Urutau, een indiaan met een missie Auteur: Steven Decraene

za 13/08/2016 - 10:28 Steven Decraene Vorige week probeerde hij al tevergeefs de koning een brief te geven, volgende week probeert hij opnieuw de veiligheidsmensen te omzeilen. Urutau is een indiaan met een missie. "Ik wou tonen dat wij indianen in dit land geen rechten meer hebben."

Ik had hem al gezien toen ons koningspaar vorige week Rio bezocht. Hij was die kleine man met het lange grijze haar die koste wat kost een brief wou afgeven aan de Belgische koning. Stoere bodyguards met de donkerste zonnebrillen die je je maar kan indenken, hielden hem tegen. De man was alleen, de veiligheidsmensen met veel. Hoe vastberaden de kleine man met de lange lokken ook was, koning Filip heeft hem nooit gezien, laat staan gesproken. Deze keer lukte het de man niet, maar bij het volgende bezoek van een buitenlands staatshoofd staat hij er opnieuw. Altijd maar met één missie: de zaak van zijn volk, de indianen, bepleiten.

Enkele dagen later ontmoet ik de man opnieuw en leer ik dat zijn naam Urutau is. Hoe klein is een wereldstad als Rio de Janeiro als je op een bevolking van meer dan 6 miljoen iemand twee keer kan ontmoeten. “Ik wou gewoon papieren afgeven aan de koning om te tonen dat wij indianen in dit land geen rechten meer hebben. Ze hebben ons alles afgenomen, eerst ons land, daarna onze waardigheid en nu willen ze ook nog onze cultuur vernietigen.” Urutau zegt het met een afgemeten stem maar op een zachte toon. Als een van de leiders van de inheemse bevolking die aan het wereldberoemde Maracanã-stadion woonde, heeft hij al genoeg vernederingen geslikt.

Maracana

Urutau neemt me mee naar het Maracanã-stadion, de plaats waar de Olympische Spelen vorige week officieel geopend werden. Maar voor Urutau en zijn volk betekenen die Spelen niks. Integendeel, alles wat naar RIO2016 verwijst, voelt als een mes dat nog dieper in de wonde snijdt. Samen met de wereldbeker voetbal van 2014 vormden de Olympische Spelen het perfecte alibi om het indianendorp in de buurt van die voetbaltempel te slopen. Sinds 2006 hadden verschillende indianenfamilies het laatste stukje grond in Rio bezet dat officieel eigendom is van inheemse stammen. De indianen hadden er hutjes op gebouwd en bezetten maandenlang het oude koloniale gebouw dat erbij ligt. Deze stenen hebben voor de indianen namelijk een hoge symbolische waarde.

Het gebouw ligt op nog geen 100 meter van het Maracanã-stadion en is voor het publiek afgesloten met hekken. Een politiepatrouille houdt er de wacht en moet iedereen maar vooral Urutau buiten houden. Dat lukt natuurlijk niet. Een indiaan is een krijger en die geeft nooit op. Mijn cameraman heeft amper zijn camera uitgepakt of het stamhoofd baant zich een weg langs de omheining om een spandoek van de stad weg te trekken. Dit koloniale pand is bijna 150 jaar oud, heeft een majestueuze allure maar oogt vandaag vervallen. De bekende Braziliaanse antropoloog Darcy Ribeiro opende er in 1953 het eerste “Museum van de Indiaan” in Latijns-Amerika. Decennia eerder, in 1910, had de toenmalige eigenaar, hertog Alfred van Saksen-Coburg-Gotha, de grond en het gebouw aan de indianen geschonken om er een centrum ter bescherming van de inheemse bevolking te stichten.

Uitzetting

Juist ja, Urutau maakt zijn huiswerk en wist wel waarom hij onze koning wou aanspreken met die eigendomspapieren in de hand. Saksen-Coburg-Gotha, dat moet toch wel ergens via een bloedlijn of familiale vertakking tot bij hertog Alfred komen. Het stadsbestuur van Rio beloofde eerst om alles te laten staan en het gebied in stand te houden in ruil voor een vrijwillige teruggave van de gebouwen en de grond door de indianen. Maar de indianen waren al een keer te veel bedrogen en verwierpen alle voorstellen. Het gevolg was dat na de vriendelijke vraag het sterke bevel kwam om te vertrekken. Een bevel dat op wankele juridische gronden berust. En toen de wereldbeker naderde, raakte ook het geduld van de overheid op. Een militaire operatie met pantserwagens, helikopters, aanvalshonden en traangasgranaten jaagde de indianen uit hun dorp en museum. Een ruïne blijft over.

Het lot van Urutau staat model voor tienduizenden indianen in Brazilië. Ze werden verdreven van hun land en dorpen in het binnenland van Brazilië. Berooid zoeken ze dan maar de steden op. Naar schatting leeft ongeveer de helft van de volledige inheemse bevolking vandaag in steden. Daar worden ze geconfronteerd met een wereld die ze niet kennen en er zijn weinig kansen om uit de armoede te ontsnappen.
Net als twintigduizend andere indianen is Urutau verplicht om ergens een onderkomen te vinden waar hij niet tot last is. Hij woont nu ergens in een favela in het noorden van Rio. Onze weg ernaar toe beloofde al niet veel goeds: uitgebrande autowrakken, vuilnis overal en vervallen gebouwen zover je kan kijken.

Toch zet Urutau zijn strijd tegen de overheid en tegen het systeem van hieruit voort. In een favela waar twee drugsbendes elkaar bekampen over wie de koning van de straat is. Geen wonder dat Urutau zelf naar Majesteit Filip wou stappen in plaats van hem uit te nodigen bij hem thuis. De favela was te gevaarlijk voor een koninklijk onderhoud. Nog maar eens.

Wie meer wil weten over de strijd van Urutau kan terecht op de Facebook-pagina “We must be dreaming”. “We must be dreaming” is een documentaire van de Vlaamse filmmaker David Dhert, die de indianen jarenlang volgde in Rio.

VRT