"Eenzaamheid besluipt je en voelt vreselijk beklemmend" Auteur: Kirsten Sokol

wo 08/06/2016 - 07:48 Kirsten Sokol Uit de bevraging van VRT Nieuws blijkt dat jongeren tussen 18 en 25 jaar zich het vaakst eenzaam voelen. Daarvoor uitkomen in de fleur van je leven: er rust een taboe van jewelste op. Anse (21) overwon een depressie en gaat een gesprek over eenzaamheid niet uit de weg. “Ik heb aanvaard dat een eenzaam gevoel deel uitmaakt van mijn leven, en ook in de toekomst nog zal opduiken.”

Anse is een jonge twintiger die studeert voor kleuterjuf. Ze erkent het grote taboe rond eenzaamheid. “Enkele jaren geleden zou ik er ook over gelogen hebben. Het is behoorlijk confronterend: je ziet op Facebook genoeg foto’s van vakanties en feestjes. Je bent er niet bij en je onderneemt zo’n dingen zelf niet. Dat doet pijn.”

Cyberpesten in de lagere school

Anse voelt zich voor het eerst eenzaam in het zesde leerjaar. “Toen werd ik zwaar gepest. Mijn klasgenoten maakten van mijn leven een hel”, vertelt ze. “Ik heb toen een schrik gepakt, van mensen. Mijn vertrouwen, in mezelf en anderen, heeft voorgoed een knauw gekregen."

VRT

De pesterijen namen steeds grotere proporties aan. “Het is begonnen met één meisje dat riep “dat ze mijn vriendinnetje niet meer was”, zoals kinderen dat wel eens doen. Zij zette anderen tegen mij op met onnozele plagerijen, zoals mij uit de schoolrij duwen. Ik dacht dat het wel zou overwaaien”, zegt ze vastberaden. “Tot ik te maken kreeg met cyberpesten. In mijn naam werden e-cards met haatboodschappen of geroddel verstuurd naar klasgenoten (pauzeert). Mijn pesters deden dat vanop hun computer, in mijn naam. Hoewel ik vrij snel kon aantonen dat ik er niets mee te maken had, was het kwaad geschied. De groep had me verstoten, voorgoed. Daar stond ik dan: één tegen allen.”

"Het middelbaar was overleven en de uren aftellen"

Alleen op je kamer zitten, niet doen wat je leeftijdsgenoten doen: dat weegt zwaar.

Na een lastig jaar begint Anse vol goede moed aan het middelbaar, op een nieuwe school. “Ik vond intussen dat ik best geen vrienden maakte. De risico’s daarvan te groot. Iemand vertrouwen was te gevaarlijk”, blikt ze terug. “Ik maakte in die eerste schoolweken geen aanstalten om nieuwe mensen te leren kennen. Ik was alleen en voelde me eenzaam, maar dat gevoel was minder beangstigend dan vrienden maken”, zegt ze. “Het was zelfs enigszins normaal. Ik was na een tijdje het buitenbeentje. De rare die overbleef bij groepswerken of in de turnles. Ik voelde me daarover eerder kwaad dan eenzaam. Zonder die pesters in de lagere school had het héél anders kunnen lopen (zucht).”

In het tweede middelbaar stapt Anse naar een psycholoog. “Die gesprekken hebben me geholpen, maar in die periode beslisten mijn ouders om te scheiden. Plots waren er andere issues dringender en verschoof de eenzaamheid naar de achtergrond, waar het bleef sluimeren”, zegt ze. “En eigenlijk kon ik die scheiding veel beter relativeren dan het feit dat ik geen vrienden had. Alleen op je kamer zitten, niet doen wat je leeftijdsgenoten wel doen: dat weegt zwaar door.”

Van depressie naar slaapmedicatie

Mijn verhouding tot medicatie is dubbel: ik ben dankbaar omdat het werkt, maar ook boos voor dat soort "hulp".

De hele middelbare school lang voelt Anse zich eenzaam. “Ik telde de uren af en trok me in de pauzes op aan mensen die ik kende uit andere klassen”, zegt ze daarover. In het zesde middelbaar belandt ze in een depressie en wordt ze opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daar krijgt ze voor het eerst medicatie. “Een slaapmiddel waar ik zelf naar gevraagd heb. Ik was echt uitgeput, en snakte naar een betere nachtrust. Na maanden overleven op 3 tot 4 uur slaap was ik op”, vertelt ze.

“Toch heb ik –ondanks het positieve effect- altijd moeite gehad met medicatie. Ik wou die slaappillen zo snel mogelijk afbouwen. Ik was nog jong, en wilde absoluut niet verslaafd geraken”, benadrukt ze. “Anderzijds maakte die medicatie mij heel boos. Het paste niet in mijn persoonlijke strijd”, legt ze uit. “Ik knokte toen al 6 jaar tegen negatieve gevoelens, zonder noemenswaardige hulpmiddelen. Daar haalde ik mijn trots uit.”

Medicatie neemt Anse nu nog nauwelijks. “Enkel bij stress, zoals tijdens de examens of stages. Zo weinig mogelijk in elk geval, al hebben we thuis altijd een doosje staan. Maar ik heb bewezen dat je op eigen houtje ver kan geraken.”

“Plots ging het licht uit”

Na haar opname kiest Anse voor een opleiding kleuteronderwijs. Het gaat haar in eerste instantie voor de wind. “Aan het begin van mijn studies is mijn vriendenkring ontstaan”, vertelt ze trots. “Het begon bij één meisje, bij wie ik het gevoel kreeg dat ze te vertrouwen was. Daarop leerde ik haar vrienden kennen. Ondertussen hebben we een leuke groep van een zevental mensen. (enthousiast)”

Die zelfmoordpoging was een schreeuw om aandacht waar ik zelf van schrok.

Ondanks die goede start loopt het fout. Een overvol lessenrooster doet de frustraties toenemen, een negatieve stage-evaluatie is de druppel. “Doodziek was ik ervan, toen mijn stagementor me na één dag afkraakte. En dat na die urenlange voorbereidingen. Op dat moment ging het licht uit. Ik wilde niet meer leven.”

Een belangrijk kantelpunt: want zelfmoord plegen, dat zou ze nooit doen. Daar was Anse na de zelfmoord van een goede vriendin rotsvast van overtuigd. “Ik weet hoe het is om achter te blijven”, zegt ze iets stiller. “Toch hield zelfs dat me niet meer tegen. Ik had één heel intense wens: er niet meer zijn. Dus nam ik een overdosis slaapmedicatie en kroop ik in bed. Ik had verwacht dat het meteen gedaan zou zijn. Niet dus. Mijn zogezegde overdosis was niet sterk genoeg. Omdat ik thuis versuft rondliep, werd ik naar de dokter gebracht.”

Daar houdt Anse in eerste instantie de lippen stijf op elkaar. “Tot mama ontdekte dat er slaappillen ontbraken. Toen heb ik mijn zelfmoordpoging opgebiecht. Dat was enorm confronterend en bevreemdend.” Daarop werd Anse een tijdlang opgenomen in het ziekenhuis. “De twee slechtste weken uit mijn leven”, zegt ze daarover. “Al heeft die periode ook één grote doorbraak geforceerd. Ik werd gepusht tot een nieuwe opname in het psychiatrisch centrum van Kortenberg. Maar dat zou mijn pril sociaal leven on hold zetten. Geen sprake van! Op dat moment heb ik mijn koppigheid en drive teruggevonden.”

VRT

Intense gesprekstherapie helpt Anse er beetje bij beetje bovenop. Intussen heeft ze haar opleiding hervat, ondanks de teleurstelling in haar school. “De beloofde ondersteuning kwam er pas na mijn zelfmoordpoging. Die had misschien vermeden kunnen worden”, zegt ze fel. “Mijn medeleerlingen kennen trouwens mijn verhaal niet en dat hoeft ook niet. Momenteel geef ik enkel stage en zit ik niet meer zelf in de les”, legt ze uit. “Eén vriendin is op de hoogte. Zij is haar broer verloren aan zelfmoord en zat met vragen. Omdat ik beide zijden van de medaille ken, hebben we daar heel intense gesprekken over gevoerd. Dat teken van vertrouwen heeft enorm veel betekend voor mij, en voor onze vriendschap.”

Zonder pesters had het helemaal anders kunnen lopen. Dat maakt me kwaad.

En nu?

Eenzaamheid is een eng gevoel. Het verstikt je en trekt je mee in een neerwaarste spiraal.

Momenteel voelt Anse zich minder eenzaam dan in haar jeugdjaren, maar het gevoel is er nog steeds. “Eerder in periodes, die minder intens zijn en die ik beter kan relativeren. Vroeger vond ik het een eng gevoel, waar ik zo snel mogelijk vanaf wou. Als je daar gefocust op bent, word je alleen maar meegezogen in een negatieve spiraal. Eenzaamheid verdwijnt nu eenmaal niet in een vingerknip. Het neemt je in een houdgreep en verstikt je.”

“Ondertussen heb ik geleerd dat eenzaamheid een gevoel is als een ander. Niet leuk, maar het mag er zijn, zolang je er niet in blijft hangen. In dat opzicht is het vergelijkbaar met verdriet: daar zit ook geen aan- of uitknop aan. En hoe harder je dat onderdrukt, hoe erger iets wordt. Ik weet nu dat die eenzaamheid een stukje van mij is. Een minder mooi, maar het mag er zijn. Mijn strijd daartegen gaat verder, ook al weet ik niet hoe lang die nog zal duren. Dat heb ik aanvaard.”

Te Gek?!

VRT

Anse is een van de “Te Gek”-gezichten die vorig jaar via het project psychische problemen bij jongeren onder de aandacht bracht. Meter van de actie was Selah Sue. “Dankzij “Te Gek” heb mijn verhaal leren doen en mezelf leren zijn. Met één meisje, die ook kleuteronderwijs studeert, heb ik nog veel contact.”

Zit u zelf met vragen rond zelfdoding, neem dan contact op met de zelfmoordlijn, op het telefoonnummer 1813, of met Tele-Onthaal, op het nummer 106.