De mensen achter EUFOR in Tsjaad

ma 15/09/2008 - 17:38 VRT-journaliste Katrien Vanderschoot bezocht de EUFOR, de Europese vredesmissie in Tsjaad. Voor onze site bracht ze enkele portretten van mensen mee die zij in het Afrikaanse land ontmoet heeft en die op een of andere manier met EUFOR te maken hebben.

Commandant Pierre Phalempin, Hoofd Movement Control Group EUFOR Ndjamena,

Pierre Phalempin (foto) neemt ons bij aankomst in Ndjamena mee per auto door het centrum. We rijden langs het monument voor de Franse generaal Lamy, van wie de hoofdstad haar oorspronkelijke naam Fort Lamy erfde.
PhotoNews
Tussen de kraampjes en oude gele Peugeots 504 staat een gebouw dat werd kapotgeschoten in februari, toen opstandelingen tegen president Déby vanuit Soedan een mislukte staatsgreep pleegden.

Ze kwamen van meer dan duizend kilometer ver helemaal tot in Ndjamena. Wat later was Phalempin erbij toen EUFOR zich begon te ontplooien in het oosten van Tsjaad.

Dorpschef

"De ontplooiing was een titanenwerk", zegt Pierre Phalempin. "Naar Abeché is het twee uur vliegen, maar alles per vliegtuig sturen, is natuurlijk veel te duur." Maar konvooien met vrachtwagens 5 dagreizen lang laten laveren over de wegen in slechte staat is een alternatief dat bloed, zweet en tranen kost.

"Er zijn al een aantal konvooien aangevallen, daarom moeten we 's nachts met twee man voor bewaking zorgen. In elk dorp waar we langskomen, staat de dorpschef ons al op te wachten om geld te vragen voor de doortocht. Maar daar kunnen we natuurlijk niet op ingaan."

Intussen zijn alle grote naties die deelnemen aan EUFOR ontplooid, de Polen in het noorden bijvoorbeeld en de Ieren in het zuiden. Het hoofdkwartier, Camp des Etoiles in Abeché, is bijna helemaal klaar voor de 2.000 manschappen ter plaatse.

"We hebben er tientallen konvooien naartoe gestuurd, met zand, water, cement, noem maar op, een heel tijdrovende operatie. We zetten plaatselijke bouwondernemingen in om het kamp op te bouwen, dat ging heel traag. Bovendien was het de voorbije maanden regenseizoen in Tsjaad. Veel locaties, zoals Goz Beida, waren afgesloten voor het wegverkeer. We moesten voedsel, maar ook materieel en brandstof per vliegtuig overbrengen, een dure operatie."

Bevolking met vragen

Commandant Phalempin is in Ndjamena gelegerd. Hier zien de mensen geen verschil tussen de Fransen die hier zijn blijven hangen na de onafhankelijkheid van Tsjaad, en EUFOR.
"De stedelingen worden via propaganda tegen ons opgejut. Maar in de dorpjes is er meer contact tussen de militairen en de plaatselijke bevolking. Daar zijn de mensen tevreden over EUFOR, hier in Ndjamena weten de mensen niet dat EUFOR een humanitaire opdracht heeft.”

Schrik voor de rebellen heeft commandant Phalempin niet. Maar gauwdieverij en ander banditisme tiert welig. "We moeten goed oppassen, of ze zijn weg met onze gsm of onze portefeuille. Daarom mogen we 's nachts niet buitenkomen, en gaan we altijd met twee op pad."

Ursula Winderberger, dokter hygïënist, Oostenrijkse

Ik ontmoet Ursula 's ochtends bij de damesdouches in het kamp.

Wat later wisselt de rijzige vrouw haar Afrikaanse jurk voor een kaki-groen Oostenrijks uniform. 'Civil' staat op haar naamkaartje, en dat speelt haar parten in deze hiërarchische omgeving. Als militair zou ze commandant of majoor zijn, maar zonder die titel kijken collega's op haar neer.
Ursula Winderberger (foto) is hier nog maar een week, voor haar eerste missie in Afrika. Ze moet de hygiëne in het Camp des Etoiles controleren.

Gisteren keek ze de watervoorziening na, die is hier al goed in orde, de kwaliteit wordt dagelijks gecontroleerd. Straks doet ze haar ronde in de keuken, in een enorme witte tent waar Indisch en Iraaks personeel de aanschuivende soldaten bedient.

De catering is in handen van Gulf Air, en heeft ook Amerikaanse soldaten in Afghanistan al bevoorraad. Na maanden op rantsoenen te hebben geleefd, zijn de EUFOR-soldaten in Camp des Etoiles blij met elke dag vers fruit, sla en groenten, yoghurt en cornflakes die worden ingevoerd uit Europa. De vooruitgeschoven posten leven moeten het voorlopig met hun voorgekookte porties doen.

Europese normen

EUFOR neemt ook voedsel af van plaatselijke boeren. "Maar we controleren streng op kwaliteit en productiewijze", zegt Ursula Winderberger. "Enkele bakkerijen leveren brood en croissants, en we kopen ook fruit, maar geen vlees, want de slachthuizen hebben geen Europees kwaliteitslabel.

De Oostenrijkers moeten de Europese standaard hanteren, want dat staat zo in ons reglement. Onze soldaten zijn niet aan het klimaat en het voedsel gewend, en lopen meer kans op darminfecties dan de plaatselijke bevolking, die wel gewend is om bijvoorbeeld, kraantjeswater te drinken. Het is ons werk om in deze moeilijke omstandigheden een zo hoog mogelijke norm na te streven voor de soldaten."

Ziektes

De meeste soldaten lijden onder stress omdat ze zich moeten aanpassen aan de hoge temperaturen en de zware omstandigheden. Meestal vertaalt zich dat in hoofdpijn of diarree.

Maar erge aandoeningen heeft Ursula Winderberger nog niet meegemaakt. In de vluchtelingenkampen is ze nog niet geweest. We spreken af elkaar nog eens te ontmoeten zodra ze ook de slechte hygiënische situatie van de mensen daar onder ogen heeft gezien.

Roland Van Hauwermeiren, Country director Oxfam Groot-Britannië, Belg

Het doet goed om even uit het militaire kamp te ontsnappen en de sfeer in Abeché zelf op te snuiven. Maar de Belgische militairen laten niets aan het toeval over. Zelfs voor een interview met een hulpverlener worden we geëscorteerd.
Vlak bij een wadi of rivierbedding net buiten de stad lijkt ons een goede plaats voor een interview met Roland Van Hauwermeiren (foto), een oude rot in de hulpverlening die hier al drie jaar werkt.

Oxfam zorgt voor water, latrines en andere sanitaire middelen voor 180.000 vluchtelingen uit Darfoer en Tsjadische ontheemden. Sommigen van hen zitten al drie of vier jaar in de kampen. Roland Van Hauwermeiren is net terug uit een kamp in het zuidoosten en maakt een trieste balans op.

"Zoals altijd tijdens het regenseizoen, en bovendien de ramadanmaand, is de situatie dramatisch. De vluchtelingen uit Darfoer hebben geen hoop meer op een snelle terugkeer naar hun dorp. Ook bij de ontheemden heerst moedeloosheid. Ze weten niet hoe de nu al chaotische politieke situatie in Tsjaad zal evolueren en welke etnische groep tegen wie de wapens zal opnemen."

Vertrouwen in EUFOR, maar...

Roland Van Hauwermeiren vindt de EUFOR-missie "tamelijk goed". De hulpverleners en de inwoners hebben vertrouwen in EUFOR, ze zien hen als een kalmerende factor. Maar de soldaten zijn niet overal, ze moeten met nog geen 3.500 manschappen een gebied beschermen dat drie keer zo groot is als België, dat is volgens hem niet mogelijk. Daar waar de rebellen zouden kunnen aanvallen, zullen ze wellicht niet ter plaatse zijn.

"In de vluchtelingenkampen wordt tijdens het regenseizoen duchtig gerecruteerd door de rebellen die in Soedan vechten tegen de overheid en de janjaweed. We zien ook dat de criminaliteit stijgt, en we vrezen dat de komende maanden nieuwe aanvallen en gevechten te verwachten zijn, zodra het regenseizoen is afgelopen.

Wat na EUFOR?

Net voor onze komst liet Oxfam in een rapport ernstige twijfels blijken over de opvolging van de EUFOR-missie wanneer die volgend voorjaar afloopt. Normaal gezien moet tegen dan de VN-missie MINURCAT klaar zijn om Tsjadische politieagenten op te leiden die de veiligheid moeten verzekeren. Maar volgens Oxfam kan Minurcat nooit op tijd klaar zijn.

"EUFOR was een vlugge en parate troep, die zich snel heeft ontplooid. Maar ik vrees dat we een situatie zullen krijgen zoals in Soedan, waar de VN-missie ook niet van de grond komt omdat er te veel bureaucratie is binnen de VN en omdat de militairen niet de middelen en het mandaat krijgen waarover ze zouden moeten beschikken. EUFOR-militairen zijn als het ware de cowboys, die met de wapens kunnen ingrijpen, maar het ontbreekt hier aan een sheriff en een rechter om de wantoestand te doen ophouden."

Korporaal chef Tanja Van Rysegem, verantwoordelijke bestellingen materieel uit België,

Het vliegtuig staat al te ronken voor de terugkeer uit Abeché, wanneer ik Tanja Van Rysegem (foto) nog snel voor de microfoon krijg. Dat mag ook wel, ze is de enige vrouw tussen de zowat 60 Belgische soldaten hier.
"Dat valt heel goed mee", zegt ze. "Ik leg veel contacten met iedereen, zowel mannen als vrouwen. Ik heb nieuwe vrienden gemaakt van de verschillende landen die hier aanwezig zijn. Maar het is hier een komen en gaan van militairen. Het moeilijkste is afscheid nemen, vooral van mijn Franse vrienden."

Eten is belangrijk

Tanja Van Rysegem heeft de hele opbouwfase meegemaakt. Vooral over het eten werd al eens geklaagd. "In het begin kregen we overlevingsrantsoenen, daarna zijn we drie weken lang overgestapt op de Franse keuken, wat goed meeviel. Nog later kregen we enkel ongezonde pakketjes voedsel. Net nu ik weer naar huis ga, is het eten voortreffelijk."

Bij haar vertrek zal ze zich het meest de vriendschap met andere nationaliteiten blijven herinneren. "Maar we zijn toch ook vaak om boodschappen gegaan bij de plaatselijke inwoners, en ook daar heb een aantal goede contacten aan overgehouden. Ik weet nog niet wat de volgende missie wordt. Nu ga ik eerst wat uitrusten, thuis in Hannuit. Misschien kom ik wel opnieuw naar hier", lacht ze.