"An English lady" bouwde het gammele Irak Auteur: Jos De Greef

wo 11/06/2014 - 21:42 Jos De Greef Elf jaar na de Amerikaans-Britse inval in Irak lijkt dat land alsnog uit elkaar te vallen in onderling kibbelende soennitische en sjiitische Arabieren en Koerden. Bij de stichting van Irak in 1921 waren er al twijfels over de haalbaarheid van die staat.

Mesopotamië, zoals het Irak in oudere tijden heette, heeft een geschiedenis van meer dan 5.000 jaar en het zuidelijke Sumer wordt beschouwd als de geboorteplaats van het schrift.

Ulflaren

Het moderne Irak is echter jonger en is min of meer het bedenksel van een uitzonderlijke Britse vrouw, Gertrude Bell. In stijve victoriaanse tijden reisde miss Bell rond de eeuwwisseling in haar eentje door de gevaarlijkste plekken van het Nabije Oosten, leerde ze Arabisch en kende ze wellicht meer van de regio dan veel lokale bewoners zelf.

Het Nabije Oosten werd toen al eeuwenlang gedomineerd door het Ottomaans-Turkse rijk, dat over de lokale Arabieren, Armeniërs en Koerden heerste. Wat nu Irak is, was toen verdeeld in drie provincies of "vilayets" die u wellicht bekend in de oren klinken: Basra in het zuiden waar de sjiieten wonen, Bagdad en de soennitische regio in het centrum, en Mosul, waar een kleurrijke mix van Arabieren, Koerden, Turkmenen, Assyriërs en nog van alles niet altijd in peis en vree samenleefden. 

14-18 en de gebroken beloften

De Eerste Wereldoorlog zou een einde maken aan dat Turks-Ottomaanse rijk, dat de kant van Duitsland gekozen had. De Britten, die al de controle hadden over Egypte en het Suezkanaal, wilden de reisweg naar hun rijk in India veiligstellen en poogden om de Arabieren tot een opstand tegen hun Turkse overheersers aan te zetten.

Library Congress

Concreet konden Britse gezanten zoals de fameuze T.E. "Lawrence of Arabia" in 1915 de Arabische dynastie van de Hasjimieten, die het westen van Arabië met Mekka en Medina controleerde, overhalen tot een opstand tegen de Turken. Wegens haar expertise inzake de regio werd Gertrude Bell in 1915 ook geronseld door de Britse geheime dienst in Caïro.

In het geheim verdeelde Londen evenwel het Nabije Oosten via de Sykes-Picot-Sarazow-akkoorden van 1916 nog in Britse, Franse en Russische invloedssferen. Om het geheel nog complexer te maken, beloofde de Britse overheid in 1917 de Joden nog een eigen thuisland in Palestina. Op de vredesconferentie van Versailles in 1919 bleven de Arabieren met lege handen achter, meteen een van de oorzaken voor de vele conflicten in de regio tot nu toe.

"Desert Queen" en "Moeder van Irak"

Het Britse bedrog leidde al spoedig tot onrust in de nieuwe "mandaatgebieden" die Frankrijk (Syrië) en Groot-Brittannië (Palestina, Trans-Jordanië en Irak) zichzelf hadden toegekend in Versailles. Vooral in Mesopotamië kwam het tot zware opstanden, vooral van de sjiitische meerderheid, en minister voor Koloniën Winston Churchill zocht naar een compromis.

Dat vond hij bij Gertrude Bell, die voorstelde om Mosul, Bagdad en Basra samen te voegen tot de nieuwe staat Irak, waarvan de Hasjimitische voorman Faisal ibn Hoessein tot koning gekroond zou worden, maar dan wel onder Brits toezicht.

Op de Conferentie van Caïro in 1921 kreeg dat nieuwe Irak vorm en Faisal werd in Fallujah (ja, die stad) erkend door de soennitische stammen van Irak en nadien ook door de andere bevolkingsgroepen in Mosul. De sjiieten in Basra waren echter minder enthousiast over de soennitische koning Faisal. Zij vroegen een grote autonomie voor hun regio Basra in een confederaal Irak, wat Londen en Faisal weigerden.

Het nieuwe Iraakse leger en regime bestond vooral uit soennitische officieren die eerder in Turkse dienst hadden gevochten en de lagere rangen veelal uit sjiieten. Het was een situatie die tot de val van Saddam Hoessein in 2003 zou blijven voortduren.

Het wankele huis van Faisal en Bell

Gertrude Bell was erg enthousiast over "haar Irak". Ze ging in Bagdad wonen en stichtte er onder meer het beroemde Iraaks Nationaal Museum. In 1926 overleed ze aan een overdosis slaappillen. Veel van haar collega's, zoals "Lawrence" twijfelden of het samengeklutste Irak met de Koerden, soennieten, sjiieten en wat nog allemaal het langer dan enkele jaren zou uithouden. 

Irak bleek inderdaad een niet erg stabiel land met tal van opstanden en religieus en etnisch geweld. In 1958 werd de dynastie van Faisal in een bloedige staatsgreep omvergegooid en daarop volgden jaren van chaos en tegencoups tot uiteindelijk het wrede Baath-bewind van Saddam Hoessein kwam bovendrijven. De Amerikaanse invasie in 2003 gooide dat regime omver, maar belangrijker nog: het gaf de sjiitische meerderheid (60%) voor het eerst in de Iraakse geschiedenis de macht.

Die macht werd echter meteen uitgedaagd: tien jaar geleden door de terreur van soennitische rebellen zoals "Al Qaeda in Irak" en nu dus door diens opvolger, de "Islamitische Staat van Irak en Syrië" (ISIS). Die dreigt niet enkel Irak uiteen te scheuren, maar veegt door zijn inmenging in de burgeroorlog in Syrië ook de grenzen weg die in de jaren 20 van de vorige eeuw getekend werden. 

Vreemde vogels in de Levant

Gertrude Bell was niet de enige opvallende figuur die de Britten tijdens de Eerste Wereldoorlog inlijfden in het Nabije Oosten. Zo was er ene kapitein William Shakespear (echt waar!) die militair adviseur werd van de Saudische koning Ibn Saud en die in 1915 tijdens een gevecht sneuvelde.

De beroemde T.E. Lawrence was een medestander van Faisal ibn Hoessein, maar was na de oorlog erg teleurgesteld in de manier waarop zijn land de Arabieren bedrogen had.

Datzelfde gold overigens ook voor St. John Philby, die uit teleurstelling uit Britse dienst trad, zich bekeerde tot de wahhabitische versie van de islam en onder de naam Sheikh Abdullah een belangrijk adviseur werd van koning Ibn Saud. Zijn zoon Kim Philby deed dat trucje min of meer over en verraadde zijn land in 1963, niet door over te lopen naar de Saudi's, wel naar de Sovjet-Unie.