Wat is het profiel van de Syriëstrijder? Auteur: Freek Willems

do 22/01/2015 - 15:15 Freek Willems Wat bepaalt waarom gelovige islamitische jongeren naar Syrië trekken? Niet hun sociaal-economische achtergrond. Kansarme jongeren uit probleemwijken zijn niet gevoeliger dan anderen voor de lokroep van de gewapende jihad. Een gemeenschappelijke politieke verontwaardiging en eenzelfde gedachtegoed spelen een grotere rol. "De Syriëstrijder vertrekt met een droombeeld in gedachten."

Bij de opgepakte en aangehouden verdachten tijdens de recente antiterreuroperaties in ons land zaten verschillende teruggekeerde Syriëstrijders. Ook de twee mannen die doodgeschoten werden in Verviers, hebben enkele maanden in Syrië verbleven. In totaal zouden ongeveer 400 Belgen momenteel in Syrië zijn of er vroeger geweest zijn.

Maar wie zijn die jongens? Waarom laten ze hier alles achter om zich aan te sluiten bij een terreurgroep als IS?

Dé Syriëstrijder bestaat niet

Gemakshalve wordt daarbij naar hun sociaal-economische achtergrond gekeken, maar dé Belgische Syriëstrijder blijkt niet te bestaan. Er is geen welomlijnd sociaal-economisch profiel. De Belgische Syriëstrijder komt niet per definitie uit een achtergesteld milieu, zonder diploma, zonder werk en zonder toekomst.

"Ja, daar zitten straatcriminelen tussen, of jongeren die uit een ontwricht gezin komen, maar ook bijvoorbeeld de zoon van een universiteitsprofessor", zegt onderzoeker Pieter Van Ostaeyen aan de telefoon. "Het zijn niet allemaal kwetsbare jongeren", zegt ook Montasser AlDe'emeh, onderzoeker en oprichter van het kennis- en onderzoekscentrum "De weg naar". "Sommigen van hen hebben toegepaste economische wetenschappen gestudeerd, hebben een baan of zelfs een eigen bedrijf."

Hun achtergrond kan een rol spelen bij de ontwikkeling van hun identiteit, maar wordt vaak vergroot als enige reden om te vertrekken, stelt AlDe'emeh. "Als dat zo is, dan was ongeveer de helft van Molenbeek naar Syrië vertrokken."

De droom

"De Syriëstrijder vertrekt met een droombeeld in gedachten", vertelt VRT-buitenlandjournalist Majd Khalifeh. Een ideaalbeeld van hoe hij of zij zijn leven kan leiden, anders dan hier in België. Sterke religieuze overtuigingen en politieke verontwaardiging hebben dat beeld mee gevormd.

Veel Syriëstrijders leven een andere interpretatie van de islam na dan de meeste andere moslims in België. "Ze voelen dat ze zich constant moeten verantwoorden en niet vertegenwoordigd worden door de imams in ons land", zegt AlDe'emeh. "Ultraconservatieve moslims hebben geen alternatief in ons land."

IS biedt hen die mogelijkheid wel, zo menen zij. "Ze geloven in een project van lange termijn dat Islamitische Staat heet", zegt Khalifeh. "Een woord dat je heel vaak tegenkomt in hun communicatie is baqiyyah, wat zoveel betekent als "blijft bestaan": de Islamitische Staat blijft bestaan." Hier hebben ze het gevoel dat ze "in zonde leven tussen de ongelovigen", daar kunnen ze hun geloof praktiseren zoals zij dat willen.

Er zijn nog meer religieuze drijfveren om naar Syrië te vertrekken: "Syriëstrijders zien het als hun religieuze plicht om hun moslimbroeders te gaan helpen in de oorlog", zegt Khalifeh. Ze zien die oorlog ook niet als een burgeroorlog, maar als een strijd tussen gelovigen en ongelovigen.

In de steek gelaten

Volgens AlDe'emeh mag ook de politieke honger van de Syriëstrijders in het bijzonder en veel moslimjongeren in het algemeen niet onderschat worden. Wat er in het Midden-Oosten en in andere delen van de wereld gebeurt, houdt hen hard bezig.

"Ze hebben hun vertrouwen in de internationale gemeenschap verloren. Als ze naar de Palestijnen kijken, naar de honger in Somalië, de onrechtvaardigheid in Arabische dictaturen, dan zien ze een puinhoop."

En dus willen ze daar een rol in spelen, omdat ze het gevoel hebben dat het Westen hen in de steek heeft gelaten. "Ze wentelen zich in een slachtofferrol. De islam geeft hen stabiliteit en de jihad maakt van hen een martelaar."

Serieus nemen

Al die ideeën zetten aan tot een vertrek naar het heilige land Syrië. De vraag is hoe we dat als samenleving kunnen voorkomen. Montasser AlDe'emeh gelooft niet in de zogenoemde deradicaliseringsprogramma's, "die jongeren eigenlijk al op voorhand veroordelen". "We moeten die jongeren in de eerste plaats serieus nemen."

Zowel de overheid als de moslimgemeenschap zelf moet hier dringend aan de bak, waarschuwt hij. Er moet een "echte moslimvertegenwoordiging" komen, "de moslimexecutieve die vandaag bestaat, is totaal amateuristisch". Heel veel moslimjongeren kunnen hun ideeën of gevoelens niet overbrengen.

Ook de imams hebben hier volgens hem een verpletterende verantwoordelijkheid. Dat slechts een tiental imams uit ongeveer 150 moskeeën Nederlands spreken, vindt hij onaanvaardbaar. "Dat moet een persoonlijke overweging zijn. Het is hun religieuze verplichting om Nederlands te leren."

Volgens AlDe'emeh zoeken jongeren hun weg naar het internet wegens een gebrek aan communicatie in de moskee. De radicalisering gebeurt niet in de moskee maar online, stelde Khalifeh eerder al in "Terzake".

Weg met het wij-zijgevoel

Grote moskeeën moeten dringend meer middelen krijgen om bijvoorbeeld cursussen te geven, zegt AlDe'emeh. "Jongeren moeten aangemoedigd worden om universitaire studies te volgen. Kennis is macht. Men moet hen structuur bieden en hen het gevoel geven dat ze een deel van de maatschappij zijn, zodat ze niet langer op dat wij-zijgevoel focussen."

"We moeten hen vooral geen redenen geven om te vertrekken." Als ze het gevoel hebben dat ze vertegenwoordigd worden in de politiek en de gemeenschap, zullen ze niet zomaar weg willen, besluit AlDe'emeh. "We gaan nooit iedereen kunnen tegenhouden, maar we zullen de aantallen wel sterk kunnen verminderen."