10 vragen over Israël-Palestina (die je niet op café durft stellen) Auteur: Anneleen Ophoff, Vincent Merckx

ma 05/06/2017 - 09:39 Anneleen Ophoff, Vincent Merckx Israël-Palestina: het lijkt soms wel een eindeloos conflict. Eentje waarover iedereen zijn mening heeft en waarover je moet kunnen meepraten. Of zo lijkt het vaak toch. Maar is het nog wel duidelijk? We zetten de feiten nog eens op een rijtje.

In twee woorden: Joods nationalisme. Rond het einde van de negentiende eeuw groeide het nationalisme wereldwijd en kregen Joden in Europa, Rusland en de VS af te rekenen met groeiend antisemitisme. Er ontstond een politieke beweging die een eigen Joodse staat wilde: het zionisme.

De zionistische beweging claimde voor die nieuwe Joodse staat de regio van de oude koninkrijken Israël en Judea, die Hebreeuws waren tot ze in de zesde eeuw voor Christus door de Babyloniërs veroverd werden. Na de ontmanteling van het Ottomaanse rijk na de Eerste Wereldoorlog kwam dat gebied onder Britse controle.

Zionisten beschouwen het jodendom als meer dan een religie - volgens hen is het een nationaliteit. Volgens het zionistische principe kan elke jood, waar hij ook woont, vandaag een Israëlisch burger worden. Maar niet alle Joden scharen zich achter het zionisme - sommigen zijn ervan overtuigd dat een Joodse staat geen Bijbels recht is.


Weetje: het woord “zionisme” komt van de heilige berg Zion in Jeruzalem.

Het Midden-Oosten is al sinds het begin van de beschaving een smeltkroes van religies en culturen. Christenen, joden en moslims woonden er, vaak in vrede, samen. In de tijd van de Romeinen werd de Joodse bevolking in de Romeinse provincie Palestina uitgemoord en vervolgd - het begin van de Joodse diaspora. Eeuwenlang, sinds de Middeleeuwen, migreerden er Joden uit het Westen en Rusland naar het huidige Israël. Honderdduizenden Joden vestigden zich er voor het einde van WOII. De spanningen met de oorspronkelijke, voornamelijk Arabische bevolking liepen ook in die beginjaren al hoog op.

Na de Holocaust, die 6 miljoen Joden het leven kostte en een nieuwe migratiegolf naar Israël op gang bracht, stonden de zionisten nog sterker in hun eis om een eigen staat. In 1947 verdeelden de Verenigde Naties het door Groot-Brittannië bestuurde Palestina, waar het geweld tussen de bevolkingsgroepen niet te controleren bleek, in een Joodse en een Palestijnse staat, met Jeruzalem onder internationale controle.

Maar de VN maakten geen aanstalten om die staten ook praktisch op te richten en er brak een burgeroorlog uit, waarbij ook de Arabische legers zich in de strijd gooiden en opriepen om de Joden te verdrijven. De zionisten gingen voluit voor het offensief en veroverden nog meer territorium. In 1948 riepen ze hun eigen, onafhankelijke staat Israël uit, die zich op 77% van het grondgebied van het vroegere Palestina bevindt. De overgebleven Palestijnse gebieden werden verdeeld onder Jordanië en Egypte. De oprichting van een Palestijnse staat bleef op zich wachten.
 

Het Israëlisch-Palestijns conflict lijkt heel complex, maar draait in essentie rond de controle van grondgebied. Met de oprichting van de staat Israël en de daaropvolgende oorlogen werd grond opgeëist en gewonnen van de Palestijnse bevolking, die nog geen erkende staat hadden opgericht. De Palestijnse bevolking woont vandaag in drie steeds kleiner wordende gebieden: Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.

Het conflict mondde al uit in verschillende internationale oorlogen, waaronder de Zesdaagse Oorlog in ‘67. Maar ook tussen die opflakkerende conflicten door is het allesbehalve rustig in het gebied. Het sterke Israëlische leger bezet de Palestijnse gebieden en het komt er regelmatig tot gewelddadige confrontaties. In de Gaza-oorlog van 2014 werden 2.100 Palestijnen gedood door het Israëlische offensief, onder wie 547 kinderen. Aan de Israëlische zijde vielen 73 doden en 1.600 gewonden. Ook tijdens dagelijkse schermutselingen vallen dodelijke slachtoffers. In 2016 stierven er 109 Palestijnen en 13 Israëli's - dit jaar werden al 23 Palestijnen gedood door het Israëlische leger en kolonisten.

De Palestijnse bevolking heeft geen officieel leger. Wie zich tegen de Israëlische bezetting wil keren, sluit zich aan bij gewelddadige verzetsbewegingen. Sommigen onder hen voeren dodelijke zelfmoordaanslagen uit op Israëlische doelwitten. Op twee momenten werd er opgeroepen tot een intifada. Letterlijk (in het Arabisch): het afschudden van de Israëlische overheersing. Vooral de tweede intifada, in 2000, was bijzonder gewelddadig. Hamas nam er het voortouw met een resem dodelijke terreuraanslagen in Israël. Tijdens de tweede intifada vielen 1.137 Israëlische en 4.281 Palestijnse dodelijke slachtoffers. Guerrillatactieken hebben zich vandaag vertaald naar luchtaanvallen en granaten. Langs beide kanten worden regelmatig burgers getroffen en worden ook andere oorlogsmisdaden gepleegd, blijkt uit onderzoeken van de Verenigde Naties.

 

Tijdens de Zesdaagse Oorlog verdrievoudigde Israël zijn grondgebied. Het betonneert die overwinning sindsdien met Joodse nederzettingen in de bezette gebieden. Een inbreuk op het internationaal recht, want een bezettingsmacht mag geen eigen bevolking op bezet gebied onderbrengen. De VN-Veiligheidsraad eiste vorig jaar nog met een nieuwe resolutie dat Israël het bouwen van nederzettingen in bezette Palestijnse gebieden staakt. Toch wordt de bouw van de illegale nederzettingen nog steeds verder gezet. In de afgelopen vijftig jaar bouwden Israëlische kolonisten 131 nederzettingen en 97 voorposten op de Westelijke Jordaanoever, 12 nederzettingen in Oost-Jeruzalem en tientallen op de Golanvlakte, goed voor zo’n 500.000 kolonisten. Veel Palestijnen zien de bouwwoede als een de facto campagne om de Palestijnse staat te elimineren.

Maar Israël breidt ook met andere tactieken zijn grondgebied uit. Als reactie op de tweede intifada startte Israël in 2002 met de bouw van een muur ter verdediging tegen terreuraanslagen. In de praktijk annexeerde Israël met het bouwproject meer dan 16% van het bezette grondgebied. Volgens de VN werden zo 25.000 Palestijnen van de buitenwereld afgesneden. Volgens het Internationaal Gerechtshof is de muur illegaal.

Zelfs Joodse particulieren mengen zich op een creatieve manier. Zo kopen immobiliënmakelaars in Oost-Jeruzalem grond en gebouwen van de Arabische bevolking om hen op te nemen in het Israëlische bezit. Waar mogelijk worden Palestijnse bewoners met onteigeningen en rechtszaken onder druk gezet.
 

Rudi Vranckx bezocht Joodse kolonisten, die nog steeds nieuwe nederzettingen bijbouwen.

De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) is de officiële vertegenwoordiging van de Palestijnse bevolking. Als onderdeel van de Oslo-akkoorden richtte de PLO in 1994 de Palestijnse Autoriteit op, het bestuur van de Palestijnse gebieden. Yasser Arafat werd na het tekenen van de Oslo-akkoorden de eerste president van de Palestijnse Autoriteit. Hij vormde de gewapende verzetsbeweging Fatah om tot een politieke partij. Vandaag staat de gematigde president Mahmoud Abbas aan het hoofd.

In de praktijk regeert de Palestijnse Autoriteit onder toezicht van de PLO alleen in de Westelijke Jordaanoever. Daar zwaait de leidende partij Fatah de plak. Gaza wordt bestuurd door de islamitische groepering Hamas, oorspronkelijk opgericht als verzetsbeweging tegen Israël en de grootste van alle gewapende islamitische groeperingen die opkomen voor de Palestijnen. Zij kwamen aan de macht na de Gaza-verkiezingen in 2006. De gewapende vleugel van Hamas wordt door de Verenigde Staten en de Europese Unie beschouwd als een terroristische organisatie. Hoewel het Hamas-manifesto voor de totale vernietiging van Israël ijvert, kondigde Hamas in mei van dit jaar een nieuw, voorlopig doel aan: een onafhankelijke Palestijnse staat met de grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog.

De relaties tussen de twee partijen Fatah en Hamas verloopt echter moeizaam, waardoor er geen sprake is van een eengemaakt bestuur van de Palestijnse gebieden.
 

In de praktijk controleert Israël nagenoeg alle aspecten van het dagelijks leven in de Palestijnse gebieden. De Israëli’s hebben bovendien ook het alleenrecht om burgerschap en rechten toe te kennen. Zo hebben enkel Palestijnen die binnen de Israëlische grenzen wonen stemrecht en kunnen Palestijnen uit Oost-Jeruzalem hun rechten kwijtspelen wanneer ze verhuizen of met een Palestijn uit Gaza trouwen. Voor de 1.6 miljoen Palestijnen uit de Gazastrook is het verboden buiten dat gebied te komen. Een openluchtgevangenis, dus.

De Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem zijn bezette gebieden: Israëlische grondtroepen patrouilleren er door de straten, verdedigen de kolonisten en bemannen de militaire checkpoints. In Gaza is er geen bezettende macht op het terrein zelf: Israël voert er al jarenlang een militaire blokkade, waardoor basismiddelen en werkgelegenheid er schaars zijn. Maar ook Egypte controleert een grens met de Gazastrook en stelt die grenzen niet open.

Water en elektriciteit
In de Westelijke Jordaanoever hebben Israëlische troepen controle over 82% van het gebied. Ze innen er belastingen in naam van het Palestijnse bestuur en beheren de watertoevoer. Palestijnen krijgen 70 liter water per dag - Israëli’s 300 liter. Sinds 1967 zijn er bovendien geen plannen voor nieuwe waterputten in Palestijnse gebieden goedgekeurd door de Israëlische staat, die tevens verantwoordelijk is voor de vernietiging van tientallen bronnen en reservoirs.

Ook de enige energiecentrale in de Gazastrook is vaak het doelwit geweest van Israëlische aanvallen. Op andere momenten wordt de brandstoftoevoer afgesloten. De nodige import van energie brengt Israëli’s jaarlijks bijna 100 miljoen dollar op - maar de inwoners van Gaza kampen nog steeds met 12 tot 16 stroomonderbrekingen per dag.

Landbouw
Door de bouw van nederzettingen worden Palestijnse inwoners onteigend en wordt hen vaak de toegang tot hun landbouwgronden ontzegd. En dat heeft ook een economische weerslag. Tussen 1967 en 2015 werden maar liefst 800.000 olijfbomen gekapt - goed voor een verlies van 12.3 miljoen dollar voor 80.000 Palestijnse gezinnen die met de olijventeelt hun brood winnen.

Een door Israël opgelegde bufferzone in de Gazastrook maakt 24% van het landbouwgebied van Gaza ontoegankelijk voor de bevolking. De zeeblokkade, die het waterverkeer beperkt tot 3 tot 6 zeemijl van de kust, scheidt Palestijnse vissers bovendien van de beste visplaatsen, die zich mijlen verder bevinden.

Vrij verkeer van personen
Het personenverkeer in de Palestijnse gebieden is een chaos. Palestijnen mogen in de Westelijke Jordaanoever geen gebruik maken van het openbare busvervoer en bepaalde Israëlische wegen niet gebruiken. De Westelijke Jordaanoever telt momenteel meer dan zestig militaire checkpoints. Elke dag passeren maar liefst 50.000 mensen die checkpoints aan de muur, een tijdrovende en soms gevaarlijke bezigheid. Tussen 2000 en 2005 bevielen maar liefst 67 vrouwen aan het Qalqilya checkpoint, onderweg naar het ziekenhuis. 36 baby's stierven.

Handel
70% van de import in de Palestijnse gebieden zijn Israëlische goederen. Een lucratieve zaak: door de militaire blokkade op de Gazastrook alleen al geniet de Israëlische bedrijfswereld van een compleet monopolie, in 2012 goed voor maar liefst 375 miljoen dollar. Zowel de zee- als de luchthaven van de Gazastrook, deels gefinancierd met Europese steun, werd door de Israeli’s vernietigd, waardoor directe handel met de buitenwereld onmogelijk is.

 

Vier oorlogen en 50 jaar conflict maakt dat miljoenen Palestijnen als vluchteling in het buitenland leven of ontheemd in de bezette Palestijnse gebieden wonen. De oorlog van 1947 deed 700.000 Palestijnen op de vlucht slaan. Honderdduizenden sloegen op de vlucht tijdens de oorlogen in ‘67 en ‘73. Tijdens de laatste Gaza-oorlog, in 2014, moesten 520.000 Palestijnen hun huizen verlaten.

Het merendeel van de Palestijnse vluchtelingen wordt door de omliggende landen opgevangen in kampen die in de laatste vijftig jaar zijn uitgegroeid tot volledige steden. Discriminatie in die Arabische gastlanden, een gebrek aan onderwijs, gezondheidszorg en werk zorgen voor een mager toekomstperspectief voor deze vluchtelingen, die vaak zonder burgerrechten opgroeien. De Palestijnse diaspora groeide de laatste vijftig jaar uit tot meer dan 5 miljoen vluchtelingen - velen onder hen geboren en getogen in vluchtelingenkampen. Het is hen verboden naar Israël of de Palestijnse gebieden terug te keren.

 

In een BBC-enquête kwam Israël naar voor als vierde meest gehate land ter wereld, na Noord-Korea, Iran en Pakistan. 31 landen erkennen de staat niet, maar de vijandigheid tegenover Israël tekent zich vooral af in de moslimwereld. Van de 22 landen in de Arabische Liga erkennen enkel Egypte, Jordanië en Mauritanië de legitimiteit van de staat Israël. In totaal erkennen 31 landen Israël niet, waaronder ook Noord-Korea, Cuba en Bhutan.

De erkenning van Palestina blijkt moeilijk - al wordt de Palestijnse zaak de laatste jaren door steeds meer landen erkend. 70% van de VN-landen erkennen de Palestijnse staat, waarbij sommige expliciet verwijzen naar de grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog. Sinds 2015 wordt Palestina ook door de Verenigde Naties erkend als een niet-lidstaat. Ze krijgen zo meer diplomatieke armslag en ze staan nu juridisch sterker. Zo kunnen ze vrij eenvoudig als land, Palestina, toetreden tot VN-organisaties en een beroep doen op internationale organisaties zoals het Internationaal Strafhof (ICC).

De VS positioneren zich als een van de weinige westerse landen eerder pro-Israël. De helft van de Amerikaanse veto’s in de VN Veiligheidsraad werd ingezet voor resoluties die kritisch tegenover Israël staan. Ze schenken het land ongeveer 3 miljard dollar per jaar aan financiële, militaire en diplomatieke hulp. De laatste jaren lijkt de relatie tussen de Verenigde Staten en Israël eerder gespannen. Een spanning die zich in de Amerikaanse politiek ontpopt tot een groeiende kloof tussen democraten en republikeinen, waarbij vooral die laatste zich pro-Israël tonen. Hoe president Trump zich in het conflict zal mengen, is nog onduidelijk. Tijdens zijn eerste buitenlandse reis bezocht hij Israël en de Palestijnse gebieden, waar hij met beide partijen over de toekomst praatte.

Aan de andere kant van het spectrum stuurt Saudi-Arabië jaarlijks honderden miljoenen dollar naar de Palestijnse Autoriteit. De Arabische grootmacht werkt bovendien aan een alternatief vredesvoorstel.
 

De meeste polls tonen dat zowel Palestijnse en Israëlische burgers voor een tweestatenoplossing zijn. In dat scenario worden er twee legitieme en onafhankelijke staten opgericht, waarbij de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook een eengemaakt, niet-bezet, Palestina wordt. Ook Palestijns president Abbas en huidig Israëlisch premier Netanyahu verklaren nu allebei voor de tweestatenoplossing te zijn. Maar de vredesgesprekken lopen steeds vast op dezelfde struikelblokken.

Jeruzalem
Zowel de Palestijnen als de Israëli's zien Jeruzalem als hun hoofdstad én de heiligste plaats voor de beleving van hun religie. In de oude stad staan christelijke, islamitische en joodse heiligdommen letterlijk op, tegen en onder elkaar gebouwd. Het is een onmogelijke opdracht de stad geografisch in twee te delen, zeker nu Joodse nederzettingen delen van Oost-Jeruzalem en de omliggende buitenwijken opslokten.

Terugkeerrecht
Terugkeerrecht voor Palestijnse vluchtelingen zou de Israëlische staat van één van zijn twee belangrijkste karakteristieken beroven: zijn Joodse identiteit of zijn democratisch systeem. De terugkeer van 7 miljoen Palestijnse vluchtelingen zou van Joodse inwoners een minderheid maken. Ideeën om die teruggekeerde vluchtelingen geen stemrecht te geven, ondermijnen dan weer de mensenrechten en het democratisch principe van het land. Alternatieven die geopperd worden, zijn een gedeeltelijke terugkeer en financiële compensatie.

Nederzettingen
In de afgelopen vijftig jaar bouwden Israëlische kolonisten meer dan 200 voorposten en nederzettingen in bezet gebied. Die nederzettingen fragmenteren het Palestijnse gebied zodanig dat een geografische splitsing van het gebied onmogelijk wordt. Veel Palestijnen willen dan ook terug naar de grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog in 1967. De Joodse kolonisten zouden nieuwe nederzettingen moeten verlaten en de gronden terug overdragen op de Palestijnse bevolking. Maar net die kolonisten zorgen vaak voor de extremere stemmen in het debat.

 

Al sinds 1920 zijn er spanningen tussen de Joden en Arabieren in Brits Palestina en de oorlogen in 1947, 1967 en 1973 maken van de zoektocht naar vrede een wankel proces.

Nochtans leek het in de jaren negentig eindelijk de goede weg op te gaan. De vredesonderhandelingen, die al decennia lang gevoerd werden, kwamen in een stroomversnelling terecht. Het hoogtepunt: de Oslo-akkoorden van 1993. Een historisch moment: Israëlisch premier Yitzhak Rabin en PLO-leider Yasser Arafat schudden elkaar de hand op het gazon van het Witte Huis. Het zag er even naar uit dat er effectief een Palestijnse staat zou komen, maar de opkomst van radicaal rechts in Israël en de Palestijnse terreur van Hamas en Islamitische Jihad deden de standpunten opnieuw verharden. De afspraken uit het akkoord werden uiteindelijk niet nageleefd.

In 2000 en 2001 wordt er in Camp David een nieuwe poging gedaan de Oslo-akkoorden concreet te maken. Maar de toegevingen van beide kampen zijn onvoldoende. Israël wil een militaire aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever behouden in de vorm van noodzones en niet-gespecificeerde bolwerken. En dus slaat Arafat het voorstel af.

Twee jaar later, in 2003, volgt een door Rusland, de Verenigde Staten, Europa en de Verenigde Naties ontworpen stappenplan. Een roadmap voor vrede en een Palestijnse staat. Maar ook dat stappenplan wordt nooit uitgevoerd en is slechts een referentiekader voor nieuwe onderhandelingen. Die falen keer op keer: in 2007, in 2009 en in 2013. Het proces lijkt muurvast te zitten.

Rabin en Arafat schudden elkaar in 1993 voor het eerst de hand. Maar de vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen zitten sindsdien muurvast.