IJsland kraakt

vr 24/10/2008 - 20:44 Het eerste en grootste slachtoffer van de Amerikaanse kredietcrisis en het bankroet van Lehman Brothers is IJsland geworden. Een portret vanuit IJsland van Lukas De Vos.
De fall-out van de instorting van de woningmarkt sloeg diepe bressen in de IJslandse financiële bodem. Omdat de IJslandse economie overmatig steunde op de doorgedreven vrijemarktvisie van de drie grootste banken, Kaupthing, Landsbanki en Glifnir – die samen tegoeden beheerden die twaalf keer de omvang hadden van de het jaarlijks BNP -, kwam de klap ook des te harder aan.

“Nee, het land is niet failliet”, houdt eerste minister Geir Haarde vol als ik hem zie in het Government Guest House aan de Tjarnargata. “Maar de ruggegraat is gebroken. Als je ziet welk effect de val van Fortis en Dexia in België hadden, dan kun je je indenken hoeveel zwaarder nog de onafwendbare nationalisering van de banken bij ons om dragen is”.

Wat valt er te redden?

Op het eerste gezicht blijven de IJslanders er nuchter en zelfs blijmoedig bij.

Wie van de internationale luchthaven Keflavik (de vroegere Amerikaanse NAVO-basis) naar de hoofdstad rijdt, ziet aan de zeekant in Hafnarfjörd een lange lichtgroene loods staan. Aluminiumverwerking. Een sterkhouder van de economie, omdat door de verwaarloosbare kost van geothermische energie, de bewerking van aluminium van overal ter wereld naar IJsland komt.

“Gaan ze binnenkort nog uitbreiden”, knikt mijn taxichauffeur Snorri. Hij kent zijn wereld, leidt veiligheidsoefeningen op de Reykjavikurflugvöllur (de oude, nationale luchthaven), reist geregeld rond. “Ook naar Brussel”, zegt hij.

Energie, aluminium, visserij, dat moet de reddingsboei worden. En intussen zie je overal onafgewerkte werven. In de haven de nieuwe opera, elders flatgebouwen en opslagplaatsen. “Hebben we niet nodig”, gromt Snorri. “We zijn maar met 300.000. Voor wie bouwen we eigenlijk nog? Kijk, tot voor de crisis werd hier zeven dagen op zeven doorgewerkt. Nu ligt alles stil. De gastarbeiders uit Polen en Litouwen zijn terug naar huis, ze verdienen de korst van hun brood niet meer”.

Oluf Einarsdottir vult aan: “Al die huizen, dat is wellicht voor de trollen. Hetzelfde met de winkels. Kijk naar dat monsterlijk grote gebouw dat de Duitse keten Bauhaus heeft neergepoot. Voor wie is dat bedoeld ? We hebben al veel te veel winkels, als we echt inkopen doen, vliegen we naar Engeland. De voorbije jaren hebben de IJslanders gekocht en gekocht als kiekens zonder kop. Een auto, een nieuwe auto, een 4x4, een buitenhuisje – en alles met kredietkaarten, want niemand loopt hier met geld op zak. En dan zie je niet eens of je nog wat in handen hebt”.

Papier

De paar honderd anarchisten in IJsland hebben de instorting zeer letterlijk opgenomen. “Waardepapieren ?”, roept Valur. “Dit is de waarde. Puur papier”. En hij plakt tientallen briefjes van honderd en duizend kronen op de grond.

Het is een vrolijke bedoening als ze wat later met vijftienhonderd samenstromen voor het parlement. Er zijn protestsongs zoals in de jaren zestig – “Daar”, grijnst Gunnar, “Die bard is de eerste homoseksueel die zich als zodanig uitte in 1975”. Klinken doet het niet, het rauwe IJslands overstemt moeiteloos de slaggitaar.

Maar het blijft beschaafd, het ergste is een bordje met de slogan: “Ontslag, idioot”. Die idoot, dat is David Oddson, de huidige voorzitter van de Centrale Bank. “Hij heeft het land naar de afgrond geleid, met zijn wilde privatiseringen en zijn ongebreideld winstbejag”, klaagt Heida, die bij de Groenen aanleunt.

“Eerder was hij al burgemeester van Reykjavik, waar tweederde van de bevolking woont, en premier. Dat zegt genoeg. Overigens heeft Reykjavik op korte tijd al drie burgemeesters versleten. Trouwens, het hele land wordt gedomineerd door hooguit een tiental families, zij moeten de zaak nu maar rechttrekken”.

Koude winter

De gewone man in de straat doet er nogal meewarig over. Jan Gerritsen is correspondent van het NRC Handelsblad, en getrouwd met een IJslandse.

“Dat klopt. Ze laten het lijdzaam over zich gaan, ze sluiten de rangen bij alle onheil. We zijn Vikings, zeggen ze, als we niks meer hebben, dan gaan we weer vissen”.

Stoere taal, omdat de gevolgen nog niet helemaal merkbaar zijn. De eerste honderden ontslagen zijn wel gevallen, 500 bij Kaupthing, 200 bij de Landsbanki.

“En vooral de ouderen, reizigers en mensen met een hypotheek dreigen de dupe te worden”, voegt Oluf eraan toe. “Nogal wat mensen hadden leningen en verzekeringen in vreemde valuta, euro’s of yens. Dat breekt ze nu zuur op, de kroon is fors in waarde gedaald: een paar maand geleden betaalde je 90 kronen voor 1 euro, nu al 150. Vliegtuigreizen zijn een luxe geworden”.

Oluf weet waarover ze spreekt, haar zoon speelt bij FC Barcelona, ze is pas terug. “En het is niet zeker of onze pensioenfondsen nog voldoende gewaarborgd zijn”.

Politiek element

Regering en banken volgden dan ook de piste om zo snel mogelijk het staketsel van de economie te stutten. Europa schoot eerst aarzelend ter hulp, Groot-Brittannië schoffeerde zelfs de IJslanders door de antiterreurwet te gebruiken om spaarders bij IJslandse banken te beschermen.

Maar na de Top in Brussel van 16 december heeft de Unie resoluut voor ondersteuning gekozen. “Als we al een landje als IJsland niet kunnen redden”, merkt minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht op, “met een begroting van 30 miljard euro, wie kunnen we dan wel bijspringen?”

Er speelde ook een politiek element mee: IJsland keek ook in de richting van de Russen om een lening van 4 miljard euro te krijgen. Simpele verkopers op de vlooienmarkt staken hun sympathie voor Rusland niet onder stoelen of banken. Dat verontrustte de Unie, want Moskou had duidelijk militair-politieke compensaties op het oog. En dus werd voluit de kaart van internationale samenwerking getrokken.

Nieuw geld

“Het hele zootje gaat ons 37 miljard kosten. De banken geven het op”, waarschuwde de kwaliteitskrant Morgunbladid zondag 19 december. Hoog tijd dus dat het Internationale Muntfonds (IMF) ging bijspringen, zoals het dat eerder had gedaan voor Brazilië, Argentinië, en in 1976 zelfs voor Groot-Brittannië. “Maar op veel minder strenge voorwaarden”, verzekerde Geir Haarde.

Vijf dagen later was de zaak beklonken. Het IMF sloot met Reykjavik een akkoord om 2,1 miljard dollar (één honderdste van zijn noodkas) te pompen in het bankwezen. IJsland kan nog een beroep doen op 4 miljard dollar extra die andere landen aanbieden. De Britten zijn tot inkeer gekomen, en onderhandelen nu over een steunpakket van drie miljard pond sterling.

Ook Noorwegen heeft een afvaardiging naar IJsland gestuurd om steun uit te werken, maar de grootste zorg die de IJslandse regering nu achtervolgt is hoe de inkrimping van het BNP en de hoog oplopende inflatie op te vangen. “Inflatie is er altijd geweest”, ruim 14 % op dit ogenblik, “En ook dat vreet aan mijn pensioen”, zegt Svéin me. “Maar we kunnen rekenen op onze Europese vrienden”. Svéin is christendemocraat, -“ik ben zelfs in het Europees Parlement geweest” - maar stemmen haalt zijn partij niet.

Nieuwe tijden

Het is hopen op een verstandige aanpak van de regering. En Geir Haarde geeft toe dat er wellicht fouten zijn gemaakt in de agressief-expansieve politiek van de banken (Kaupthing bv. bood de hoogste rente aan voor spaarders in de Lage Landen), maar dat zijn vijgen na Pasen.

“Wij staan er borg voor dat mijn centrum-rechtse regering alle wettelijke afspraken zal nakomen”, herhaalt hij als een mantra.

Haarde zit natuurlijk met de hete adem van de oppositie in de nek. Zijn coalitie haalde één zetel op overschot in de Althing. En dus switchte hij van partner, de Progressieve Partij moest na twalf jaar de baan ruimen, de Sociaal-Demokratische Alliantie deed haar intrede.

Of Haarde daar echt blij mee is, is onduidelijk. De SDA is duidelijk pro-Europees en milieugerichter, en dat verdeelt de geesten over het al dan niet toetreden tot de eurozone.

Haarde is daar niet voor te vinden, maar peilingen geven aan dat de helft van de IJslanders wel in die richting denken. De grootste vakbond van IJsland, ASI, eist de onmiddellijke toetreding tot de Europese Unie. Er is geen andere uitweg voor de crisis, zegt hij.
“Maar om op te gaan in een groter geheel, nee”, besluit Oluf Einarsdottir. “De Unie is een stap te ver. Eigenlijk zijn heel wat IJslanders blij met de ontnuchtering. Zelfs de kinderen zien het. Mijn dochtertje wou niet in het boekenwinkeltje bij haar school wachten tot ik haar op kon halen. ‘Dat is failliet’, zei ze. Veel kleinere ondernemingen gaan de fles op. Maar de winter komt, en die brengt raad. IJslanders lezen dan veel. En vergeet niet: wij hebben niet gevochten voor onze onafhankelijkheid van Denemarken. Jon Sigurdsson was een schrijver en journalist, hij schrééf ons naar zelfbestuur in 1874. Sveinn Björnsson, onze eerste president, was de zoon van een uitgever. We praten er ons wel uit”.

Lukas De Vos