Brief van premier Yves Leterme

wo 17/12/2008 - 16:54 Hier vindt u de volledige brief van Yves Leterme aan Jo Vandeurzen die hij vandaag aan de Kamerleden heeft uitgedeeld.
Waarde collega's,

Aansluitend op de berichten en beweringen met betrekking tot eventuele beïnvloeding door mijzelf of mijn beleidscel van de rechterlijke macht in het Fortis-dossier, informeer ik U hierbij over het exacte feitenrelaas met betrekking tot de contacten van mijn beieidscel in dit dossier.

Er heeft geen enkel contact plaatsgevonden tussen mijzelf en welke magistraat dan ook in het kader van het Fortis-dossier. Met betrekking tot de procedure voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel, verneemt mijn beleidscel op 6 november via de beleidscel van de minister van Financiën dat het parket een advies gaat uitbrengen in de zaak. Uit die informatie blijkt ook dat de strekking van het advies op dat ogenblik al bekend is.

Er is daaropvolgend een kort informatief contact om 12.22 uur tussen een raadgever van de beleidscel en substituut procureur des Konings Paul D'haeyer teneinde daarover bevestiging te krijgen. Dit telefonisch onderhoud duurt exact 1 minuut 30 seconden. Daarin deelt de betrokken substituut mede dat hij zijn advies om 15.00 uur zal uitbrengen en wordt niet op de inhoud daarvan ingegaan. In de namiddag vindt de zitting plaats en brengt de substituut zijn advies uit.

De voorzitter van de FOD kanselarij verneemt in de daaropvolgende dagen van een raadgever van de beleidscel van de minister van Justitie dat de substituut in kwestie graag het advies dat hij heeft uitgebracht inhoudelijk zou toelichten. Op die vraag wordt ingegaan: de voorzitter belt de betrokken substituut op datum van 10 november 2008 om 19.30 uur. Dit gesprek duurt 21 minuten en 21 seconden. De voorzitter van de kanselarij luistert en doet verder niets.

Op 11 november belt substituut D'Haeyer zelf terug naar een raadgever van mijn beleidscel. Doordat de verbinding verbroken werd wegens gebrekkige ontvangst, belt deze raadgever zelf terug. Dit tweede gesprek vindt plaats op 11 november om 11.57 uur. In dat gesprek raadt de betrokken substituut aan dat de advocaten van de Belgische staat zich bij zijn advies zouden aansluiten en biedt hij ook aan om zijn advies zelf bij de eerste minister te komen toelichten. Op die suggestie wordt niet ingegaan.

Uit hetgeen voorgaat blijkt duidelijk dat er geen sprake Is van enige beïnvloeding vanuit mijn beleidscel. Voor wat betreft de procedure voor het hof van beroep heeft er geen enkel contact plaatsgevonden tussen mijn beleidscel en de magistraten die bij dit dossier betrokken zijn. Verder werden er wel de volgende contacten met mijn beleidscel opgenomen.

Op woensdag 10 december om 19.45 uur belt de heer Jan De Groof naar Hans D’Hondt, voorzitter van de kanselarij. Deze neemt de telefoon niet op, maar stuurt om 19.59 uur een sms met de mededeling: "Jan, ik zit in kernkabinet. Ik bel je later terug”. De heer De Groot bevestigt om 20.00 uur ontvangst van dit antwoord.

Om 21.44 uur diezelfde avond laat de heer De Groof aan de voorzitter van de kanselarij weten dat hij vanaf dat ogenblik belet is en met de vraag hem de dag daarop te bellen (op dat ogenblik had Hans D’Hondt geen inhoudelijke informatie terzake en wist hij niet dat Christine Schurmans deel uitmaakte van de kamer die het Fortis-dossier behandelde). Hij antwoordt om 21.45 uur per sms op deze vraag: “Op 11 december om 9.01 uur probeert de heer De Groof terug te bellen, maar Hans D’Hondt neemt de communicatie niet op".

Op diezelfde dag om 9.45 uur belt Hans D’Hondt zelf terug naar Jan De Groof en die vertelt hem dat er een naar zijn zeggen plotse wijziging zou zijn opgetreden in de besluitvorming m.b.t. het Fortis-dossier, een wijziging waarmee Christine Schurmans het niet eens zou zijn. Hij verneemt op dat ogenblik dat zij lid is van deze kamer en vooral dat zij blijkbaar in een conflict verwikkeld Is met de andere leden van de kamer. Hij informeert aansluitend op dit telefonisch gesprek eens bij de beleidscel van Financiën maar daar heeft men geen inlichtingen terzake. Er wordt niets anders gedaan.

Op 11 december om 10.52 uur stuurt de heer De Groof een sms naar Hans D’Hondt met het door hem als vertrouwelijk aangegeven bericht dat Christine Schurmans de “hoogste instanties bij het Hof van Cassatie" heeft kunnen overtuigen van de "mogelijk dramatische wending". De Groof vraagt om voorlopig niets te doen, met de mededeling dat hij zal terugbellen zodra hij uit vergadering is.

Op 12 december om 11.36 uur probeert hij opnieuw Hans D’Hondt te bereiken per telefoon, zonder resultaat. Daarna vindt er nog een telefonisch contact plaats, wellicht via gewone telefoonlijn want er is geen aanduiding op het gsm-toestel terug te vinden. Daarbij wordt door de heer De Groof het conflict tussen de magistraten nog eens vermeld en wordt ook meegedeeld dat de leden van de kamer zelf naar mevrouw Schurmans zijn gereden met de vraag om te ondertekenen. Door de heer De Groof werd ook de vraag gesteld om voor mevrouw Schurmans een alternatief te vinden en gesuggereerd om haar eventueel te benoemen in het comité-Lamfalussy, een vraag die onmiddellijk als onmogelijk werd gekwalificeerd.

Aan de mondelinge informatie die bij al deze telefonische contacten aan mijn beleidscel werd verstrekt, wordt geen enkel verder gevolg gegeven.

U kon vaststellen dat er geen sprake kan zijn van enige poging noch intentie om de rechtsgang te beïnvloeden. Ik laat u als minister van Justitie de zorg om uit te maken welk gevolg aan deze inlichtingen kon gegeven worden.

Uw dienstwillige,

Yves Leterme