Ruim helft van alleenstaanden komt moeilijk rond Auteur: Pieterjan Huyghebaert, Hannelore Coen

do 09/06/2016 - 08:31 Pieterjan Huyghebaert, Hannelore Coen Ruim de helft van de Vlaamse alleenstaanden heeft moeite om rond te komen. Dat blijkt uit een onderzoek van VRT Nieuws. Ook nieuw-samengestelde gezinnen hebben het financieel niet gemakkelijk. In het totaal heeft 4 op de 10 Vlamingen in bepaalde mate moeite om op het einde van de maand de eindjes aan elkaar te knopen.

40 procent van de Vlamingen heeft in zekere mate moeite om rond te komen, 15 procent heeft het zelfs moeilijk tot zeer moeilijk. In nood kent men zijn vrienden: Een kwart heeft tijdens het afgelopen jaar aangeklopt bij vrienden en familieleden om financiële hulp om een moeilijke periode te kunnen overbruggen.

Traditionele gezinnen lijken het volgens het onderzoek financieel beter te hebben dan de meeste andere samenlevingsvormen. Vooral alleenstaanden hebben het moeilijk: Zo heeft 55 procent -ruim de helft dus- van die groep het financieel niet gemakkelijk. Bij een kwart van de alleenstaanden staat het water zelfs spreekwoordelijk aan de lippen.

In volgorde gaat het vooral nieuw-samengestelde gezinnen, alleenstaanden waarbij de kinderen het ouderlijke nest verlaten hebben en eenoudergezinnen het financieel niet voor de wind. Amper een derde van de eenoudergezinnen komt gemakkelijk rond. De meeste eenoudergezinnen komen eerder moeilijk rond, een derde haalt zelfs moeilijk tot zeer moeilijk het einde van de maand.

Mensen die samenwonen met een partner, hebben het dus financieel vaak beter. Niet onlogisch, want in veel gevallen kunnen deze gezinnen rekenen op twee inkomens. Een uitzondering daarop zijn wel de nieuw-samengestelde gezinnen, zij hebben het zoals gezegd vaak financieel moeilijker. De meeste mensen die ooit gescheiden zijn, dragen daar de financiële gevolgen van. Ook wie geen eigen huis bezit, heeft meestal moeite om rond te komen. Net zoals mensen die zelf hulpbehoevend zijn of iemand in huis hebben die bepaalde zorgen nodig heeft.

Voorts blijkt uit het onderzoek dat een kwart van de Vlamingen geen spaargeld heeft. Nog een kwart kan hoogstens 3 maand tot 6 maand overbruggen met zijn spaarcentjes als hij geen (vervangings)inkomen zou krijgen. Dezelfde groepen die het moeilijk hebben om rond te komen, hebben het moeilijk om geld te sparen. Op zich vrij logisch: wie zijn rekeningen niet kan betalen, heeft ook geen geld over om op de spaarrekening te plaatsen.

Zo kunnen alleenstaanden in het algemeen en eenoudergezinnen in het bijzonder weinig tot geen spaargeld aan de kant zetten. Ook nieuw-samengestelde gezinnen hebben meestal geen appeltje voor de dorst. In die groepen heeft tot 40 procent geen spaargeld. Wie geen eigen huis heeft, hulpbehoevend is of zo iemand in huis heeft, of gescheiden is, heeft ook meestal geen tot weinig spaarreserve.

Socioloog Jan Vranken (UAntwerpen) is niet verwonderd bij de cijfers. "Er zijn wel kleine bewegingen, maar de armoedecijfers blijven al 30 jaar ongeveer dezelfde. De uitschieters zijn altijd de eenoudergezinnen." Volgens de socioloog betekent dit dat armoede wel degelijk structureel is. "Het zijn altijd dezelfde mensen die worden getroffen." Wil men echt de armoede aanpakken dan zijn volgens Vranken structurele oplossingen nodig.

Het optrekken van de laagste inkomens tot boven de Europese armoedegrens is volgens de socioloog een eerste stap. "Ook het uitsluitingsmechanisme op de arbeidsmarkt moet worden stopgezet waardoor er ook voor laaggeschoolden degelijke jobs zijn", zegt Vranken voorts. Een derde structurele oplossing is het watervalsysteem in het onderwijs tegengaan, waardoor mensen veel te snel in het beroeps- of buitengewoon onderwijs terechtkomen.

"De problemen zijn al lang bekend en ook de oplossingen die we voorstellen zijn al jaren dezelfde", aldus de socioloog. "Het ontbreekt gewoon aan de wil om ze door te voeren. Vaak worden de armen bestreden in plaats van de armoede."

Tussen 25/02 en 28/03 heeft onderzoeksbureau Indiville in opdracht van VRT Nieuws 2.163 Vlamingen tussen 18 en 75 jaar online en telefonisch bevraagd.