dus gaan stemmen. En wat meer is, ja kan al mee stemmen vanaf zestien jaar. En niet op 18 zoals dat bij de echte verkiezingen het geval is.

Maar een volksraadpleging is niet bindend. Dat wil zeggen dat een gemeentebestuur de uitslag naast zich neer kan leggen. Maar vaak zie je dat een bestuur toch rekening houdt met de uitslag. En al zeker als er een grote meerderheid is in de en of de andere richting.

Sowieso komt het pas tot een stemming als 10 tot 20 procent van de bevolking de vraag steunt. Dat hangt of van de grote van de gemeente (in grote als Antwerpen is 10 procent al genoeg).

Ook afhankelijk van het aantal inwoners moet het aantal uitgebrachte stemmen minstens 10 à 20% zijn om de uitgebrachte stemmen te mogen tellen.

De koningskwestie

Een heel bekende volksraadpleging was eentje met historische gevolgen. In de nasleep van de tweede wereldoorlog is er gestemd over het al dan niet kunnen terugkeren uit ballingschap van koning Leopold III. De zogenoemde Koningskwestie. Daarover was er geen politieke eensgezindheid en dus werd die vraag voorgelegd aan de bevolking.

Uiteindelijk was er een meerderheid van bijna 58 % voor de terugkeer va de koning. Maar het land raakte zo verdeeld tussen voor- en tegenstanders met veel en zware betogingen en zelfs doden dat de situatie onhoudbaar werd. Nationale volksraadplegingen werden sindsdien verboden.

Gemeentelijke referenda

Gelukkig zijn de meer recente gemeentelijke volksraadplegingen iets rustiger. De eerste gemeentelijke volksraadpleging in Vlaanderen vond plaats in Genk in 1996 ivm Fenixproject , de ontwikkeling van de mijnterreinen, maar daar kwam maar 36 procent van de bevolking stemmen en dat was te weinig om ook te gaan tellen. (toen moest er nog en opkomst zijn van veertig procent)

Daarna had je nog veelbesproken stemmingen in Gent en Sint-Niklaas over de aanleg van een ondergrondse parkeergarage.

En zeker ook veelbesproken was in oktober 2009 de grote volksraadpleging over de Oosterweelverbinding in Antwerpen.

35% van de kiezers bracht een stem uit en 59,24% van de kiezers oordeelde dat de stad een negatief advies moest geven voor de bouwvergunning voor het zogenoemde BAM-tracé van de Oosterweelverbinding. Verworpen dus.

De zesde staatshervorming geeft aan de regio's de mogelijkheid om volksraadplegingen te organiseren over bijvoorbeeld het mobiliteitsbeleid of een andere bevoegdheid van Vlaanderen. (enkel belastingen en begroting zijn uitgesloten)

Maar voorlopig is die optie eerder dode letter. Dat wil zeggen dat de optie voor een regionale raadpleging wel in de grondwet staat maar dat die nog niet echt is uitgewerkt. Bijvoorbeeld over hoeveel handtekeningen er nodig zijn om dat door te laten gaan enz…

Politiek is er voorlopig ook niet echt een drive om hier werk van te maken. Bij de politieke partijen is er eigenlijk alleen Ecolo die hier echt mee bezig is.

In Vlaanderen zijn alleen Groen en Open VLD voor, de SP.A zegt in haar verkiezingsprogramma dat de mogelijkheid er moet zijn bij 'omstreden dossiers'. Maar CD&V en de N-VA zien geen brood in deze ja-neevragen. Zij vinden dat geen goede basis voor beleid.

Verzoekschrift

Je kan als burger ook altijd nog een verzoekschrift indienen bij de gemeente. Dat kan een vraag zijn maar ook een concreet voorstel. De gemeente moet daarop antwoorden en kan zijn beleid aanpassen aan de opmerking. Als de meerderheid die steunt natuurlijk.

Je kan ook een verzoekschrift richten aan het Vlaams parlement. En als je daarbij ook nog eens 15.000 handtekeningen verzamelt , dan kan je eisen om door het parlement in een commissie gehoord te worden.

Het meest succesvolle verzoekschrift bij het Vlaams Parlement vroeg om de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal. Men verzamelde eind 2004 in minder dan vier maanden tijd 71.330 handtekeningen voor. En de gebarentaal is nu erkend.

Eenzelfde verzoekschrift kan je ook richten aan het federaal en het Europees parlement.

In Europa kan je trouwens ook een zogenoemd burgerinitiatief indienen. Dat wil zeggen dat iedereen die dat wil, aan de Europese Commissie kan vragen om zijn/haar wetsvoorstel te lanceren. Daarvoor zijn wel minstens een miljoen handtekeningen nodig, en dat is nog maar een van de vele voorwaarden. Ook hier dus wel eerder dode letter…

En er zijn ten sotte ook al steeds meer steden en gemeenten die op lokaal niveau proberen om inspraak te organiseren via sociale media. Bijvoorbeeld om voorstellen te krijgen voor de heraanleg van een plein (Gent). Maar dat staat dus duidelijk nog in zijn kinderschoenen.

(Bert Rymen is Wetstraatjournalist voor VRT-nieuws)