"Stof" in Wiels en S.M.A.K.

wo 10/03/2010 - 13:19 Voor het Brussels Centrum voor Hedendaagse Kunst Wiels is er nog steeds geen financiële oplossing gevonden. Naar verluidt wordt er in de politieke coulissen druk onderhandeld maar de impasse blijft. Wel kan Wiels rekenen op flink wat steun, nationaal en internationaal. Elf gerenommeerde kunstinstellingen uit de Benelux en Duitsland hebben een krachtige steunbrief geschreven aan de politiek. En ook de bezoekers van Wiels laten zich niet onbetuigd. Op hun initiatief onderschreven meer dan 7.500 internetgebruikers een petitie. Ondertussen gaat het leven in het museum gewoon verder.

De Nederlander Melvin Moti (1977) is voor de eerste keer met een solotentoonstelling in België. "Moti exposeert weinig", aldus curator Elena Filipovic, "omdat hij op een trage en voorzichtige manier aan intensieve research doet. Soms neemt een project twee jaar in beslag". En dat was ook het geval voor de bescheiden tentoonstelling "From dust to dust" of "Stof, het vluchtigste van alle deeltjes".

© Filip Van Zieleghem

Stof heeft voor Moti verschillende betekenissen. Er is het stof dat wij gemakshalve huiselijk stof noemen en opwaaiend stof zoals in de woestijn. Maar er is ook stof als een verbindend element tussen voorwerpen en tussen tijdsfragmenten binnen de geschiedenis.

Stof is een moeilijk te vatten begrip. Melvin Moti: "Het valt me bijzonder moeilijk om over mijn expositie te praten. De bezoeker moet de beelden ondergaan, hij moet een individuele relatie opbouwen met het kunstwerk." Het blijft allemaal wat vaag. Gelukkig is er een uitmuntende catalogus met een verhelderend Engelstalig essay van de kunstenaar zelf.

Het stof van Charles Darwin

16 januari 1845: Charles Darwin (1809-1882) kuiert rond in de havenstad Porto Paya op Kaapverdië. In de ijle atmosfeer viel Darwin het fijne stof op. Hij verzamelde enkele potjes en bracht ze naar het Natuurkundig Museum in Berlijn. Bij onderzoek werden er 67 verschillende organische vormen ontdekt.

Op de tentoonstelling staat een klein potje met dit stof. Een 35 mm zwart-wit film toont de verschillende tekeningen die de stofdeeltjes - het zijn witte puntjes - kunnen aannemen. Soms vertonen de ontelbare stofpunten zich als luchtbellen, dan weer als sprankelende atomen die plots een octopus vormen. Ook zagen wij een bloem, zeepaardjes en zelfs draken. De wereld van het stof is onuitputtelijk en boeiend.

© Filip Van Zieleghem

Moti schilderde twee monochrome werken. Hij plaatste de schilderijen in een machine die het algemeen licht en de lucht in een museum nabootste. Deze simulatie toont hoe werken verkleuren na honderd jaar. Dit werk stelt ook de vergankelijkheid en de technieken tot conservatie van kunst in vraag.

Sir Joshua Reynolds (1723-1792) was een befaamde portrettist. Hij verkondigde zijn theorie van de Grand Manner: het hoogst haalbare binnen de schilderkunst is een historiestuk van eigen signature, geen kopie naar een grote meester. Volgens Sir Reynolds moet de ware kunstschilder graven door het stof van de geschiedenis; hij moet de oude meesters opzoeken en bestuderen. En dat maakt het onderscheid tussen de kunstenaar en de ambachtsman.

Maar het Portret van Mary Barnardiston uit 1750 hangt op deze tentoonstelling omwille van een mislukt experiment met pigmenten. Het resultaat: het aangezicht en de handen krijgen een vage, haast doorschijnende textuur, alsof de dood reeds door de aderen waart.

Nog meer mislukkingen

Melvin Moti heeft een voorliefde voor kunstenaars die uit de geschiedenis zijn verdwenen omdat zij te slordig omgingen met hun uitvindingen bijvoorbeeld een octrooi niet aanvroegen ofwel te weinig doorzettingskracht hadden. De Zwitserse fotograaf Ernst Moiré (1857-1929) ontwikkelde baanbrekende fotografische technieken maar kreeg er nooit een cent voor.

Bij het experiment met een nieuwe flitstechniek maakte hij zijn vrouw twee maanden blind. En Moiré ontdekte ook het moiré-effect dat we soms op televisie zien wanneer een presentator of een gast een fijn gestreept hemd draagt. Plots gaat die fijne horizontale streep "trillen" omdat die lijn gaat interfereren met de lijnen van de televisie. Het moiré-effect werd later door de pop-art opgepikt.

© Filip Van Zieleghem

En sommigen beweren dat Moiré niet de uitvinder is maar wel een collega die te beschaamd was om het falen op zijn eigen debet te schrijven. Moiré maakte ongewild naam met de mislukking van een ander. En dat moiré-effect wordt op diverse manieren gevisualiseerd in de Peacock Room, de kamer van de pauw.

Het was een majestueuze kamer die James Whistler (1834-1903) ontwierp voor een rijke industrieel. Op een muurschildering staan twee mannetjes pauwen tegenover elkaar.

Melvin Moti gebruikte deze tekening als bron voor behangpapier. En wie heel dichtbij komt en nauwkeurig ziet, bemerkt het moiré-effect. Maar Whistler is de man die in de negentiende eeuw de basis legde voor de huidige inrichting van musea en kunstgalerijen. Niet langer werden werken tegen drukke muren gehangen, neen, hij ontwikkelde de witte kamer of kubus waar de werken maximaal tot hun recht kunnen komen.

In het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent loopt er een fraaie tentoonstelling van de Nederlander Loek Grootjans (1955: "Leaving traces" of het verzamelen van sporen). Drie grote werken bracht het S.M.A.K. samen: de tekstpanelen die als een groot schakelbord wordt gepresenteerd, elke zin ontleedt een andere, een eindeloos verloop. Een dergelijke installatie was eerder al te zien tijdens een zomer van Watou toen Gwy Mandelinck daar de touwtjes nog in handen had.

Daarnaast de rekken waarop de tijd stof oplegt en waar de bezoeker vriendelijk wordt verzocht niet te niezen of te blazen. Tot slot de potjes waarin Grootjans "stoffen" heeft bewaard. Een dertigtal stoffen verzamelde hij. We kunnen die bekijken en bestuderen via een vergrootglas dat op de potjes is bevestigd. Ook hier blijkt dat stofdeeltjes zeer creatieve driedimensionale vormen aannemen. Stofjes hebben een eigen leven.

In een potje is er niets te zien: tears of tranen. De legende wil dat Grootjans naar een drie uur durende documentaire over Jacques Brel keek. Hij huilde maar niet een traan kwam in het potje. Of is dit een wat stoffig verhaal om waar te zijn?

Yves Jansen