"Ik ben van Kanegem en weet van niets"

wo 01/09/2010 - 12:35 Gisteren zei moraalfilosoof Etienne Vermeersch in het Radio 1-programma “Joos” dat er een uitdrukking was die zei dat “iemand die van Kanegem komt, van niets weet”. Hij verwees hierbij naar kardinaal Danneels, die in Kanegem geboren werd. Maar hoe is deze volkswijsheid ontstaan? “Nieuwe Feiten” zocht naar het antwoord.

Vermeersch zelf zei tegen presentatrice Ruth Joos: "In de 19e eeuw is er op de markt van Tielt een moord gepleegd. De man die aangehouden werd, bleef maar zeggen: meneer de juge, ik wist van niets, ik ben van Kanegem. Sindsdien weet heel West-Vlaanderen dat wanneer iemand zegt dat hij van Kanegem komt, hij van niets weet. Voor een keer komt dat nu uit, want kardinaal Danneels is afkomstig van Kanegem".

Het Radio 1-programma "Nieuwe feiten" ging te rade bij Danny Verlinden die een boek schreef over de man die aan de basis ligt van de volkswijsheid. Verlinden: "De legende gaat als volgt: Jan Vleminck, een konijnenhandelaar uit Tielt, moest in Kanegem een hevige storm trotseren. Hij was zo vermoeid dat hij zelfs spoken in het bos zag. Uiteindelijk viel hij in slaap. Diezelfde nacht werd er in Tielt een pastoor vermoord. ‘s Morgens bleek Vleminck een bebloed mes in zijn zak te hebben. Zo werd hij beschuldigd van de moord op de pastoor. Maar hij antwoordde op de beschuldigingen dat hij van niets wist, omdat hij van Kanegem kwam. Waarmee hij bedoelde dat dat de laatste gemeente was die hij gepasseerd was."

In tegenstelling tot wat Vermeersch vertelde, gaat het dus niet over een moord op de markt van Tielt en vond die ook niet plaats in de 19e eeuw maar in 1402, begin 15e eeuw.

Hoe hevig Vleminck ook zijn onschuld verdedigde, toch werd hij ter dood veroordeeld. Verlinden: "Vleminck werd opgehangen op de markt van Tielt. Net voor zijn ophanging herhaalde hij nogmaals dat hij onterecht veroordeeld was. Hij zei daarom tegen de baljuw (ambtenaar belast met rechtspraak, nvdr) dat deze een week later zou overlijden, wat ook zo gebeurde. Bij de aanstelling van de nieuwe baljuw ontplofte een kanon en dit verwondde een van de omstanders levensgevaarlijk. Tijdens zijn laatste biecht bekende deze, net voor hij stierf, dat hij de pastoor vermoord had omdat hij niet mocht trouwen."

Toch blijft de vraag of het allemaal wel echt gebeurd is, want bijvoorbeeld de naam van de vermoorde pastoor is nooit achterhaald. Verlinden besluit met: "Geloof van het verhaal wat je ervan wil geloven. Maar weet dat we van één ding zeker zijn: de woorden "ik ben van Kanegem en ik weet van niets" zijn eigenlijk de woorden van een Tieltenaar en niet van een Kanegemnaar."